Geluiden in China. Bouwvakkers, hectisch verkeer, megafoons met een slogan
in de repeat en gillende buurmeisjes. Komt China ooit tot rust? Een Nederlandse
expat doet verslag van de geluiden in China. Wat is er in China letterlijk te
horen? Vanuit het zuidoostelijke Quanzhou bericht Marianne de Swart voor China
Nu over de geluiden die ze vanuit haar appartement opvangt. De onduidelijke
gesprekken van 'kringloopmensen', Yesterday Once More, een gillend scooteralarm
en, heel af en toe, stilte.
Door Marianne de Swart
Net als bijna iedereen in stedelijk China wonen mijn vriend en ik in een
appartementsgebouw van vijf verdiepingen hoog. Je ziet ze overal staan, vaak
beplakt met witte tegels aan de buitenkant. Wij hebben geluk, in het relatief
rijke Quanzhou bouwt men appartementenblokken met traditionele elementen zoals
gekrulde daken, zuiltjes en ingegraveerde tafereeltjes met bloemen en bamboe. De
dag breekt aan met het zingen van vogels. Rijk Quanzhou heeft een groot aantal
goed onderhouden parken, maar voor groen hoef ik de deur niet. Vanuit het balkon
kijk ik uit op een laag oud vierkant huis met traditionele binnenplaats. De
bewoners - er wonen verschillende gezinnen in - hebben een tuin en vormen
daarmee een uitzondering in deze stad. Kringloop, bellen en
toeters Elke ochtend om ongeveer half acht beginnen de 'kringloopmensen'
op hun bakfietsen aan hun rondjes door de buurt. Sommigen roepen onverstaanbare
kreten; mijn Chinese vrienden kunnen hen ook niet verstaan. Anderen gebruiken
krakende megafoontjes met een slogan op repeat. Pan Xue Lian (56) heeft van een
plat stuk metaal en een staafje een provisorische bel gemaakt om de aandacht van
de bewoners te vangen. Oude kranten, plastic, staal en huishoudelijk apparaten,
alles wat gerecycled kan worden is welkom. Xue Lian is vorig jaar vanuit het
dorp Xin Hua Qiao uit de provincie Anhui naar Quanzhou gekomen. Een groot
gedeelte van zijn verdiensten gaat naar zijn familie die nog in het dorp woont.
In de eerste helft van het jaar heeft hij ze zo'n 5000 yuan gestuurd (ongeveer
500 euro). Op het platteland van Anhui ligt het gemiddelde inkomen per hoofd op
ongeveer 2500 yuan per jaar. Xue Lian belt zijn familie bijna elke dag.
'Natuurlijk mis ik ze, maar ik moet ook leven'.
Slijptollen en drilboren De kringloopmensen ontwaken ongeveer
tegelijkertijd met de bouwvakkers. De bar onder onze flat krijgt een nieuw
interieur en wij luilakken worden om negen uur wakker met het geluid van de
drilboor. Eigenlijk mogen we blij zijn dat er niet 's nachts doorgewerkt wordt,
want dat is bij grote bouwprojecten vrij normaal. Over doorwerken en
veiligheidsvoorschriften doet men in China niet kinderachtig. De arbeiders wonen
vaak in betonnen karkassen.
Tussen tentdoeken kan ik de waslijnen zien hangen en soms zelfs peuters zien
lopen. Hoewel ik het nog nooit gevraagd heb aan de mensen zelf, durf ik met
zekerheid te zeggen dat de meeste bouwvakkers, net als Pan Xue Lian, niet uit
Quanzhou komen.
Het is echt verbazingwekkend hoeveel en hoe snel er gebouwd wordt, maar ook
iedereen die oud genoeg is en het zich kan veroorloven, heeft een scooter of
elektrische fiets. De scooters hebben een alarm dat afgaat bij elk hard geluid
afgebroken wordt. Dit valt me pas op als ik terugkom van een vakantie. Ik
zie nieuwe gebouwen, nieuwe winkels en fastfood restaurants en soms een nieuw
parkje. Gillende buurmeisjes De buitenlander gaat naar buiten!
Naast ons woont een gezin met twee meisjes van een jaar of twee, drie. Chinese
voordeuren staan vaak open en zodra wij ons appartement uitkomen, stormen de
meisjes gillend naar ons toe. Ze klampen zich aan de tralies voor de deur vast
en gillen 'waiguoren chu lai le!'. Op straat word ik als buitenlander vaak in
het Engels nageroepen, gapen mensen me aan en draaien tieners zich giechelend
om. Bij vreemden vind ik dat niet zo erg, maar bij mijn buren vond ik dit
minder prettig, vooral omdat de kinderen bang leken te zijn. We vroegen netjes
aan hun oppasgrootmoeder of ze de kinderen wil leren dat wij niet angstaanjagend
zijn, maar gewoon mensen. Misschien kon oma vertellen dat we 'buren' waren,
of zelfs onze Chinese namen gebruiken? Grootmoeder had begrip en stelde 'aiyi'
en 'shushu', voor (tante en oom). Nu rennen de kinderen naar de tralies, gillen
'de buitenlanders komen eraan' en worden daarna streng gecorrigeerd door oma of
opa: nee, nee, nee, oom en tante''. We moeten hier altijd wel om lachen.
Fietsen, scooters en auto's De hele dag tot in de late avond
hoor ik scooters. Dat China het land is van de fietsen, is langzamerhand niet
meer waar. Althans, niet in Quanzhou. Het zijn vooral kinderen en middelbare
scholieren die fietsen, en natuurlijk mensen als Pan Xue Lian.
Wielrenners heb ik in China nog nooit gezien. Iedereen die oud genoeg is en
het zich kan veroorloven, heeft een scooter of een elektrische fiets. De
elektrische fietsen zijn stiller dan scooters, tenzij ze remmen, want de remmen
gillen altijd, en hard. De scooters hebben bijna allemaal een alarm dat afgaat
bij elk hard geluid. Elk onweer betekent hier dus ook een scooteralarmconcert.
Overbodig om te zeggen dat niemand reageert op een scooteralarm.
China is steeds meer het land van de auto's. Bijna iedereen die het kan
betalen koopt een auto. De automarkt groeit sterk en is nu al de tweede grootste
markt in de wereld. Dit jaar wordt verwacht dat er bijna zeven miljoen auto's in
China gekocht worden. In mijn straat kunnen geen auto's komen, dus hoor ik ze
alleen in de verte. Quanzhou heeft speciale regels in vergelijking met andere
steden, zo mag er binnen de stadsgrenzen niet getoeterd worden. Dat vind ik erg
fijn, want waar deze regels niet zijn, wordt letterlijk constant getoeterd. De
claxon betekent in Nederland vooral gevaar nu. Op het Chinese platteland blijkt
het meer 'kijk, hier ben ik' te betekenen. Sommige ongeduldige automobilisten in
de stad knipperen met hun lichten om aan te geven dat ze eraan komen. De
scooters toeteren overigens wel en dit is dan ook een constant geluid op de
achtergrond. Daarnaast hoor ik in de verte bussen. Het zijn niet de piepende
remmen of claxons die ik hoor, maar speciale waarschuwingen aan voetgangers. Bij
aankomst aan een halte drukt de buschauffeur een speciaal knopje in. 'Zhu yi an
quan' 'opgepast, opgepast', bestemd voor de mensen bij de bushalte, de
busreizigers en iedereen binnen een straal van honderd meter. Stilte
Stil is het in mijn straat maar af en toe. Tussen de middag slaapt het
overgrote deel van de mensen, en dus neemt het lawaai exponentieel af. Geen ziel
op straat. Li Chuang Juan (23) vertelt me graag wat meer over het middagdutje.
Zelf dut ze ook in tijdens haar lange middagpauze. In de zomer is dit van half
een tot drie uur en in de winter een halfuur korter. Volgens Chuang Juan geloven
de mensen dat een middagdutje goed is voor de gezondheid en een goede manier is
om jezelf te ontspannen. Ik dut niet, want ik vind dat ik er alleen maar meer
moe van word. Toch vind ik het middagdutje een uitkomst, want het is de perfecte
tijd om boodschappen te doen, het is on-Chinees rustig in de winkelcentra. Je
kunt echter maar beter niet naar de markt gaan, want dan moet je de mensen
wakker schudden. Hoe dan ook is het een prima tijd om van de stilte te genieten.
China is voor Nederlandse oren een erg lawaaiig land. De Chinezen hebben zo
hun eigen uitdrukking voor 'gezelligheid' (re nao), wat letterlijk 'heet en
lawaaiig' betekent. Ik vermoed dat de gemiddelde Chinees minder moeite heeft met
geluid en lawaai dan de gemiddelde Nederlander. Voor mij persoonlijk is dit een
van de moeilijke punten van het wonen in China. Gelukkig hebben we de middagdut
en ook in het midden van de nacht is het min of meer stil. Ik kan me nog
levendig herinneren dat ik na een aantal uren online te zijn geweest 's nachts
een internetcafé uitliep en bijna overvallen werd door de stilte. Dat was een
heerlijk gevoel. Toch ben je 's nachts nog niet alleen op straat. Er zijn nog
wat snackkarretjes open met gebraden varkensoren, kippenklauwen en ander
lekkers. Doordat je nooit alleen bent, voelt China veel veiliger aan dan
Nederland. Lawaaiig, ja, maar Chinese straten zijn wel lekker levendig. In
Quanzhou drinkt men op de stoep altijd gezellig thee uit minuscule theekopjes.
Overal heb je kleine informele marktjes waar je van alles kunt kopen. Venters
lopen met bamboestokken waaraan de vracht balanceert: inktvis, kooitjes met
vogeltjes, fruit, en nog veel meer.
Karaoke De dag komt ten einde met flarden karaoke. Zelf ga ik
niet zo vaak naar de KTV, waar je met je vrienden een soort huiskamer met
karaoke-set kunt huren. Elke avond vliegen de liedjes mijn studeerkamer binnen,
waar ik aan het werk ben. Eigenlijk kan ik wel een heel artikel aan karaoke
wijden. Over de meisjes die je kunt huren om met je mee te zingen, of om de
zogenaamde extra service. Over de mierzoete liedjes die ontzettend populair zijn
of de populaire liedjes van de Koreaanse soaps. 'Hotel California' van The
Eagles en 'Yesterday Once More' van de Carpenters doen het hier nog steeds erg
goed.
Karaoke is een verschijnsel op zich, maar er is meer aan de hand. Het lijkt
erop dat Chinezen anders omgaan met muziek en lawaai in het algemeen. Muziek
klinkt overal, in winkelstraten staan de boxen op volle sterkte naast elkaar. De
Chinezen lijken er beter mee om te kunnen gaan dan deze Brabantse. Toch maar
proberen nog meer te verchinezen als ik morgenochtend wakker wordt gemaakt door
Pan Xue Lian en zijn collega'.
Marianne de Swart (1974) komt uit Baarle-Nassau, maar woont al meer dan drie
jaar in China. Een klein jaar in het westelijke Xinjiang en een dikke twee jaar
in Quanzhou. Marianne de Swart werkt in het onderwijs. In haar vrije tijd
studeert ze Chinees en schrijft ze als freelancer artikelen.
Laatst gewijzigd op:
30-3-2007
|