Boek: Soldaten van God; over de missie in China
Over werk van zending en missie van de kerken in China is al het een en ander geschreven, maar hoofdzakelijk door betrokkenen zelf. Met zijn boek 'Soldaten van God', heeft historicus Harry Knipschild een breder beeld geschetst. Het boek, dat medio november 2007 verschijnt bij Bert Bakker, beschrijft de aanwezigheid van Nederlandse en Belgische missionarissen in China, vanaf ongeveer 1860. Het is een uitvloeisel van zijn in 2005 verschenen proefschrift, dat ging over de Nijmeegse missonaris Ferdinand Hamer, die als bisschop aan zijn einde kwam in 1900 tijdens de zogeheten Bokseropstand, waarbij tientallen missionarissen, zendelingen en hun Christelijke bekeerlingen het leven lieten.
"Met het boek Soldaten van God wilde ik breder bekijken hoe de missie werkte", vertelt Knipschild, thuis in Oegstgeest, aan de vooravond van het verschijnen van zijn boek. "Het gros van de missionarissen ging naar een buitenland dat volkomen vreemd voor hen was en waarvan ze de taal niet spraken. Ze gingen erheen, meestal voor het leven, en om er 'goed te doen', heette het. Maar hoe langer ze er waren hoe meer verzet er kwam. Waarom was dat? En: hoe gaat dat eigenlijk, een Chinees bekeren? Die vragen wilde ik beantwoorden".
Knipschild bezocht diverse archieven, bijvoorbeeld in het Vaticaan waar informatie wordt bewaard over personen die zalig en daarna heilig kunnen worden verklaard. In 2001 verklaarde Paus Johannes Paulus II diverse 'martelaren' uit China heilig, onder wie de Nederlandse Kaatje Dierkx, van de orde der Franciscanesssen. Ook informatie over bisschop Hamer is daar te vinden.
Hamer behoorde tot de congregatie van Scheut, nabij Brussel, populairder gezegd hij was 'Scheutist'. Zo vond Knipschild brieven van Hamer aan een van zijn weldoeners, de ondernemer Jan Jurgens (medegrondlegger van een boter-imperium, later Unilever). Hamer had tijdens een kort verblijf in Nederland tienduizend gulden gekregen van Jurgens, opdat hij in China een kerk kon bouwen. In zijn brief legt hij uit dat hij het geld anders heeft besteed: hij heeft er voedsel van gekocht. Bij zijn terugkomst namelijk bleek een grote hongersnood te heersen in het missiegebied. Missionarissen kochten dan gewoonlijk voedsel in, dat Chinezen konden krijgen in ruil voor hun bekering. Hamer schrijft aan Jurgens letterlijk dat de Chinezen niet gelovig waren geworden 'als ze door de nood niet waren aangespoord' . (de gehele brief van Hamer is hieronder als brontekst opgenomen) Ook tijdens een lezing die hij in Nederland hield antwoordde Hamer op een vraag van een belangstellende: 'Als we het van preken gehad moesten hebben, dan hadden wij niet een persoon bekeerd'.
"Ik ben niet anti-katholiek", aldus Knipschild, "Maar zo werkte het in de praktijk. Bekeren was een puur stoffelijke vorm van bekeren. Zodra het voedsel op was, moest men stoppen met het opnemen van bekeerlingen".
Ook grond werd uitgegeven aan arme Chinezen, in ruil voor hun bekering. De Scheutisten waren werkzaam in het gebied langs de Grote Muur, in wat nu Binnen-Mongolie, Shanxi en Gansu is. Er verrezen diverse landbouwdorpen, waar boeren voordat ze naar het land konden gaan eerst naar de kerk moesten. Veel arme Chinezen vonden hun weg naar de missionarissen langs de Grote Muur.
De tweede helft van de 19e eeuw in China was vol onrust, opstanden en hongersnoden. Het was ook de tijd waarin het Westen zich steeds verder opdrong aan China, en het land werd gedwongen ongustige verdragen af te sluiten. De missionarissen profiteerden hiervan en konden met keizerlijke toestemming in geheel China missie en zending bedrijven.
"Het imperialisme werd gaandeweg aggressiever", vertelt Knipschild. "Er werden incidenten uitgelokt om de Chinezen tot nog meer concessies te dwingen. Zo werd na het 'bloedbad van Tianjin', in 1870, China gedwongen een verwoeste kerk weer geheel op te bouwen, inclusief een inscriptie waarin de keizer excuses aanbiedt voor het gebeurde. De Duitse missionaris Anzer, uit Steyl, zorgde ervoor dat de geboorteplaats van Confucius in Shandong een Christelijke plaats werd door er een kerk te bouwen. Deze provocatie kwam de Duitse missie tijdens de Bokseropstand duur te staan. "De rol van de missionarissen in Shandong heeft een belangrijke aanzet gegeven tot het ontstaan van de Bokseropstand", aldus Knipschild. "Deze begon dan ook daar, maar breidde snel verder uit. De boksers hadden een systeem van kettingbrieven, die overal werden opgehangen. In het archief trof ik een kettingbrief aan die Hamer heeft gevonden. Er wordt in verzwezen naar de wandaden van de missie in Shandong, al snel zo'n 2000 kilometer verderop.
Sommige missionarissen stonden ook in eigen kring als hard bekend. De bijnaam van Anzer was bijvoorbeeld Panzer (tank, pantser). Pater Bermijn, missie-overste, hoorde tot 'de ijzeren brigade', want was een echte rouwdouwer. Hamer zelf zou Knipschild willen betitelen als een 'brave man, niet intelligent, recht door zee en niet altijd diplomatiek'. Vast staat dat hij op het eind van carriere in China in de steek was gelaten door Scheut.
"Zijn tussentijdse bezoek aan Nederland, om aan te sterken na ziekte, leek aan de buitenkant een groot succes. De Nijmeegse kranten juichten de held uit China toe. Maar in werkelijkheid ontmoette hij volop tegenslag: mede door het explosief toegenomen aantal missies naar het buitenland en de toegenomen concurrentie , lukte het hem niet nieuwe missionarissen mee te krijgen naar China. Hamer uitte bovendien kritiek op Scheut - met de nodige gevolgen. De leiding in Brussel liet hem vallen, ten gunste van zijn missie-overste pater Bermijn".
"Met grote tegenzin is hij uiteindelijk weer vertrokken naar China, waar hij op een afgelegen plek terechtkwam. Daar ook werd hij slachtoffer van de Boksers, door toedoen van een actie van diezelfde Bermijn. Deze man van de 'ijzeren brigade' was ervoor verantwoordelijk dat dorpelingen die weigerden grond af te staan aan de kerk, werden beschoten, en sommigen werden levend in de rivier gegooid. Hamer was hiervan overigens niet op de hoogte.
Twee maanden later arriveerden de Boksers in het gebied, en doodden Hamer, die als bisschop als eindverantwoordelijke werd beschouwd. Hamer zat in een onversterkt dorp; Bermijn zat verderop, in een degelijke versterking, genaamd 'Klein Brugge'; hij overleefde de aanval van de Boksers wel".
 Standbeeld voor bisschop Hamer in Nijmegen (ansichtkaart, jaar onbekend)
De gruwelijke details van Hamers einde staan uitgebreid beschreven in een bekende hagiografie over Hamer, in 1938 geschreven door Nic. Schneiders, zelf missionaris van Scheut. Over de oorzaken en verdere achtergronden echter geen woord.
Vertegenwoordigers van de Kerk zijn in hun publicaties over het missieverleden niet bepaald kritisch over hun naawezigheid en daden. Maar aan serieus onderzoek wordt in Rome wel alle medewerking verleend, zo was de ervaring van Knipschild: "Door het ontrafelen van de brieven van de paters en andere betrokkenen zijn toch stukje bij beetje te de feiten te achterhalen. Het was trouwens erg spannend om vier jaar lang in de archieven en boeken over dit onderwerp te duiken", zegt Knipschild.
Het jarenlang onderzoek in de archieven staat overigens in opmerkelijk contrast met Knipschilds eerdere activiteiten: in de jaren zeventig was hij volop actief in de popmuziekwereld; haalde ondermeer de groep Abba naar Nederland die hier grote successen vierde.
 Knipschild (l. haalt de popgroep Abba af (1976)
Eind jaren negentig begon hij uit belangstelling een studie geschiedenis, in Leiden. Na zijn afstuderen werd hij door prof. Blussé, specialist in overzeese geschiedenis, gewezen op het onderwerp de missie in China."Het bleek al snel erg interessant, omdat er zoveel archieven nog niet door historici zijn bekeken. Met de aanslagen in 2001 in de VS bleek ook dat religie weer een springlevend thema kan zijn. Ik heb geprobeerd een voor een breed publiek toegankelijk boek te maken. Net als in de jaren zeventig, maar miljoenenoplages als destijds bij Abba zal dit boek wel niet halen”, besluit hij lachend.
BOEK: Harry Knipschild: Soldaten van God; Nederlandse en Belgische priesters op missie in China in de negentiende eeuw. Uitgeverij Bert Bakker, 2007, paperback, 312 p. ISBN: 9789035131934, € 25,- (verschijnt ca 18 nov. '07)
Gebaseerd op het proefschrift van Harry Knipschild: Ferdinand Hamer, 1840-1900, Missiepionier en martelaar in China, Universiteit Leiden, 2005. De inhoudsopgave van het proefschrift staat hier. Knipschild is docent geschiedenis aan de Universiteit Leiden.
Harry Knipschild geeft ook lezingen over dit onderwerp; u kunt hem voor vragen of opmerkingen emailen
Links:
Brief van Hamer aan Josina en Jan Jurgens
(opmerkingen tusssen [ ] zijn van Harry Knipschild die deze brief ter publicatie aan Geledraak beschibaar heeft gesteld, waarvoor dank -red. GD. Het origineel van de brief bevindt zich in het archief van het Vaticaan.)
S. Jacques, Santao ho [aan de Gele Rivier ten noorden van Ningxia], 19 9bre [november] 1891
Weledele Heer en Mevrouw,
Na mijne terugkomst in de missie heb ik reeds de eer gehad U.Ed. te schrijven, ik hoop dat dien brief bij U zal zijn aangekomen. Toen schreef ik dat mijne reis bijzonder door den goeden God gezegend was, maar dat er voor mijne aankomst in het vicariaat geen druppel regen was gevallen. Dus als de goede God niet spoedig medelijden had met deze ongelukkige streek wij voor een erg jaar stonden.
Spoedig nadat ik U.Ed zulks schreef was er wat regen gevallen. Men ging gaauw aan het zaaien maar was de oogst niet half rijp als op den 10 sept alles bevroor. Wat wij vreesden is helaas verwezendlijkt. Menschen en vee hebben niet te eten, en de prijs van het graan is al ver verdubbeld. Daarom neemt van alle kanten zijnen toevlucht tot den priester.
Zulks heeft toch wel eenen goeden kant. Stoffelijk zitten wij er dit jaar slecht voor. Wat ik uit Europa heb aangebracht is allemaal uitgedeeld maar voor het geestelijke hebben wij veel troost. Ik geloof dat O.L Heer aan deze streken soms zulk een ligchamelijke beproeving toezend om vele zielen te redden. De heidenen kennen geene liefdadigheid, zulks is eene christelijke deugd, daarom zijn zij hardvochtig jegens hunnen natuurgenoten. Van alle kanten komen dan de arme menschen toegestroomd om in den schoot der kerk te worden opgenomen in de hoop wat tijdelijken onderstand te ontvangen. Zoo hebben wij sedert de maand september er reeds 2000 catechumenen [bekeerlingen] bij gekregen die er voorzeker nooit aan zouden gedacht om christen te worden als zij door den nood niet werden aangespoord.
Ik wensch U Weled. Heer en mevrouw dat gij eens kont zien hoe die arme menschen hier aankomen van 10 en meer dagen ver door de woestijn met vrouwen en arme bloedjes van kinderen, geheel uitgehongerd, bijna heel naakt, soms half bevroren, voorzeker uw hart zou breken.
Maar welk een troost voor den missionaris als hij die arme ongelukkigen kan opnemen, van den wissen dood redden en hun daarbij ook geestelijk kan genezen door ze in den schoot van de H. Kerk op te nemen.
Zooals ge begrijpt Weled. Heer en Mevrouw, daar hoort veel toe om zoovele menschen niet van honger te laten sterven dan in en tijd dat alles zoo bitter duur is en zooals ik reeds schreef, wat ik uit Europa heb meegebracht [10.000 gulden] is al reeds uitgedeeld. Daarom trek ik de stoute schoenen maar eens aan. Als bij mijn afscheid van Ued. Mijnheer mij de laatste handdruk gaf, zeide hij mij, als gij in benarde omstandigheden zit, schrijft gerust, ge kunt op ons rekenen en ik had toen voorzeker niet kunnen denken dat ik van dat edelmoedig aanbod zoo spoedig gebruik zou moeten maken en nu reeds de hand tot U zou moeten uitsteken, met de bede hebt medelijden met ons want onze kinderen sterven van honger.
Ik bid God dat Hij zijnen overvloedigen zegen over uwe heele familie mogen doen nederdalen.
U Ed's U dankbaren in Chr., + Ferd. H. Hamer, vic Ap. Z.W. Mongolië. Mijne respecten en bijzonderen aanbevelen aan uwe hooggeschatte familie.
Toelichting Knipschild: "Saint Jacques was een van de missiedorpjes in het gebied Sandaohe, precies op de plek waar de Gele Rivier een scherpe bocht maakt van noordelijke in oostelijke richting. Sandaohe lag aan de 'buitenkant' van de rivier. In de tekst staat bij de naam Hamer een +. Dat was het kruisteken [bisschoppelijke zegen] dat een bisschop gerechtigd was te plaatsen".
Laatst gewijzigd op:
16-10-2010
|