|
De Westelijke Han-dynastie (202 v.Chr. - 24 na
Chr.)
Inleiding Stichting van de
Han-dynastie De Westelijke
Han-dynastie De militaire
successen Het verval van de
Westelijke Han-dynastie De
regering van Wang Mang
Inleiding De Han-dynastie
wordt met de Tang-dynastie
(618-906) beschouwd als China's meest klassieke dynastie. Op het gebied van
staatkunde, filosofie, cultuur en economie werd een peil bereikt, dat
in een aantal aspecten nooit meer geëvenaard is. De economische
expansie gedurende de Han-dynastie ging gepaard met een grote uitbreiding van
het territorium van het Chinese rijk en zijn invloedsfeer, zelfs tot ver buiten
de grenzen van het huidige China. De Han-dynastie wordt gewoonlijk verdeeld
in twee delen, de Westelijke Han-dynastie (202 v. Chr. - 24 na Chr.) met
als hoofdstad Chang'An (nabij het huidige Xi'An) en de Oostelijke Han-dynastie
(25-220 na Chr.) met als hoofdstad Luoyang (in de huidige provincie Henan).
De stichting van de
Han-dynastie Voorafgaand aan de Han-dynastie, vanaf ongeveer 208 v.
Chr. ging het snel bergafwaarts met de Qin-dynastie (221-206 v.Chr.). De eens zo
machtige autoritaire eerste eenheidstaat in China werd door de uitgeknepen
bevolking niet meer geaccepteerd. Ondanks het vooruitzicht op zware straffen
braken er reeds kort na de dood van de Eerste keizer, Qin Shi Huangdi (r.
221-210 v. Chr.), overal in het rijk opstanden uit. Het meest succesvol waren de
de jonge aristocraat Xiang Yu (233-202 v. Chr.) en een man uit het gewone volk,
Liu Bang (247-195 v. Chr.). Hoewel Xiang Yu de leider van de opstandelingen
werd, was het Liu Bang die in 206 Xianyang, de hoofdstad van Qin, nabij het
huidige Xi'an (provincie Shaanxi) veroverde. Hij werd er door Xiang Yu weer
verdreven maar kreeg een groot territorium iets zuidelijker, dat ook het dal van
de Han-rivier omvatte. Liu Bang noemde zich van toen af 'koning van Han'. Vanuit
deze machtsbasis voerde hij oorlog met Xiang Yu. In 206 werd Xianyang heroverd
en nam Liu Bang de titel van keizer van de Han-dynastie aan. Na een verbeten
strijd moest Xiang Yu in 202 v. Chr. uiteindelijk het onderspit delven en
verkreeg Liu Bang de macht over heel China. Liu Bang is ook bekend onder zijn
tempelnaam, Gaozu of zijn postume keizersnaam Gaodi.

Het bronzen 'vliegende paard', dat vaak als artistiek
symbool voor de gehele Han-dynastie staat. Het kunstwerk werd gevonden bij de
plaats Wuwei in de provincie Gansu, dateert uit de 2e eeuw na Chr. en is
ongeveer 35 cm hoog.
De Vroegere of Westelijke Han-dynastie
(202 v. Chr. - 9 na Chr.)
De keizers van de
Westelijke Han-dynastie:
tempelnaam en
regeringsperiode Gaozu (202-195) Huidi
(195-188) Keizerin Lu
(188-180) Wendi (180-157) Jingdi
(157-141) Wudi (141-87) Zhaodi
(87-74) Xuandi (74-49) Yuandi
(49-33) Chengdi (33-7) Aidi
(7-1) Pingdi (1 v. Chr. - 6 na Chr.) Hierna volgde tot 24
het interregnum van Wang Mang (zie hieronder)
Onder het bewind van Gaozu werd de centralistische staatsinrichting van de
Qin-dynastie in stand gehouden. De oude feodale machtstructuren ten tijde van de
Zhou-dynastie waren
tijdens het Qin-regime grondig uitgeroeid, waardoor restauratie van de aloude en
geïdealiseerde Zhou-dynastie een illusie was. Gaozu stichtte weliswaar
semi-onafhankelijke feodale koninkrijkjes aan de randen van het uitgestrekte
rijk, maar deze werden onder zijn opvolgers (vooral Wudi) elk weer opgeheven en
onder het centrale keizerlijke gezag gebracht. Wudi stichtte Chang'an, een
nieuwe hoofdstad, nabij het huidige Xi'an (provincie Shaanxi).

Rechts: Portret van Gaozu (Liu
Bang).
Enige tijd na de dood van Gaozu, wisten
zijn weduwe, keizerin Lu, en haar familie de macht aan zich te trekken (195-188
v. Chr.). Na haar dood in 180 v. Chr. herwon de oorspronkelijk keizerlijke
Liu-clan de troon en werden de Lu-clan volledig uitgemoord. De ambities van de
familie van de keizerin waren een steeds terugkerend destabiliserend fenomeen
tijdens de Han-dynastie. Toch is het hen nooit gelukt om de plaats van de
Liu-clan op de troon in te nemen (met als uitzondering de genoemde keizerin Lu
en het korte interregnum van Wang Mang, 9 - 24 na Chr.; zie onder). Met name
de handel over de zijderoute begon tijdens de vroegere Han haar
enorme bloei. Om de macht van de handelaars in te dammen en de staatskas te
spekken, voerde Wudi (r. 141-87 v. Chr.) staatsmonopolies in op ijzer, zout en
sterke drank. Verder regelde hij een systeem van door de staat beheerde
graanvoorraden, dat speculanten de wind uit de zeilen nam. De filosofische
grondslagen van het staatsapparaat dat oorspronkelijk op legalistische leest geschoeid was, werden ten
tijde van Wudi min of meer vervangen door confucianistische principes. De meest
invloedrijke confucianist tijdens de Vroegere Han was Dong Zhongshu (ca. 179 v.
Chr. - ca. 104 v. Chr.). In 124 werd de Keizerlijke Academie opgericht waar
toekomstige bureaucraten werden onderricht in de confucianistische en
taoïstische klassieke werken. Deze bureaucraten werden succesvol door het hof
ingezet voor functies waar vroeger, tijdens de Zhou-dynastie, de feodale vorsten
en families hun machtsbasis aan ontleenden. Zij waren alleen trouw verschuldigd
aan de keizer en daarmee een belangrijk bindend element binnen de
Han-staat. Tijdens het bewind van keizer Xuandi (r. 74-49) werd het
staatsbestel nog nadrukkelijker op de confucianisme filosofie gevestigd. Dit was
inclusief de verantwoordelijkheid van de regering voor de gehele bevolking en de
rechten en plichten van de monarch ('het Hemelse Mandaat') ten aanzien van het
welzijn van rijk en volk en zijn bemiddelende rol van de keizer tussen Hemel en
Aarde.
De militaire successen van de Vroege
Han Met de lange regeringsperiode van keizer Wudi
(r. 141-87 v. Chr.) bereikte de eerste fase van de Han-dynastie een hoogtepunt.
Succesvolle militaire campagnes brachten het Tarim-bekken in het westen onder
controle van de Han. Het Centraal-Aziatische nomadenvolk Xiongnu (in het Westen
vaak -maar waarschijnlijk onterecht- gelijkgesteld met de Hunnen, die in latere
eeuwen Europa terroriseerden) vormde in de tweede eeuw v. Chr. een continue
bedreiging voor de Han. Keizer Wudi en zijn opvolgers wisten de bedreiging van
Xiongnu effectief te bestrijden. Hoogtepunt was de succesvolle expeditie in 36
v. Chr. naar het westelijk gelegen Ferghana (zie kaartje bij de pagina over de
zijderoute), waar een coalitie van barbaren, waarbij zich volgens sommige
bronnen zelfs Romeinse legioensoldaten aangesloten hadden, verslagen werd.
Reeds van 111-110 v. Chr. werden de zelfstandige staten Minye (qua ligging
en oppervlakte ongeveer overeenkomend met de huidige provincie Fujian) en Nanye
gelegen rondom het huidige Guangzhou (Canton) en zich uitstrekkend tot in het
huidige (Noord-)Vietnam, gepacificeerd. Tenslotte werd het militaire
machtsgebied rond 108 v. Chr. uitgebreid met grote delen van Korea en het zuiden
van Mantsjoerije.
Het verval van de Voege Han-dynastie Het einde van de eerste eeuw voor Christus zag echter een
snelle verslechtering in het bestuur van het keizerrijk. Zwakke, meestal
onvolwassen, keizers kwamen op de troon. Zij stierven vaak voordat zij effectief
gezag konden uitoefenen. Hierdoor werd de macht langdurig door regentschappen
uitgeoefend en werd een speelbal van onderling intrigerende groepen van
eunuchen, de confucianistische elite en familieleden van de keizerin. Op het
platteland stonden de boeren steeds vaker bloot aan uitbuiting van
grootgrondbezitters. Als gevolg van de instabiliteit in de hoofdstad
verslechterde ook de militaire situatie en wisten de Xiongnu hun grip op het
Tarimbekken te herwinnen. Het leek erop dat de Han-dynastie het 'Mandaat van de
Hemel' verloren had. Toen er tijdens de eerste jaren van onze jaartelling weer
een onstabiel regentschap de plichten van de troon waarnam, gelukte het de
confucianistische bureaucraat en lid van een clan die vaker keizerinnen geleverd
had, Wang Mang, de macht alleen in handen te krijgen en als eerste keizer van
een nieuwe dynastie met als naam Xin (=Nieuw), de troon te bestijgen.
De regering van
Wang Mang (9 - 23) Latere geschiedschrijvers
hebben het bewind van Wang Mang nooit als legitiem erkend en hem als usurpator
aangeduid. Het interregnum van Wang Mang had dan ook een desastreus verloop. Hij
was van oorsprong een onbekende locale bestuurder, weliswaar uit de
Wang-familie, waaruit meerdere keizerlijke echtgenoten voortgekomen waren. Als
oprecht confucianist probeerde hij oude gebruiken uit de Zhou-dynastie in ere te
herstellen en weer een vorm van het oude feodalisme te laten herleven. Ook
voerde hij economische hervormingen door, zoals de invoering van nieuwe munten.
De vorm van deze munten was gebaseerd op de oude Zhou-munten, op hun beurt
afgeleid van gereedschappen, zoals spaden. Zijn motieven waren
waarschijnlijk zeker nobel te noemen. Zo probeerde hij de uitbuiting van de
boeren door het grootgrondbezit aan banden te leggen. Zonder reële machtsbasis
in het rijk waren zijn pogingen tot hervorming door continue tegenwerking van
ongeveer alle sociale groepen in de maatschappij echter tot mislukking gedoemd.
Zelfs het weer leek zich tegen hem te keren: droogte en overstromingen wisselden
elkaar af, grote hongersnoden veroorzakend. Een ander gevolg van de
ineenstorting was het ontstaan van vele benden wanhopigen, die door plundering
in leven probeerden te blijven. De meest bekende van deze groepen waren de
zogenaamde 'Rode Wenkbrauwen', die vanaf 18 na Chr. het Chinese platteland
onveilig maakten. Ondertussen betwistten meerdere pretendenten de troon. In 23
werd Wang Mang door opstandelingen in zijn paleis in Chang'an vermoord. De
keizer van nieuwe dynastie was lid van de Liu-familie en afstammeling van Liu
Bang, de stichter van de Han-dynastie. Er wasdus in zekere zin sprake van een
herstel van de Han-dynastie. De hoofdstad werd echter naar het oosten (Luoyang)
verplaatst en de vernieuwde dynastie wordt daarom Latere of Oostelijke Han-dynastie (24-220 na
Chr.) genoemd.

Laatst gewijzigd op:
14-3-2006
|