De Sui-dynastie (581-618) De Tang-dynastie
(618-907)
Inleiding Sui-dynastie Vestiging
Tang-dynastie Bloeitijd Cultuur tijdens de Tang-dynastie De An Lushan-opstand Einde van de
Tang-dynastie
Inleiding Na een
euwenlange periode van verdeeldheid wisten de keizers van de Sui-dynastie de
chinezen weer onder een hoofdig gezag te brengen. De Sui-dynastie duurde echter
maar kort (581-618) en maakte plaats voor een nieuwe, die dankbaar en met veel
succes kon voortbouwen op het werk van Sui. De Tang-dynastie wordt evenals de Han-dynastie (202 v.
Chr. - 220 n. Chr.) beschouwd als één van China's twee klassieke dynastieën. Het
Tang-rijk bereikte de grootste territoriale machtsuitoefening en culturele
uitstraling uit de gehele Chinese geschiedenis. Met name in cultureel
opzicht vormde de Tang-dynastie een haast ongeëvenaard hoogtepunt. De opvallend
getalenteerde eerste keizers van deze dynastie hebben het meest aan het prestige
van deze periode bijgedragen.

Tijdens deze dynastie bereikte het boeddhisme in China haar grootste bloei.
De neergang en de val van de dynastie, die na het begin van de An Lushan-opstand
in 755 een aanvang nam, betekende eveneens het einde van de dominante positie
van het boeddhisme en een
terugkeer van een hervormd confucianisme. Deze filosofie bleef dominant tot
aan het einde van het keizerrijk. Een ander blijvend fenomeen van de Tang is
de verschuiving van het zwaartepunt van de Chinese cultuur en economie van het
gebied rondom de Gele Rivier in het noorden, naar het zuiden, rondom de loop
Jangzi-rivier. Deze verschuiving had al na de val van de Han-dynastie een aanvang genomen.
De voorloper van de Tang-dynastie: de
Sui-dynastie (589-618) Na een lange periode van verdeeldheid, die
practisch begonnen was in de nadagen van de Han-dynastie (206 v. Chr. - 220
na Chr.) wist de eerste keizer van de Sui-dynastie (589 - 618), Yang Jian (die
regeerde onder de postume naam Wendi), het Chinese rijk weer onder een centraal
gezag te brengen. Hij en zijn opvolger Yangdi spanden zich in om de nieuwe
dynastie organisatorisch vorm te geven, te consolideren en door grote
infrastructurele werken te versterken. De opgave was echter te groot: Na
mislukte militaire campagnes tegen Korea en economische ineenstorting braken er
overal opstanden uit, die de dynastie voortijdig ten val brachten.

Portret van keizer Wendi van de
Sui-dynastie
De vestiging van de
Tang-dynastie De reeds 50-jarige Li Yuan, ervaren legeraanvoerder uit
Taiyuan (hoofdstad van de huidige provincie Shanxi), wist met hulp van zijn zoon Li Shimin,
die eveneens reeds een zeer getalenteerde veldheer was, de keizerstroon te
bestijgen als eerste keizer van Tang. Hij regeerde tot 626, waarna zijn zoon hem
opvolgde. Het succes van Li Yuan, die postuum als Tang Gaozu bekend staat, was
onder andere te danken aan zijn diplomatieke gaven en zijn vermogen om
vijandschappen in bondgenootschappen om te zetten. Bovendien voerde hij een
aantal effectieve economische hervormingen door, zoals landverdeling onder de
boeren en de instelling van een efficiënt belastingsysteem. Bovendien kon hij
staatkundig voortbouwen op wat de Sui-dynastie op dit gebied aangevangen had.
Militair wist hij het rijk pas in 624 geheel onder zijn controle te krijgen.
Geglazuurd beeldje van een paarden- of kamelenmenner.
Geglazuurde stijvolle, maar realistische beelden zijn een kenmerk van
Tang-keramiek. (Luoyang Museum; Luoyang, Henan)
Onder zijn zoon en opvolger (postume keizernaam: Taizhong) vond er een
grote expansie plaats, waarbij o.a. Mongolië en het Tarim-bekken, dat na het einde van de
Han-dynastie verloren was gegaan, onderworpen werden. Zijn troepen drongen zelfs
door tot ver buiten de grenzen van het toenmalige Chinese cultuurgebied, in de
gebieden van het huidige Afghanistan, Kazachstan en Noord-India. Een aanval op
Korea was vooralsnog niet succesvol. Een andere belangrijke verdienste was het
opzetten van een betrouwbaar (onafhankelijk van de militaire elite opererend)
ambtenaren-apparaat. Taizhong maakte hierbij gebruik van het aloude
examanstelsel voor ambtenaren, dat echter door standardisatie sterk verbeterd
werd. Tang Taizhong wordt vaak als de grootste van alle Chinese keizers
beschouwd, hoewel er ook schaduwzijden aan zijn karakter waren.
Links: Keizer (Tang-)Taizhong. Een der grootste
keizers uit de Chinese geschiedenis.
Zo ontstond er binnen korte tijd een machtig, goed bestuurd rijk, waar op
religieus gebied tolerantie heerste en waarmee de basis gevormd was voor een
periode van grote (wellicht China's meest glansrijke) artistieke creativiteit en
geestelijke en religieuze ontwikkeling.
Bloeitijd van de Tang-dynastie:
keizerin Wu Zetian en keizer Xuanzhong Onder de opvolgers van Taizhong
bevond zich ook de enige vrouw uit de Chinese geschiedenis, die zich formeel tot
regerend keizerin heeft opgewerkt. Op twaalfjarige leeftijd was zij als een van
de concubines van Gaozu aan het hof binnengehaald. Door haar grote schoonheid en
intelligentie viel zij danig op en wist het zelfs tot de formele echtgenoot van
keizer Taizhong te brengen. Tijdens de regering van haar zoon, de derde
Tang-keizer, Gaozhong, trok zij op de achtergrond aan de touwtjes. Nadat hij
vanwege zijn vermeende slechte gezondheid niet meer in staat was te regeren,
wist zij de troon vijftien jaar formeel te bezetten. Pas op tachtigjarige
leeftijd liet zij de feitelijke macht los. Als keizerin Wu Zetian bevorderde
zij het boeddhisme buitengewoon. Hiervan is de grottempel van Longmen ten zuiden van de
toenmalige Tang-hoofdstad Luoyang een blijvende getuige. De centrale boeddha-figuur in de
hoofdgrot zou grote gelijkenis vertonen met de keizerin zelf. Overigens hadden
de meeste Tang-keizers een uitgesproken sympathie voor het taoïsme.

Kop van het kolossale beeld van de Boeddha Vairocana uit de Longmen-holentempel ten
zuiden van Luoyang, provincie Henan. Het beeldhouwwerk dateert uit de 7e eeuw en
zou volgens sommigen gelijkenis vertonen met de enige vrouw, die China ooit
officieel geregeerd heeft: keizerin Wu Zetian. (Lees meer over boeddhisme in China). Foto
GeleDraak.nl 2001
Tijdens het bewind van Wu Zetian moest ook Korea de Tang als meerdere
erkennen en de status als vazal aannemen. Ook op het gebied van binnenlandse
politiek boekte zij goede resultaten met het beperken van de macht van de
aristocratie ten voordele van de brede lagen van de bevolking. Wu Zetian wordt
vaak afgeschilderd als een meedogenloze en despotische heerseres, maar is tevens
een van de meest opmerkelijke vrouwen uit de Chinese geschiedenis gebleven.

Rechts: Vrouwelijk geglazuurd Tang-figuur, gebruikt
als grafbijzetting. Luoyang Museum, Luoyang, provincie Henan.
Onder keizer Xuanzhong (r. 712 - 756) bereikte de Tang-dynastie - en daarmee
in zekere zin de hele Chinese geschiedenis - haar culturele hoogtepunt. Tijdens
zijn regering werd de hoofdstad Chang'an (het huidige Xi'an in de provincie
Shaanxi) uitgebouwd tot de meest kosmopolitische stad ter wereld en als eindpunt
van de zijderoute het centrum van een geweldig
handelsimperium. Het verder oostelijk gelegen Luoyang (in de huidige provincie
Henan) werd de tweede hoofdstad van het rijk.
Cultuur tijdens de Tang-dynastie:
poëzie en schilderkunst Op het gebied van poëzie bracht de
Tang-dynastie verschillende van China's meest gevierde dichters voort, waaronder
Li Taibai (701 - 762; ook Li Bo of Li Bai genoemd) en Du Fu (712 - 770).

Links: De dichter Libai. (Uit: "Wine and Chinese
culture" Serie "Traditional Chinese culture in Taiwan; Government Information
Office, Taiwan, 2000)
Tijdens de Tang-dynastie beleefde de schilderkunst haar eerste
klassieke fase. De schilders Wu Daozi (actief van 710 - 760) en Wang Wei (699 -
759) produceerden werken, die gelden als klassieke voorbeelden en hebben de
schilderkunst sindsdien blijvend beïnvloed. Van Wu Daozi is bekend dat hij
boeddhistische tempels in Chang'an en Luoyang gedecoreerd heeft. Van zijn werk
is echter niets bewaard gebleven. Dit geldt eveneens voor de landschapsschilder
(en tevens dichter) Wu Wei. Naast deze beide grootheden waren er gedurende de
Tang vele anderen actief van wie men de stijl kent en waarvan werken als kopiën
uit latere perioden bewaard gebleven zijn.
Op religieus gebied bewerkstelligden de kosmopolitische openheid en de
tolerantie een grote bloei van het boeddhisme en andere buitenlandse
godsdiensten binnen China's grenzen. Het is bekend dat zelfs het Christelijke
Nestorianisme door Taizhong werd bevorderd. Ook puur Chinese filosofie en
religie floreerden, met op de eerste plaats het taoïsme.
De An
Lushan-opstand Tijdens de laatste jaren van de lange regering van
Xuanzhong echter, begon de glans van de dynastie te verbleken. De keizerlijke
macht begon te verslappen: de hovelingen verwierven zich een groeiende invloed
en tenslotte ontaardde dit in een regelrechte machtstrijd om de troon.
Intrigerende hovelingen maakten zich meester van de gunst van de oude keizer. De
meest prominente hiervan was de jonge en blijkbaar onweerstaanbare keizerlijke
concubine, Yang Guifei. De keizer had alles voor haar grillen over. In de ogen
van de traditionele Chinese geschiedschrijving is zij de belichaming van de
beginnende degeneratie van de Tang-dynastie en de oorzaak van alle ellende die
nog volgen zou. Onder haar protectie kwamen dubieuze lieden op, die de macht
langzaam maar zeker uit handen van de keizer roofden. De meest beruchte onder
hen was An Lushan, een generaal van Turkse afkomst, die dankzij Yang Guifei
opklom tot de hoogste kringen aan het hof en op een gegeven ogenblik werd belast
met het commando over de beste troepen van de keizer. Dit was voor An Lushan
niet voldoende. Ondanks eerdere waarschuwingen van vertrouwelingen liet het hof
zich volkomen verrassen door een overval van de generaal, die met zijn troepen
Luoyang gemakkelijk veroverde en in hoog tempo oprukte naar Chang'an. In wanorde
verliet de keizer met zijn hofhouding de hoofdstad naar Sichuan. Onderweg werd
Yang Guifei onder druk van een muiterij in opdracht van de keizer ter dood
gebracht. Deze smadelijke vlucht is vaak in literaire werken beschreven en in
beeld gebracht. An Lushan had inmiddels de hoofdstad veroverd. Xuanzhong trad af
ten gunste van zijn zoon, die met hulp van troepen uit de provincies en legers
bestaande uit soldaten van allerlei niet-Chinese volkeren de opstand tenslotte
in 766 wist neer te slaan. An Lushan was hiervoor reeds door moord
omgekomen.

Geglazuurd keramkiek uit de
Tang-dynastie: beeld van een paard. Luoyang Museum, Luoyang (provincie
Henan).
Het einde van de
Tang-dynastie De An Lushan-opstand had een grote klap toegebracht aan
het prestige van het keizerlijke hof. Vooral de afhankelijkheid van regionale
bevelhebbers was gevaarlijk toegenomen. De keizer moest voortdurend de dreigende
dynastieke ambities van deze krijgsheren bestrijden. Opstanden braken regelmatig
uit, vooral in de noordoostelijke provincies tijdens de periode van 809 - 822.
Een ander probleem was de toegenomen agressiviteit van verschillende nomadische
stammen, die de grenzen van het rijk bedreigden. Reeds in 751 werden de troepen
van de Tang verslagen door een coalitie van Turken en Arabieren bij de
Talas-rivier in de buurt van Samarkand. Dit was ver van Chang'an. Dichter bij
huis doemden de Tibetanen op. Zij hadden in de achtste eeuw
een krachtige centrale koninkrijk gesticht, dat op expansie uit was. Na het
begin van de An Lushan-opstand trokken de Chinezen zich in 756 terug uit het
Tarim-bekken, waarbij zij het gehele westen van het vroegere Tang-rijk in handen
kregen. Een andere haard van verzet tegen de Tang lag in het zuiden, ter plaatse
van de huidige provincies Yunnan en Guizhou, waar in de tweede helft van de
achtste eeuw het sterke koninkrijk Nanzhao opgekomen was. Hoewel capabele
keizers gedurende het grootste deel van de 9e eeuw erin slaagden weer voor
stabiliteit en welvaart te zorgen, was aan het gezag van de dynastie
onherstelbare schade toegebracht. De troon was speelbal geworden van
verschillende machtsgroepen, vergelijkbaar met de laatste decennia van de Han-dynastie. Tussen 875 en
884 ging het helemaal mis bij een catastrofale opstand die uitgebroken was in
het hart van het rijk als gevolg van hongersnood. Deze opstand, genoemd naar
zijn leider Huang Zhao, ging als een lopend vuur door het hele rijk. Vooral het
tot dan toe redelijk gespaarde zuiden van het rijk kreeg het zwaar te verduren.
Ook dit keer moest het hof naar Sichuan vluchten. Hoewel de keizer na het
neerslaan van het oproer in 884 weer in Chang'an terugkeerde had het hof alle
macht verloren. Na een jarenlange machtstrijd tussen verschillende op de troon
beluste krijgsheren, zette een van hen, Zhu Wen, de laatste keizer in 907 af en
benoemde zichzelf tot keizer van de nieuwe (Latere) Liang-dynastie, die slechts
tot 914 bestond. Hiermee begon een periode van voortdurende wisseling van
dynatieën, die bekend staat als de Vijf
Dynastieën (907-960).
Laatst gewijzigd op:
29-1-2006
|