|
De Qin-dynastie (221-206 v. Chr.)
Inleiding Betekenis voor
de Chinese geschiedenis De
opkomst van Qin De regering
van Qin Li Si: boekverbranding en
onderdrukking De bouw van de Grote Muur De ondergang van Qin Bronnen en
literatuur Zie ook: het
Terracotta Leger

Let op! Spreek uit:
"Tsjin"
Inleiding Hoewel de Qin-dynastie formeel nog
geen twintig jaar over het Chinese cultuurgebied heeft geheerst, heeft deze
periode op de latere geschiedenis van China een moeilijk te overschatten invloed
gehad. Qin vernietigde de oude feodale verbrokkeling en verenigde China als
eerste onder het gezag van een machtige keizer. Gedurende deze dynastie werd een
begin gemaakt met de bouw van de Grote Muur, misschien wel het meest sprekende
symbool van de Chinese natie. De Eerste Keizer, Qin Shi Huangdi, creëerde nabij
Xi'an een groots grafcomplex met in de buurt stenen legers als wachters, tegenwoordig een van
China's grootste toeristische attracties. Ten slotte is Qin vereeuwigd als
'China', de westerse naam voor het land en de cultuur dat de Chinezen zelf
aanduiden als het 'Land van het Midden' (Zhong guo). Ondanks grote
verdiensten is de Qin-dynastie al na één generatie ineengestort en heeft daarbij
een slechte reputatie gekregen vanwege de strengheid en onderdrukking van het
regime tegenover haar onderdanen. De geringste misstap of teken van
ongehoorzaamheid werd meedogenloos gestraft.
 Het kaartje toont de grenzen van de Qin-dynastie rond 210 v.
Chr. In 255 v. Chr. zette de koning van Qin (de latere Eerste Keizer) de
laatste koning van Zhou af. In de daarop volgende jaren wist Qin de grote
rivaliserende feodale staten te annexeren. In 221 v. Chr. viel de laatste van
deze staten (Qi) en heeft Qin het gezag over heel China veroverd. Het Qin-regime
was meedogenloos jegens al haar onderdanen en haar gezag was gebouwd op angst.
Kort na de dood van de Eerste Keizer al, braken er op verschillende plaatsen
opstanden uit en wierpen de onderdrukte Chinezen het juk van Qin weer van zich
af (206 v.Chr.).
De betekenis van Qin voor de
Chinese geschiedenis. Na eeuwen van feodale verbrokkeling en de bloei
van lokale machtcentra tijdens de Shang- en Zhou-dynastieën slaagden de
Qin-machthebbers erin, vooral door het succes van de Eerste Keizer, voor het
eerst in de geschiedenis een machtige politieke eenheid te creëren, die
sindsdien, los van enkele tussenperiodes, nooit meer is verbroken. Om de
dreiging vanuit de noordelijke gebieden, bewoond door krijgshaftige nomaden, te
weerstaan heeft de Qin-dynastie daarbij een aantal bestaande verdedigingswerken
versterkt en aaneengesloten, die de aanvang van de Grote Chinese Muur vormden,
het symbool van China bij uitstek.
Behalve op militair en politiek gebied werd ook eenheid bereikt op
economische en cultureel gebied. Voorbeelden zijn de invoering van
eenheidsmaten, munten en voorgeschreven gelijke maten voor de wielassen voor
karren. De belangrijkste hervorming op cultureel gebied was ongetwijfeld de
invoering van een nieuw vereenvoudigd (zegel)schrift. Het succes van de eenwording
kwam echter niet vrijwillig tot stand. De regering van de Qin-dynastie staat
bekend als een van de meest autoritaire heerschappijen in de geschiedenis. Zij
baseerde zich daarbij op een strenge legalistische filosofie. Alleen deze doctrine,
die uitging van absolute gehoorzaamheid aan de wetten en door de overheid
uitgedane bevelen, mocht worden aangehangen.
Het veelvormige gedachtegoed uit vroegere tijden werd onder invloed van het
legalisme met fysiek geweld uitgeroeid, tot grote schade van de tot dan toe
bloeiende wijsgerige en literaire cultuur. De meest bekende vertegenwoordigers
van dit uiterst autoritaire regime waren de Eerste Keizer (Qin Shi Huangdi) en
zijn voornaamste adviseur en eerste minister, Li Si. De extreme uitingen van
autoritair optreden van de Qin-regering vormden tevens de belangrijkste redenen
voor de snelle ineenstorting van het Qin-rijk, nadat deze grote leiders van het
toneel waren verdwenen.
De
opkomst van Qin Tijdens de Vroegere of Westelijke Zhou-dynastie (1122-771 v. Chr.) was
Qin een onbeduidend grensstaatje aan de bovenloop van de Wei-rivier. In 771 werd
Hao, de hoofdstad van de Westelijke Zhou-dynastie, gelegen bij de Wei-riveir
dichtbij de monding in de Gele Rivier (Huanghe), door barbaren uit het noorden
verwoest. Hierdoor zag het hof van de koning van Zhou zich gedwongen vanwege de
veiligheid, de residentie naar het oosten (naar Luo, nabij het huidige Luoyang,
prov. Henan) te
verplaatsen. De lokale heerser van Qin, hertog of Gong (Kun) genoemd,
vergrootte hierop zijn territorium door het ontruimde gebied onder zijn
gezag te plaatsen. De hoofdstad werd Xianyang, gelegen aan de noordelijke oever
van de Wei-rivier.
De nieuwe Qin-staat had als taak de westgrens van het Chinese kernland te
verdedigen tegen de barbaren. Hierin slaagde zij zeer goed, geholpen door haar
ligging tussen de bergen en goed verdedigbare passen. Qin werd ook 'het land
tussen de passen' genoemd. Het grote succes lag in die periode echter minstens
zo sterk op economisch gebied. Door irrigatie werd het landbouwgebied sterk
uitgebreid en de productiviteit vergroot.
Een ander kenmerk dat de latere politieke en militaire successen van Qin
verklaart, was de centrale en strakke leiding van de regering. Als grensstaat
die voortdurend te maken had met bedreiging vanuit barbaarse gebieden, had Qin
al vroeg gekozen voor een op legalistische basis geschoeid centraal geleid
regeringssysteem, waarbij gebruik werd gemaakt van gezagsgetrouwe
ambtenaren in plaats van lokale potentaten met een feodaal gezag op erfelijke
grondslag. Discipline en gehoorzaamheid zonder pardon aan het gezag smeedde een
zeer effectieve militaire machinerie.
De eerste belangrijke legalist in
dienst van Qin was Shang Yang (of Wei Yang), die van 250-237 v. Chr. het ambt
van hoogste raadgever voor de koning uitoefende. Aan hem werd -ten onrechte- het
auteurschap van het naar hem genoemde legalistische filosofische werk
toegeschreven, Shangjun shu, "de geschriften van de heer van
Shang". De economische groei, strakke leiding en bevolkingsgroei voedde een
expansiedrang die zich ten eerste, met succes, naar het zuiden richtte. In 316
v. Chr. werden de barbaarse staten Shu en Ba onderworpen en in 285 v. Chr. bij
Qin ingelijfd. Deze staten bestreken een gebied, dat ongeveer met de
tegenwoordige provincie Sichuan overeenkomt. Ook hier werd de landbouwproductie
en welvaart vergroot door de aanleg van grootschalige irrigatieprojecten.
Intussen was Qin een belangrijke machtsfactor geworden in het feodale China van
die tijd (late Zhou-dynastie).
Qin behoorde tot de zeven machtige staten
die het feodale samenraapsel van de Zhou-dynastie tijdens de periode van de
Strijdende Staten (481-221 v. Chr.) beheersten en elkaar de hegemonie
betwistten. In 255 v. Chr. versloegen de Qin-legers Zhou, het koninklijke
kernland en zette de laatste koning van Zhou af. De laatste jaren van de
Zhou-dynastie staan in het teken van de ene overwinning na de andere van Qin op
de overige grote Chinese staten, waarna telkens annexatie volgde: Chu (278 v.
Chr.), Zhao (260 v. Chr.), Han (230 v. Chr.), Zhou (228 v. Chr.), Wei (225 v.
Chr.), Chu (223 v. Chr.), Yan (222 v. Chr.) en Qi (221 v. Chr.) waarmee de
verovering van het hele Zhou-rijk compleet was.
De veroveringen waren grotendeels het werk van koning Zheng, die in 247 v.
Chr. als 14-jarige de troon van Qin beklommen had. Zijn belangrijkste raadgever
was oorspronkelijk Lu Buwei, een zakenman uit Zhao, die bevriend was geraakt met
Zheng's vader (koning Zhuangxiang, 250-247 v. Chr.) toen deze als gijzelaar aan
het hof van de staat Zhao verbleef. Lu Buwei werd als gevolg van allerlei
intriges gedwongen zijn post te verlaten en werd opgevolgd door een van de meest
beruchte politici uit de Chinese geschiedenis, Li Si, afkomstig uit
Chu.
De levenssgeschiedenis van deze personen wordt uitgebreid beschreven
in de Shiji, "optekeningen van de historiograaf", het beroemde werk uit de
Han-dynastie van Sima Qian (145-86 v. Chr.). Nadat Qin de absolute
heerschappij over China had veroverd, vond koning Zheng dat een hogere titel dan
koning (Wang) bij hem paste en sierde hij zichzelf met de titel 'Eerste Keizer
van Qin' (Qin Shi Huangdi).
 Portret van de Eerste Keizer, Qin Shi Huangdi.
Zoals vaker het geval bij alleenheersers, vertoonde Qin Shi Huangdi paranoïde
trekken. Hij beschikte over een netwerk van spionnen en hield zijn eigen
verblijfplaats zoveel mogelijk geheim. Overigens niet geheel zonder grond: er
waren drie moordaanslagen op hem gepleegd. Dit versterkte zijn angst om te
sterven. Onder invloed van taoïstisch raadgevers liet hij diverse expedities
uitrusten om een 'levenselixer' op de 'eilanden van de onsterfelijken' te
zoeken. Zonder resultaat. De keizer stierf in 210 v. Chr, zoals een gewone
sterveling, een natuurlijke dood. Dat gebeurde tijdens een inspectiereis ver van
de hoofdstad. De leidende groep rondom de gestorven keizer wilde kosten wat
het kost de dood van de keizer zo lang mogelijk geheim houden om hun eigen
belangen bij de opvolging veilig te stellen. Om geen argwaan op te wekken werd
de reis gewoon doorgezet. De stank van het in ontbinding verkerende
lichaam van de eens zo machitge keizer werd echter te erg om onopgemerkt te
blijven. Zodoende werd - volgens het verhaal van Sima Qian - de gesloten wagen
van de keizer op de terugweg naar de hoofdstad voorafgegaan en gevolgd
door karren vol dode en stinkende vissen.
De regering van Qin Qin was de eerste dynastie die
China tot een echte eenheiddstaat vormde. Het feodalisme werd afgeschaft en
vervangen door een ambtenarenapparaat dat trouw was aan de centrale keizerlijke
regering en niet meer aan een door erfrecht gelegitimeerde lokale heerser. Dit
soort van organisatie, evenals de strenge miltaire en burgerlijke discipline
paste bij het karakter van een grensstaat, die Qin van oorsprong zelf was. Het
rijk werd opgedeeld in een veertigtal bestuurlijke eenheden, jun,
verder verdeeld in districten, xian. Maten en gewichten werden
vereenvoudigd en gestandardiseerd over heel China. Een andere zeer ingrijpende
hervorming was de eenmaking van het schrift. Op instigatie van Li Si werden vele
onderling verschillende vormen van het zegelschrift, dat tijdens de Zhou-dynastie tot
ontwikkeling gekomen was, vervangen door één uniforme schrijfwijze. Dit schrift
wordt het 'kleine zegelschrift' genoemd. Ook werd een uniform muntstelsel voor het gehele
rijk opgelegd. Het stelsel was gebaseerd op de bronzen ronde munt met vierkant
gat. Deze vorm (al in gebruik bij sommige van de steden tijdens de
Zhou-dynastie) heeft 2100 jaar bestaan als standaard voor heel China. Voor
het eerst werd er een uitgebreid wegennet aangelegd met de hoofdstad Xianyang
als centrum. De afstand tussen de wielen op de as van de karren werd eveneens
gestandaardiseerd, zodat men zonder goederen over te moeten laden vlot grote
afstanden kon afleggen.
Rechts: een voorbeeld van een text geschreven in het 'kleine
zegelschrift' ingevoerd tijdens de Qin-dynastie. (Fragment van een rubbing
uit de 18e eeuw).
Li Si:
boekverbranding en onderdrukking Ondanks de hervormingen van Qin, die
van het oude feodale systeem uit de Zhou-dynastie niet veel meer over lieten,
bleef er een intellectuele stroming bestaan, die terugkeer naar oude
(confucianistische) waarden propageerde. Het legalistische bewind onder de Eerste Keizer en
zijn belangrijkste raadgever, Li Si, beschouwden het uitdragen van de oude
denkbeelden als ondermijnend en teken van ongehoorzaamheid en besloten hieraan
in 213 v. Chr. definitief een eind aan te maken. Aanleiding was een toespraak
van een bekende confucianist. Li Si beval dat binnen dertig dagen alle
filosofische boeken door hun eigenaars moesten worden verbrand. De schade aan
het Chinese cultuurgoed was enorm en is ten dele onherstelbaar gebleken.
 populaire afbeelding van Li Si.
Hoewel van elk
exemplaar van de filosofische werken uit vroegere tijd een exemplaar in de
keizerlijke bibliotheek bewaard bleef, was dit geen garantie voor behoud. Toen
plunderaars in 406 v. Chr. deze bibliotheek in brand staken, ging bij die
gelegenheid bijna alles verloren wat er nog over was van honderden jaren
productie van filosofische meesterwerken. Latere geleerden van het oude erfgoed
waren aangewezen op enkele illegaal bewaarde teksten en een moeizame
reconstructie van de filosofische werken door oude geleerden te ondervragen en
op te tekenen wat die uit hun herinnering nog wisten van de gedachten van de
grote meesters.
Een andere wandaad, eveneens in 213 v. Chr., van Qin in
dit kader, was de executie in de hoofdstad Xianyang van 460 confucianistische
geleerden, door hen levend te begraven. De hardvochtigheid van het regime en de
onderdrukking van rivaliserende filosofieën heeft de Qin-dynastie, vooral bij
confucianistische geleerden en geschiedschrijvers een zeer slechte reputatie
opgeleverd.
De bouw van de Grote Muur Al
tijdens de Zhou-dynastie hadden de noordelijke staten zoals Qin, Wei, Zhao en
Yan al verdedigingswerken opgericht in de vorm van lange muren om zich te
beschermen tegen aanvallen door nomadische niet-Chinezen ('barbaren') uit het
noorden. In opdracht van de Eerste Keizer werden vele stukken muur verbeterd en
aaneengesloten tot een vestingwerk van duizenden kilometers lang. De bevelhebber
voor dit hele project was de zeer capabele generaal Meng Tian. Voor het werk
werden honderduizenden werkers, naar men aanneemt, min of meer als slaven
ingezet. In het droge en ruige klimaat van het noorden vielen bij dit werk vele
slachtoffers. Dat lijken gebruikt zouden zijn ter opvullling van de muur berust
op een fabeltje. Er zijn hiervoor nooit bewijzen gevonden en het lijkt ook erg
onwaarschijnlijk, omdat een dergelijk 'bouwmateriaal' niet erg solide
is.
De ondergang van
Qin De kracht van de Qin-dynastie, de strakke centraal geleide
regering die geen enkel falen of ongehoorzaamheid duldde, was tevens de oorzaak
van haar snelle ineenstorting. Toen na de dood van de Eerste Keizer de regering
in handen kwam van een zwakke opvolger en het regeringscentrum geteisterd werd
door moord en intriges, verloor de dynastie vrijwel algemeen de steun van de
gehele Chinese bevolking. Vele opstanden waren het gevolg, die een paar jaar
later tot volledige ineenstorting leidden en verwoesting van de hoofdstad
Xiangyang.
Typerend was het verhaal van een van de eerste
opstandelingen, Chen She, een eenvoudige boer uit Qi, die deeluit maakte van een
legerafdeling die bevolen was op een bepaalde dag op een bepaalde legerplaats te
verschijnen. Toen het zeker was dat zij vanwege slecht weer en geblokkeerde
wegen niet op tijd zouden arriveren, besloten de soldaten van de afdeling te
deserteren en in opstand te komen als aternatief voor een zekere doodstraf
vanwege dit 'vergrijp'.
Toen de eerste keizer stierf wisten Li Si en de
eunuch Zhao Gao, door bedrog zijn zoon en legale opvolger, Fu Su, en de
populaire generaal Meng Tian tot zelfmoord te dwingen en een eigen kandidaad, Hu
Hai, als 'Tweede Keizer' (Er Shi Huangdi) de troon te laten beklimmen. Hoewel
succesvol in hun opzet betekende dit het einde omdat de Tweede Keizer een zwakke
regeerder was en de paleisintriges steeds grotere vormen aannamen. Li Si was
zelf een van de slachtoffers toen hij, waarschijnlijk op instigatie van Zhao
Gao, op bevel van de Tweede Keizer in 208 v. Chr. op wrede wijze werd
geëxecuteerd tezamen met al zijn familieleden tot in de derde graad.
De
keizer zelf werd tot zelfmoord gedreven, volgens de historici, door Zhao Gao,
die inmiddels de rol van eerste minister van Li Si had overgenomen. Zhao Gao
wilde zelf keizer worden maar kreeg daarvoor geen steun bij de Qin-elite en werd
vermoord in 207 v. Chr. Het keizerlijke zegel ging vervolgens naar een jongere
broer van de Eerste Keizer, Zi Ying, die echter niet de keizerlijke titel durfde
aan te nemen en het bij 'koning van Qin' hield. Na enkele maanden regering werd
hij geëxecuteerd door de rebellen, die Xianyang verwoestten en een definitief
einde maakten aan de Qin-dynastie.
Verschillende rebellenaanvoerders
betwistten elkaar de macht in het rijk. Ten slotte wist een van hen, Liu Bei, de
overhand te verkrijgen en het rijk onder zijn nieuwe dynastie te herstellen, de
Han-dynastie (202 v. Chr.
- 220 na Chr.), een van de grootste bloeiperioden van Chinese macht en
cultuur.
 Een van de belangrijkste zaken die de Eerste Keizer persoonlijk
achter liet is het indrukwekkende Stenen Leger, dat de wacht houdt in de buurt
van zijn mausoleum ongeveer 40 km ten oosten van de stad Xi'an. Het Stenen Leger is in 1974
ontdekt en nu - gedeeltelijk uitgegraven en gerestaureerd - een van China's
grootste archeologische monumenten en toeristische attracties. (uit:
"Terra-cotta warriers", zie literatuuroverzicht)
Bronnen en literatuur Een bekende
monografie over de Eerste Keizer, de Qin-dynastie en de voorafgaande periode
is: "The First Emperor of China", Arthur Cotterell, 1981.
"Selections
from RECORDS OF THE HISTORIAN" Szuma Chien (Sima Qian, 145-86 v. Chr.), vertaald
door Yang Hsien-yi & Gladys Yang, Foreign
Languages Press Peking. 1979
"Terra-cotta warriors and horses at the
tomb of Qin Shi Huang, the first emperor of China", Cultural Relics Publishing
house. 1987
Laatst gewijzigd op:
3-6-2007
|