|
Bronnen:
Losse statistische gegevens
H.J.J. Wubben: “Chineezen en ander Aziatisch ongedierte”, Lotgevallen van Chinese immigranten in Nederland, 1911-1940; De Walburg pers, 1986. Dit boek geeft een gedetailleerd beeld van het leven van de Chinese zeelieden in Amsterdam en Rotterdam in het begin van de twintigste eeuw. De auteur is erg kritisch over de levensomstandigheden van de gewone Chinese zeeman en pindaventer en vooral op de Nederlandse overheid, die een bijzonder harde en meedogenloze politiek van remigratie toepasten op de toch al tot het uiterste geplaagde groep mensen. Het is gebaseerd gedegen studie van vele bronnen. Dit werk wordt door vrijwel alle latere studies over de positie van Chinese immigranten aangehaald. Ook in het bovenstaande artikel is voor de tijd tot 1940, veelvuldig gebruik gemaakt van deze publicatie.
Karina Meeuwse: “Het Huis van Han”, A.W. Bruna, Utrecht, 2000. In deze paperback uitgave maakt men kennis met een aantal (tweede generatie) Chinezen uit het milieu van de ‘shippingmasters’ uit het begin van de 20e eeuw. Voor de historische feiten steunt dit werk zeer sterk op de inhoud van het hierboven aangehaalde werk van Wubben.
Ria Vogels, Paul Geense & Edwin Martens: “De maatschappelijke positie van Chinezen in Nederland”, Van Gorcum, 1999. Een sociologische studie, gemaakt in opdracht van de Nederlandse regering, met veel origineel materiaal vooral over die groep Chinezen in Nederland, die in de horeca actief zijn of waren. Het bevat een inleiding (en conclusies) die verder reikt dan alleen deze groep en tijdsbeeld. Veel van de in het bovenstaande artikel vermelde feiten voor de tijd na 1940 zijn gebaseerd op dit werk.
Li Minghuan: “We need Two Worlds; A study of the Chinese Organizational Movement in the Netherlands”, Proefschrift UvA, Amsterdam, 1998. Dit proefschrift behandelt vooral de Geschiedenis van de meeste Chinese verenigingen in Nederland. Een belangrijk hoofdstuk echter gaat uitvoerig in op de geschiedenis van de Chinese immigranten in Nederland. Hiervoor heeft de zelf uit de Volksrepubliek afkomstige Li Minghuan niet alleen de literatuur geraadpleegd maar ook betrokkenen geïnterviewd - in Nederland maar ook in de gebieden van herkomst in China. Van de vele feiten en statistieken genoemd in dit hoofdstuk is in het Geledraak artikel over de geschiedenis van Chinezen in Nederland dankbaar gebruik gemaakt.
Een belangrijke bron, waaruit in bovengenoemde literatuur veel geciteerd wordt is de sociologische studie van F. van Heek uit 1936: F. van Heek: “Chineesche immigranten in Nederland”, Amsterdam, 1936.
Butter, E., E. Orendi en K. Schaap: Karakters in het laagland. De positie van Chinezen in Nederland: situatieschets, knelpunten en aanbevelingen. LFCON/Amsterdams Centrum Buitenlanders, Amsterdam, 1994. Karakters in het laagland was de eerste toegankelijke publicatie over de Chinese gemeenschap in Nederland
Websites: Geschiedenis van Chinezen in Nederland
Op de website van het gemeentearchief van Rotterdam staat een uitgebreid verhaal over de Chinezen in Rotterdam, in verleden en heden.
Het geschiedenisprogramma van de VPRO OVT heeft nog een aflevering online over Chinezen in Nederland. Met een interview met de genoemde Karina Meeuwse bij verschijning van haar boek Het Huis van Han. Het begint met een geluidsfragment: het liedje Pinda pinda, Lekka lekka, van Willy Derby.
In de Groene Amsterdammer stonden in 30 oktober 1996 enkele interviews met Katendrechters, Chinezen en Nederlanders.
Dissertatie van B.R. Rijksschroef (1998) aan de Universiteit Groningen, over de Chinese horeca; bevat ook een historisch gedeelte.
Immigratie: Forum.nl over 'nieuwe groepen' in Nederland CBS over Chinese immigratie Integratiekaart (w.o. Chinezen) CBS 2006 (pdf) Losse statistische gegevens
Enkele statistieken over de Chinezen in Nederland. De getallen hieronder zijn afkomstig uit de publicaties van Li Minghuan en H.J.J.Wubben voor de periode tot 1940, uit die van Vogels c.s. voor de periode vanaf 1945 en uit gegevens van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS).
Schatting van het aantal (etnische) Chinezen in Nederland: Voor 1911: Enkelen
In 1911 werden naar schatting enkele honderden Chinese zeelieden naar Nederland gehaald. Na de afloop van de Eerste Wereldoorlog nam het aantal sterk toe. Hoogtepunt van de immigratie van Chinese zeelieden en kleine handelaren lag in het midden van de jaren twintig en wordt geschat op ca. 3-4000, waarvan de meesten in Amsterdam en Rotterdam (Katendrecht) woonden.
Deze groep bestond voor vrijwel 100% uit mannen. Uit politie-tellingen enkele aantallen: Den Haag: 1940: 105 ‘pindachinezen’ en Chinezen werkzaam in eethuizen. (Bron: het Vaderland 20 jan. ’40)
Rotterdam: 1927: 370 Chinezen; 1932: 1100 Chinezen Rond 1940 was dit aantal door al of niet gedwongen remigratie geslonken tot een paar honderd personen.
Behalve zeelieden en marskramers bestond de Chinese gemeenschap ook nog uit andere groepen. Het totaal zou rond het einde van de Tweede Wereldoorlog ongeveer 1500 hebben bedragen.
Na WO-II (1945) waren er naar schatting 30 restaurants in Nederland, groeiend tot ca. 225 in 1960, 618 in 1970 om ten slotte een piek te bereiken van 1916 rond 1982.
Het aantal etnische Chinezen aan het eind van de twintigste eeuw wordt op ten minste ca. 40.000 geschat. Voor zogenaamde ‘allochtone’ Chinezen (van wie tenminste een ouder buiten Nederland is geboren) neemt het CBS voor 2006 een aantal van 44.700 aan.
Hieronder zijn niet de illegaal in Nederland verblijvende Chinezen gerekend. Schattingen hiervoor zijn erg moeilijk te maken. De meest gehoorde getallen liggen tussen 5.000 en 20.000 (Zie bijvoorbeeld het rapport van Forum). Foquz, bureau voor etnomarketing schat het totale aantal allochtone Chinezen op 80 tot 100 duizend.
Woonlokaties van Chinezen voor WO II: Amsterdam: Binnenbantammerstraat, Prins Hendrikkade
Rotterdam: Katendrecht: Atjehstraat, Delistraat, Deliplein, Lombokstraat, Veerlaan
Den Haag: Rozemarijnstraat
Heeft u meer informatie, of tips voor websites of literatuur? U kunt die melden via 'reageren' onderin deze pagina.
Laatst gewijzigd op:
15-5-2010
|