|
De fossielen raken zoek
In 1937 braken er op grote schaal gevechten uit tussen Japanse en Chinese troepen in en rond Peking. Vanwege de onveilige situatie werd het zoeken naar meer fossielen gestaakt en werden de eerder gevonden fossielen tijdelijk in kluizen opgeborgen. Het terrein van de Peking Medical Union College (PUMC), waar de resten van de Pekingmens bestudeerd werden en opgeslagen lagen, was nog niet in het oorlogsgeweld betrokken. Het idee om de kostbare fossielen in veiligheid te brengen naar de Verenigde Staten werd voorlopig nog afgewezen. Wel maakte Weidenreich, als voorzorgsmaatregel en zoals later bleek met een vooruitziende blik, nauwkeurige foto's en replica’s van de originele stukken. In juli 1941 vertrok Weidenreich, Duitser van Joodse afkomst, naar de Verenigde Staten. In zijn bagage bevonden zich de replica’s voor verdere studie in het American Museum of Natural History in New York, waar ze nog steeds verblijven.
In november 1941 werd alsnog besloten de fossielen van de Pekingmens buiten het oorlogsgebied in veiligheid te brengen. Vijf schedels tezamen met ongeveer 160 andere botfragmenten, kiezen en gebitsdelen werden in kratten verpakt. Dit was de laatste gelegenheid waarbij met zekerheid gezegd kan worden, dat de fossielen nog intact waren. Wat er na het inpakken is gebeurd, is onzeker en het onderwerp van allerlei speculaties. Het was de bedoeling om de kratten binnen enkele dagen naar de Amerikaanse vertegenwoordiging in Peking te brengen. Of dit is gebeurd is onzeker. Enige weken later vielen Japanse troepen het terrein van de PUMC binnen en richtten er een grote ravage aan. Mogelijk zijn de fossielen hierbij vernietigd of geplunderd en meegenomen, zoals een andere theorie over het lot van de Pekingmensfossielen verkondigt. Nog een andere theorie, die uitgaat van een succesvolle evacuatie uit het PUMC vóór de komst van de Japanners, laat de kratten arriveren bij de commandant van de Amerikaanse mariniers in Peking, kolonel W.W. Ashurst. Ter plaatse zijn ze mogelijk omgepakt en bij de persoonlijke bezittingen van Ashurst gevoegd. Er zijn echter geen betrouwbare getuigen gevonden, die dit bevestigen. Vervolgens zouden de kratten per trein naar de haven van Qinhuangdao gebracht worden om op 8 december 1941 per schip, de USS President Harrison, het land te verlaten. Zeker is dat ze nooit op dat schip zijn aangekomen, omdat deze na de aanval op Pearl Harbor (6 december) getorpedeerd en door de Japanners tot zinken werd gebracht voordat het de haven kon aandoen. Mogelijk zijn de kratten – als ze al niet eerder verloren gegaan waren- bij een Japanse aanval op de trein, tezamen met de andere bagage van de Ashurst, geplunderd en vernietigd. Een laatste 'strohalm'-variant zegt dat de kratten door ofwel Japanse ofwel Amerikaanse militairen in veiligheid zijn gebracht en ergens illegaal worden bewaard.
Tijdens de oorlog (door de Japanse geheime dienst) en daarna zijn nog wel naspeuringen verricht, maar zonder resultaat. Wel hebben enige (anonieme) personen verklaard te weten waar de fossielen zich bevinden, maar zonder concreet bewijs. Het is waarschijnlijk dat deze lieden slechts een graantje hoopten mee te pikken van de beloning die ooit uitgeloofd is voor het vinden van de fossielen. (Meer hierover is te lezen in het boek van Christopher C. Janus; zie literatuur)
Lees verder
Laatst gewijzigd op:
12-7-2008
|