|
De Latere of Oostelijke Han-dynastie (23 - 220)
Stichting
De val vand Han-dynastie Literatuur en
geschiedschrijving getuigenissen van de
Han-cultuur
De stichting van de Oostelijke
Han-dynastie Na de catastrofaal verlopen periode van de regering van
Wang Mang wist een lid van het oude keizerlijke huis Liu, na een burgeroorlog
die ongeveer twee jaar duurde, de macht aan zich te trekken en als keizer
Guang Wudi de keizerlijke troon te bestijgen. Omdat de hoofdstad Chang'an
tijdens deze oorlog door barbaren uit het noordwesten verwoest
was verplaatste Wudi de hoofdstad van Chang'an naar Luoyang (provincie Henan). Vanwege deze
verhuizing wordt de herstelde Han-dynastie, de Latere of Oostelijke Han-dynastie
genoemd (23 - 220 na Chr.). Onder het krachtige bewind van Wudi
en van zijn directe opvolgers vond er een voorspoedig herstel plaats.

Wuzhu-munt uit de later
Han-dynastie
De keizers van de Latere of Oostelijke Han-dynastie: tempelnaam en
regeringsperiode
Guang Wudi (25-57) Mingdi
(57-75) Changdi (75-88) Hedi
(88-106) Shangdi (106) Andi
(106-185) Shaodi (125) Shundi
(125-144) Chongdi (144-145) Zhidi
(145-146) Huandi (146-168) Lingdi
(168-189) Shaodi (189) Xiandi (189-220)

Portret van Keizer Guang Wudi
Na het debacle van Wang Mang en de restauraie van de
Liu-familie op de keizerlijke troon ging het ecomomisch weer voor de wind en het
rijk bereikte weer het prestige en de afmetingen van de vroegere Han. De
Zijderoute kwam weer onder Chinese controle en de handel bloeide als vanouds.
Chineeses legerafdelingen bereikten tijdens de eerste eeuw zelfs de Caspische
zee en daarmee de grenzen van het Romeinse Rijk. Tijdens deze periode drong
het boeddhisme voor het
eerst door in China, om een blijvende stempel te drukken op de Chinese
samenleving.
De val van de Han-dynastie Zoals
eerder, met name in de laatste jaren van de Vroegere Han-dynastie, werd tijdens
de 2e eeuw het hof geteisterd door een onverzoenlijke rivaliteit
tussen de (confucianistische) ambtelijke elite, eunuchen, de clan van de
keizerin en lokale militaire machthebbers. Met name de boeren werden weer het
slachtoffer van de steeds machtiger wordende grootgrondbezitters. Bijkomende
natuurrampen beroofden massa's boeren van hun normale broodwinning en dwongen
hen vaak aansluiting te zoeken bij roversbenden. De vlucht naar allerlei
mystieke stromingen zoals die ontstaan waren binnen het het taoïsme was een middel om te
ontsnappen aan deze maatschappij in verval. Het confucianisme verloor haar prestige en liet een
vacuum achter waarin het boeddhisme zich snel verspreidde. Geïnspireerd door
het mystieke taoïsme en gevoed door een leger van duizenden wanhopigen brak rond
het jaar 184 de opstand van de 'Gele Tulbanden' uit. Ondanks het feit dat deze
opstand na een aantal jaren weer onderdrukt werd, bracht het een genadeklap toe
aan het centrale gezag en feitelijk aan de dynastie. Hoewel de Han-dynastie
formeel nog bestond, bleven de generaals, die de opstand van de 'Gele Tulbanden'
neergeslagen hadden, als lokale krijgsheren de macht in handen houden. Ook de
(minderjarige) keizers aan het hof werden een speelbal van dergelijke
krijgsheren. Deze periode van verval, die tenslotte pas in 220 tot de formele
abdicatie van de laatste Han-keizer leidde, is zeer levendig beschreven in de
roman van "De Drie
Koninkrijken". De titel van deze roman slaat op de gelijknamige periode die
op de Han-dynastie volgde en waarin het Chinese rijk uiteengevallen was in
verschillende onderling vechtende deelrijken. Deze toestand zou tot 589 - het
begin van de Sui-dynastie
- voortduren (met als uitzondering de korte tijd tussen 280 en 316 waarin de
Jin-dynastie het rijk voor een korte tijd nomiaal weer verenigde). Een van de
meest succesvolle opvolgers van de Han-dynastie was de Noordelijke-Wei-dynastie (385-557).

Afbeelding van een lijkwade opgebouwd uit ongeveer 2000
plaatjes van jade, aaneengeregen door gouddraad. Deze exclusieve lijkwaden zijn
voor zover bekend alleen tijdens de Han-dynastie voor koningen en hoogste adel
geproduceerd. Er zijn er ongeveer 10 gevonden, waarbij het afgebeelde stuk een
van de gaafst bewaarde is en waarschijnlijk toebehoorde aan prinses Dou Wan, die
leefde in de 2e eeuw voor Chr. Het is gevonden bij Mancheng,
provincie Hebei.
Literatuur en Geschiedschrijving tijdens de
Han-dynastie De Han-dynastie heeft vele grote culturele prestaties
geleverd, waarvan we hier alleen kort ingaan op de verdiensten van deze dynastie
voor de Chinese literatuur. De gevolgen van de schrifthervorming tijdens de
Qin-dynastie, die het mogelijk maakten dat - in principe - iedere Chinees waar
hij zich ook bevond in het rijk het geschreven woord kon begrijpen, waren erg
gunstig voor het ontstaan van een niet aflatende stroom Chinese literaire
werken, te beginnen tijdens de Han-dynastie. Talloze resten oude literaire en
filosofische werken, voorzover niet geheel verloren gegaan als gevolg van de
boekverbrandingen tijdens de
Qin-dynastie, werden herontdekt of gereconstrueerd. Zo werd in de
2e eeuw v. Chr. het canon van de "Vijf Klassieke Werken" opgesteld.
Een ware filologische bloeitijd brak aan. Hierbij kwam nog een van de meest in
het oog springende verdiensten van de Han-dynastie: de historiografie. Het
grootste voorbeeld voor de latere Chinese historici was ongetwijfeld Sima Qian
(145 - 86 v. Chr.) met als belangrijkste werk de 'Shiji' (meestal vertaald als
"De optekeningen van de historiograaf"). Het boek behandelt de geschiedenis van
China vanaf de vijf legendarische keizers (ca. 2500 v. Chr.) tot en met de
eerste Han-keizers. De tradite van Sima Qian werd voortgezet door leden van de
familie Ban, waarvan Ban Gu (32-92) de bekendste is, a.o. door zijn beschrijving
van de geschiedenis van de Vroegere (Westelijke) Han-dynastie, de
Hanshu.
Blijvende artistieke getuigenissen van de
Han-dynastie In vele stedelijke musea in China (en
daarbuiten) zijn de prachtige artistieke prestaties van de Han-dynastie te
bewonderen. Wij noemen hier slechts het moderne "Shanghai Museum"in Shanghai en
het eveneens moderne "Henan museum" in de stad Zhengzhou (hoofdstad van de
provincie Henan) met zijn
uitgebreide collectie kunstvoorwerpen uit het antieke China, van de pré-historie
tot en met de Tang-dynastie.)

Een handjevol opgegraven munten uit de Han-dynastie (Wu
Shu-munten en munten van Wang Mang).
Laatst gewijzigd op:
29-1-2006
|