|
De Westelijke Zhou dynastie (ca. 1122-771
v.Chr.)
De Zhou-dynastie als geheel duurde van ongeveer 1122 tot 221 v. Chr. en
is hiermee de langste dynastie van de Chinese geschiedenis. Tot 771 v. Chr. was
de stad Hao hoofdstad, gelegen nabij het
huidige Xi'an in het dal van de Wei-rivier. Deze eerste periode van de
Zhou-dynastie wordt 'Westelijke' of 'Vroegere' Zhou-dynastie
genoemd. Na de verwoesting van Hao door nomaden uit het noorden in 771, werd de
hoofdstad verplaatst naar Luo (nabij het huidige Luoyang, provincie Henan). Hierna werd de
dynastie voortgezet en is nu bekend onder de naam 'Oostelijke' of 'Latere'
Zhou-dynastie.

Gebied waarover de Westelijke Zhou-dynastie haar nominale macht
uitoefende.
De Zhou-maatschappij Tijdens de Zhou-dynastie
was er nog geen sprake van een aaneengesloten centraal bestuurd rijk, maar
was het rijk samengesteld uit een groot aantal (stad)staatjes. Deze staatjes
werden gedurende de Westelijke Zhou-dynastie nog hoofdzakelijk geregeerd door
verwanten van de Zhou-koning. Dit quasi-feodale verband werd steeds losser
naarmate de tijd voortschreed en verschillende staten zich uitbreidden,
zelfstandiger en machtiger werden. De Zhou-maatschappij werd
gekarakteriseerd door een sterk verschil in rangen en standen. De verhoudingen
werden geregeld door een strikt paternalistisch systeem van heersen en beheersd
worden. Voorouderverering was de kern van het religieuze en filosofische
denken.
Rondom het Zhou-gebied bevonden zich niet-Chinese nomadische
stammen, die een constante militaire bedreiging vormden.
Ooorsprong Over het exacte jaartal van het begin van de
Zhou-dynastie bestaat geen overeenstemming. Aanvankelijk was Zhou een aan de Shang-dynastie gelieerde
staat gelegen in het dal van de Wei-rivier. De oorspronkelijke hoofdstad van
Zhou, Feng, lag in de buurt van het huidige Xi'an in de provincie Shaanxi. (Van
Hao, noch Feng, zijn de exacte locaties vastgesteld). Het gebied werd beheerst
door een prinselijke dynastie.
Geschiedenis Rond de elfde of twaalfde eeuw v.
Chr. kwam de heerser van Zhou in opstand tegen de in verval verkerende
Shang-dynastie. Deze (legendarische) heerser staat nu bekend als Wen
Wang (= "koning Wen") en wordt beschouwd als de stichter van de
Zhou-dynastie. Het was zijn zoon, Wu Wang (= "krijgshaftige koning"),
die ongeveer in het jaar 1122 v. Chr. (andere bronnen noemen het jaar 1045 v.
Chr.) de laatste Shang heerser, Zhou Xin van de troon stootte. Zhou Xin (ook Di
Xin genoemd) figureert in de Chinese mythologie als een wrede schurkachtige
tiran, die model staat voor het morele verval waarin een dynastie komt te
verkeren, die het 'Mandaat van de Hemel' heeft verloren.
Aan de koning
Wen, Wen Wang, wordt onder andere de samenstelling en de duiding van de 64
hexagrammen van de Yiching ("Boek der veranderingen") toegeschreven. Koning Wen
is wellicht de vroegste persoon die historisch is te noemen, hoewel de aden die
aan hem worden toegeschreven, tot het rijk der legenden behoren. Bovendien wordt
hij beschouwd, vooral door de latere confucianisten, als een van de meest
voorbeeldige vroegere heersers op aarde, wiens gedrag nagevolgd diende te
worden. Hij was zo vervuld van deugd, dat hij het niet over zijn hart kon
verkrijgen - ondanks de slechtheid van het bewind in de nadagen van de
Shang-dynastie - tegen zijn soevereine vorst, de bovengenoemde 'tiran van
Shang', Di Xin, in opstand te komen. Dit liet hij, na zijn dood, aan een van
zijn zonen, Wu Wang, over.
 Afb. boven: Voorstelling van Koning Wu (Wu
Wang); Collectie National Palace Museum, Taipei.
De soldaten
van Zhou veroverden successievelijk alle vroegere Shang-gebieden. In het
bijzonder de broer van Wu Wang, bekend als de hertog van Zhou (Zhou Gong), droeg
veel bij aan de verovering van de oostelijke vlakte van de Gele rivier. Hij
oefende als regent voor de toen minderjarige zoon van Wu Wang, Cheng, na het
overlijden van zijn broer de macht uit in Zhou. Deze Hertog van Zhou zou de
stichter zijn van de stad Luo en zou deze stad tevens als tweede hoofdstad van
het rijk gemaakt hebben. Later zou deze stad de hoofdstad van de Oostelijke Zhou-dynastie
worden. Een andere daad van grootmoedigheid en wijsheid, die aan hem wordt
toegeschreven, is het toewijzen aan de overlevende leden van de clan van het
verstoten Shang koninklijk huis, van een domein in de vorm van de kleine staat
Song, gelegen aan de middenloop van de Gele Rivier. Evenals zijn reeds
genoemde vader, Wen Wang, neemt Zhou Gong neemt een belangrijke plaats in onder
de door de Chinezen meest bewonderde stichters van de Chinese natie en in de
confucianistische zin, als voorbeeld voor alle latere keizers.
Transport en communicatie waren nog niet voldoende ontwikkeld om dit hele
gebied als eenheidsstaat te regeren. De Zhou-dynastie bestond daarom uit een
groot aantal kleinere en grotere feodale staten, veelal bestuurd vanuit een
stad door een lokale machthebber uit de familie van de Zhou-koning. In de loop
van de tijd werden deze familiebanden steeds losser en de staten steeds
zelfstandiger.
In de achtste eeuw v.Chr. kreeg de Zhou-dynastie steeds
vaker te maken met aanvallen door barbaarse stammen vanuit het ruige en
nomadische westen en noorden en zagen de heersers van het rijk zich gedwongen de
hoofdstad Hao op te geven en een nieuwe hoofdstad verder in het oosten te
kiezen, naar Luoyang, te verplaatsen.
Deze episode is onderwerp van een van de populairste legenden in China,
waarin de laatste 'westelijke' koning van Zhou, koning Yu, en zijn concubine Bao
Su de hoofdrol speelden. Het systeem om de stad te verdedigen bestond onder
andere uit een groot aantal alarmvuren, die indien op bevel van de koning
onstoken, de troepen in grootste paraatheid brachten waarna ze zich in
vol gevechtstenue bij het koninklijk paleis opstelden. Zijn concubine
genoot zo veel van dit schouwspel en de koning wilde zijn concubine zo graag
behagen, dat hij regelmatig alarm liet slaan zonder dat er enig gevaar te
duchten was. Op den duur namen de troepen het alarm niet meer serieus en kwamen
niet meer in actie met fatale gevolgen. Toen barbaarse strijders de stad eens
werkelijk aanvielen, was er geen verdediging en ging de stad in vlammen op,
waarbij ook koning Yu en zijn concubine omkwamen.
Vanaf het tijdstip dat de regering uitgeweken is naar nieuwe hoofdstad
Luoyang (771 v. Chr.), spreekt men van Oostelijke Zhou-dynastie.


Laatst gewijzigd op:
16-7-2007
|