|
Chinezen niet langer welkom (berichten in dagbladen uit de jaren dertig)
De crisisjaren kwamen ook voor de Chinezen in ons land hard aan. Velen werden werkloos, en waren aan hun lot overgelaten. Vanaf eind jaren twintig ontdekten zij dat de verkoop van pindakoekjes aansloeg en al snel werden de Chinese ‘pindamannen’ met hun blikken trommels op de buik een vertrouwd stadsbeeld.
Een krantenbericht uit Het Vaderland meldt dat de eerste treinen in het weekeinde vanuit Rotterdam altijd vol Chinezen waren, die bij aankomst in Den Haag snel de gunstigste posities uitzochten voor de verkoop van hun koekjes. Maar ook elders in het land verkochten ze hun waren vanuit de trommels, en niet alleen koekjes. Stropdassen werden verkocht bij festiviteiten, boter bleek prima smokkelwaar van Belgie (politiebericht Budel, Brabant), en suikersmokkel vanuit Duitsland (Venlo).
Deze handelsgeest werd niet door iedereen gewaardeerd. Autochtone winkeliers klaagden over broodroof en in begin jaren dertig werd de eerste aanval ingezet: Chinezen werden geregeld op straat aangehouden en bekeurd wegens het ontbreken van een ventvergunning, en alle waar in beslaggenomen.
Enkele betrokken burgers staken de handen nuit de mouwen. Ze richtten comite’s op voor hulp aan Chinezen in de vorm van geld, kleding en voedsel. In Rotterdam was een voormalig zendeling uit China, dominee Dols, erg actief om aandacht te vragen voor de armoede onder de Chinezen. Hij gaf geregeld lezingen en er werden advertenties met gironummers in dagbladen geplaatst.
De Nederlandse overheid hield echter voet bij stuk. Op een vraag van een verontrust Haags gemeenteraadslid aan B en W over inbeslagnames van trommels en uitdelen van processen verbaal wegens venten zonder vergunning, stelden B en W zich op het standpunt dat : “onder de tegenwoordige omstandigheden aan buitenlanders slechts in bijzondere gevallen een vergunning kan worden verleend”. (Het Vaderland 16 nov. 1932). Diverse Chinezen werden aldus aangehouden wegens overtreding van het ventverbod, zoals hier in Den Haag (december 1932, foto Gemeentearchief Den Haag):

Ook instellingen lieten zich niet onbetuigd. Een onderzoek door ondermeer de Vereeniging van Secretarissen van Armenraden bevatte de volgende aanbevelingen: Pindakoekjes kopen is akkoord, maar: “er is geen reden daarbij liefdadiger te zijn dan men pleegt te zijn voor onze Hollandsche kooplieden” (..) “het beste is om ze [de Chinezen] terug te brengen naar China “(..) De terugzending zal echter ernstig worden belemmerd, wanneer het Nederlandsche publiek blijft voortgaan op overdreven wijze liefdadigheid te beoefenen aan deze menschen, die dat niet gewend zijn en dat ook niet wenschen” (Het Vaderland 5 febr. 1933)
Intussen lieten de Chinezen zich in de praktijk niet zo gemakkelijk wegjagen. In 1938 vonden de leden van de Eerste Kamer het tijd hun verontrusting uit te spreken over “het voortgezet verblijf der Pindachineezen” : “Niet alleen omdat deze personen met hun optreden met koopwaar, welk optreden dikwijls in bedelarij ontaardt, nering ontnemen aan Nederlanders, doch ook vermits hunne aanwezigheid hier te lande voor onze volksgemeenschap andere gevaren medebrengt, als daar zijn spionage, verbreiding van het opiumgebruik, en ongewenschte rasvermenging” (Het Vaderland 29 jan. 1938)
Zelf speuren in archieven?
Archieven wordt steeds verder digitaal ontsloten. Nu zijn enkele dagbladen online te raadplegen, via de Koninklijke Bibliotheek : (tip: let op bij het zoeken bij de spelling, ‘Chineezen’ i.p.v. Chinezen) en ook het archief van Rotterdam bevat interessant en doorzoekbaar materiaal.
Heeft u meer (online) archieftips over dit onderwerp? Laat het aub weten via 'reageren' onderin deze pagina!
Laatst gewijzigd op:
15-5-2010
|