|
De Vijf Dynastieën en Tien koninkrijken
(907-960)
Gedurende de desintegratie van de Tang-dynastie
(618-907), die begonnen was na de opstand van Huang Chao in 884, en afgerond bij
de formele val van deze dynastie in 907, brak er in China een periode aan,
waarin tot 960 het Chinese cultuurgebied verdeeld was over een groot aantal
instabiele staatjes. Regeringshuizen en grenzen veranderden voortdurend. De
officiële Chinese geschiedschrijving heeft een vijftal opeenvolgende kortlevende
dynastieën in het noorden - meestal met als hoofdstad Kaifeng (huidige provincie
Henan) - tot de legitieme bezetters van de keizerlijke
troon verklaard. In het zuiden bestonden er eveneens een tiental min of meer
stabiele onafhankelijke rijkjes, die naast en na elkaar bestonden.
De periode van ongeveer 53 jaar tussen de Tang- en Song-dynastieën wordt
wel voluit "Vijf Dynastieën en Tien koninkrijken" genoemd. In 960 vond
er weer een dynastiewisseling plaats in het noorden. Na een muiterij werd de
hoogste militaire commandant van de Latere Zhou (951-960), Zhao Kuangyin, tot
keizer uitgeroepen. Hij werd de eerste keizer van de Song-dynastie. In tegenstelling tot zijn vijf voorgangers
was deze dynastie zeer stabiel en heeft het rijk weer verenigd. Met name door
grote prestaties op cultureel en filosofisch terrein, heeft de Song-dynastie een
belangrijke plaats in de Chinese geschiedenis veroverd. De meeste
veranderingen op filosofisch en cultureel gebied, die tijdens de Song-dynastie
zo sterk op de voorgrond traden, vonden hun oorsprong al tijdens de periode van
de Vijf Dynastieën. Zo kon er in deze periode als gevolg van de ontwikkeling van
de blokdrukkunst, een grote verspreiding plaatsvinden van de klassieke
confucianistische geschriften en latere commentaren. Hierop bouwde het
examenstelsel en het neo-confucianisme voort, waarmee
de Song-dynastie haar grote faam bereikte. Ook in kunsthistorisch opzicht
werden er in deze tijd grote ontwikkelingen in gang gezet, met als voorbeeld de
opkomende landschapschilderkunst.

Kaartje van China ten tijde van de Latere
Zhou-dynastie (951-960) het einde van de periode van de Vijf Dynastiën, aan de
vooravond van de re-unificatie onder Song-dynastie. Let op het gebied ten zuiden
van de Grote Muur ter plaatse van het huidige Beijing, dat door de 'barbaarse'
Liao (Khitan-volk) bezet was. (De zwarte lijnen stellen de huidige
grenzen van de Volksrepubliek voor.) Bron: "An historical atlas of China", A.
Herrmann, New edition 1966.
De Vijf Dynastieën De formele Vijf
Dynastieën worden al volgt ingedeeld:
Latere Liang (907 -
923) Latere Tang (923 - 936) Latere Jin (936 - 947) Latere Han (947 -
951) Latere Zhou (951 - 960)
De Latere Jin-dynastie heeft in 936 een groot gebied in het
noord-oosten binnen de Grote Muur afgestaan aan de Khitan. Dit semi-nomadische
volk had in 907 ten noorden van de Muur de Liao-dynastie gesticht. Het afgestane
gebied werd de '16 prefecturen' genoemd en omvatte onder andere het huidige
Beijing. Het streven om de 16 prefecturen te heroveren heeft later (vooral
tijdens de Song-dynastie) voor veel problemen gezorgd. In de eerste plaats
vanwege de confrontatie met de Liao en in de tweede plaats door de heftige
binnenlandse controverse over het nut van een dergelijke onderneming.
De "Tien Koninkrijken" in het
zuiden: * Vroege Shu (907 - 925); in het huidige Sichuan *
(Latere) Shu (934 - 965); in het huidige Sichuan * Zuidelijke Ping (Nan Ping,
Jing Nan) (907 - 963) in het huidige Hubei * Chu (927 - 956); in het huidige
Hunan * Zuidelijke Tang (937-975) in het huidige Jiangxi en Zhejiang * Wu
yue (907-978); Zhejiang * Min (907-946); Fujian * Zuidelijke Han
(907-971); Guangzhou en Guangxi.
Laatst gewijzigd op:
27-10-2005
|