|
 De
Song-dynastie (960-1279)
Inleiding Glorie van de Song Politieke geschiedenis van de
Noordelijke Song-dynastie Problemen in het noorden Het einde van de Song-dynastie Problemen van de Song-regering Economie Neo-confucianisme Culturele verdiensten
Inleiding De Song-dynastie
neemt een aparte plaats in in de Chinese geschiedenis: Het territorium was
relatief klein en omvatte alleen gebieden, die bewoond werden door etnische
Chinezen. In de twaalfde eeuw zou dit territorium nog kleiner worden toen de
Song-dynastie het noorden van het rijk onder militaire druk moest afstaan aan de
Jin-dynastie, gesticht door nomaden uit het noorden. De periode voor deze
gebeurtenissen noemt men de Noordelijke Song-dynastie
(960-1127), toen Kaifeng (in de huidige provincie Henan), destijds Bianliang genoemd, de hoofdstad
van het rijk was. Deze hoofdstad moest rond 1127 worden opgegeven ten gunste van
het meer zuidelijk gelegen Hangzhou (in de huidige provincie Zhejiang). Vanaf
1127 tot 1279, toen ook dit deel van het rijk onder de voet gelopen werd door
weer andere barbaren uit het noorden (de Mongolen), spreekt men van
Zuidelijke Song-dynastie.

Het kaartje toont de grenzen van de Noordelijke
Song-dynastie (960-1127) en zijn buren. Ten noorden van de Song bevond zich het
rijk van de Liao, dat tijdens de voorafgaande periode van de Vijf Dynastieën een aanzienlijk gebied binnen de Grote Muur, de "16
prefecturen", in handen gekregen hadden. Dit gebied omvatte o.a. de stad Yen,
het huidige Beijing. Ten westen van het Song-rijk heersten Tibetaanse nomadische
stammen, de Tanguten (of Tangoeten). Ter plaatse van de huidige provincies Gansu
en Ninxia, hadden zij een stabiel rijk gesticht, de Xi Xia (="Westelijke
Xia"). In het zuid-oosten (ongeveer ter plaatse van de huidige provincie
Yunnan lag het semi-chinese rijk Nanzhao, dat al
sinds 751 zelfstandig was. Het centrum van dit rijk was de stad Dali. De
zwarte lijnen op de achtergrond zijn de grenzen van de huidige volksrepubliek en
moderne provincies.
De glorie van de
Song-dynastie Ondanks de militaire zwakte
was de Song een sterke en stabiele dynastie. Het rijk werd centraal bestuurd
door een elite van geleerde ambtenaren, opgeleid in de klassieke Chinese werken.
Voor hun carrière moesten ze strenge staatsexamens afleggen. Dit
examenstelsel stimuleerde de bestudering en interpretatie van de klassiek
teksten. Dit had weer een ware wedergeboorte van het confucianisme tot gevolg,
een filosofie die tijdens de Song-dynastie een bijzondere ontwikkeling
doormaakte en sindsdien bekend staat (in het westen) als neo-confucianisme. De professionele bestuurders
hadden - onder andere als uitvloeisel van de heersende neo-confucianistische
doctrine - oog voor economie en de noodzaak de boeren een draaglijk bestaan te
bezorgen. Opstanden waren tijdens de Song-dynastie zeldzaam en zijn nooit een
gevaar voor het centrale gezag gebleken. De plaatselijke economieën bloeiden als
nooit tevoren zowel tijdens de noordelijke als tijdens de Zuidelijke
Song-dynastiën. Kaifeng was in zijn tijd een metropool en er bestond geen stad
in de wereld met een vergelijkbare rijkdom als Hangzhou, ten tijde van de
Zuidelijke Song-dynastie. Zelfs lang na de val van de dynastie bleef de bloei
voortduren, zoals we weten van Marco Polo. Onder invloed van vrede en voorspoed
bereikte de bevolking rond 1100 een omvang van ongeveer 100 miljoen zielen, een
peil dat de Tang-dynastie (618-907)ondanks haar grotere territoriale
uitgestrektheid niet bereikt heeft. De Song-regeringen voerden een
pacifistische politiek, maar waren gedwongen een immens groot leger op de been
te houden. Het pacifisme was echter niet onomstreden: Eindeloze politieke
debatten en strijd over de plicht om al of niet de door barbaren veroverde
gebieden te heroveren kenmerken de gehele periode. Door deze spanningen bracht
de Song de grootste helden en slechterikken uit de Chinese geschiedenis
voort. Meer dan elke andere dynastie was de Song gebaseerd op intellectuele
en kunstzinnige waarden. Vooral schilderkunst en kalligrafie maakten een grote bloei door,
waaraan ook de keizers actief deelnamen. Onder hen bevonden zich grote
artistieke talenten. Vooraan stond keizer Huizhong (r. 1100-1126), zelf een
meester in kalligrafie en schilderkunst. Niet minder beroemd zijn de prestaties
op het gebied van de ontwikkeling van het porselein. Op het gebied van de
filosofie bereikte het confucianisme zijn klassiek hoogtepunt, in de vorm van
het reeds genoemde neo-confucianisme. Het neo-confucianisme introduceerde
meta-fysische (buiten de waarneembare werkelijkheid staande) elementen aan de
oorspronkelijke confucianistische leer. Hierbij werd veel van het gedachtegoed
van het taoïsme en van het
boeddhisme geïncorporeerd.
Sinds de Song is deze vorm van het confucianisme de gangbare norm gebleven en op
de rug van het examenstelsel de officiële doctrine van elke keizerlijke
regering. (Met uitzondering van de heersers van de Mongoolse Yuan-dynastie, die tijdelijk
het boeddhisme, met name lamaïsme, als staatsfilosofie bevorderden.) In
vergelijking met de andere grote Chinese dynastieën was de Song-dynastie
bovendien tolerant en humaan. Interne politieke tegenstellingen, nederlagen of
gewoonweg slecht functioneren van bepaalde hoogwaardgheidsbekleders of partijen
leidde niet tot strenge straffen, zoals de doodstraf, maar meestal tot mildere
vormen van bestraffing, zoals verbanning. Gezien de telkens weer oplaaiende
interne debatten en factiestrijd, een fenomeen waar menige grote
Song-intellectueel mee te maken kreeg.

Stenen wachters bewaken de resten van een van de
keizerlijke mausolea van de
Song-dynastie, nabij de stad Gongyi, provincie
Henan. Een oase van rust
Politieke geschiedenis van de
Noordelijke Song-dynastie De eerste keizer van de Song-dynastie, Zhao
Kuangyin (928-976) was oorspronkelijk generaal, in dienst van de Latere
Zhou-dynastie (951-960). Hij werd op weg naar het noorden om tegen de Khitan van
de Liao-dynastie te vechten, geconfronteerd met muiterij onder zijn troepen. De
muitende officieren riepen hem tot keizer uit, waar hij na enige aarzeling -naar
men zegt - door de omstandigheden gedwongen, mee instemde. Het is onbekend in
hoeverre hij hierin zelf de hand had. Bekend onder de postume naam Taizu, ging
de nieuwe keizer voortvarend te werk en onderwierp (meestal zonder veel strijd)
de meeste van de overige zuidelijke zelfstandige staten. Het feit dat de
Song-dynastie de eenheid van het gehele rijk wist te herstellen is te danken aan
een aantal factoren, waarvan er tenminste twee op de voorgrond traden: Ten
eerste regelde Taizu dat alle hoge militairen aan wie hij zijn troon te danken
had, met rijke giften overladen, vrijwillig met pensioen te gaan. Hiermee was
hij af van potentiële coupplegers. Ten tweede stond hij overwonnen vorstenhuizen
toe waardigheid, weelde en een zekere macht te behouden. Als derde
doortastendheid zou men kunnen toevoegen, dat het een consequente politiek van
deze keizer en zijn opvolgers - gedurende de hele Song-dynastie - was, om het
bestuur aan professionele ambtenaren over te laten. Hiermee werd de opkomst van
een feodale bovenlaag in de kiem gesmoord en gaf het dekeizer aan de top van
deze pyramide, welhaast de alleenheerschappij. In tijden van zwakke keizers
(tijdens het grootste deel van de Zuidelijke Song-dynastie) deelde meestal de
hoogste ambtenaar, de kanselier of eerste minister, de lakens uit. De broer
van Taizu, de tweede Song-keizer, Taizong, rondde de veroveringen in het zuiden
af. Pogingen om de Liao- en de Xi Xia-dynastieën onder controle te krijgen
liepen steeds slecht af. In 1004 werd vrede met Liao gesloten, waarbij de Song
zich zelfs de positie als vazal moest laten welgevallen en zich verplichtte een
jaarlijkse tribuut te betalen. Hiermee was de staat van oorlog tussen beide
rijken nog niet ten einde. Verschillende malen raakten ze slaags zonder
resultaat van betekenis voor elk van de partijen.
Problemen uit het noorden: het verlies
van Noord-China In het begin van de twaalfde eeuw verrees vanuit het
noordoosten de Jin-dynastie (Jin = "gouden"), die in 1115 een eigen
keizerrijk geproclameerd had. Deze dynastie van 'proto-Mantsjoes', Jurchen,
semi-nomaden breidde haar territorium snel uit ten koste van de Liao. (De
nakomelingen van deze stam, de Mantsjoes zouden later de laatste Chinese
keizerlijke dynastie, de Qing-dynastie (1644-1912) stichten). De
Song-dynastie, onder keizer Huizong (r. 1100-1126), beging de blunder een pakt
met Jin tegen Liao te sluiten. Nadat met gezamelijke inspanning Liao in 1125
verslagen werd, bleek Jin een geduchtere tegenstander voor de Song dan haar
voorganger. Oorspronkelijk probeerde de Song van de vernietiging van de Liao
gebruik te maken door de '16 prefecturen' in het noorden te bezetten. Dit was
echter geen deel van de overeenkomst met Jin. Deze sloeg terug en Kaifeng werd
belegerd en veroverd. Keizer Huizong trad af ten gunste van een van zijn zonen.
Het conflict escaleerde de jaren daarop nog verder. Jin-troepen drongen ver door
op het Song territorium. Bij de verwoesting van Kaifeng in 1127 werden de nieuwe
keizer en zijn vader, de ex-keizer Huizong, gevangen genomen.

Kaartje van de begrenzing van de Zuidelijke
Song-dynastie omstreeks 1141. In het noorden heeft de Liao-dynastie plaats
moeten maken voor de Jin-dynastie, voortgekomen uit de proto-mantsjoe
Jurchen-stam. De Song-dynasty heeft sinds 1127 heel Noord-China moeten
prijsgeven aan Jin. (Zwarte lijnen: grenzen van de huidige
Volksrepubliek)
De gevechten gingen door met wisselend succes. Een Song-generaal Yue Fei (of
Yo Fei) wist rond 1130 Luoyang en grote stukken in de omtrek te heroveren. In
1142 werd er echter vrede gesloten, vooral door het toedoen van de kanselier Qin
Kuei. Hierbij werd, ondanks de successen van Yue Fei, het gehele stroomgebied
van de Gele Rivier afgestaan. Yue Fei werd geëxecuteerd -mogelijk als deel van
de overeenkomst-. Hij wordt nog steeds geëerd als de grote held van de Chinese
zaak, Qin Kuei daarentegen voorgesteld als de boef in het drama. De
Song-dynastie werd voortgezet als rompstaat, de Zuidelijke Song-dynastie
(1127-1279), met vanaf 1138 als hoofdstad Hangzhou (in de huidige provincie
Zhejiang). Ook de Zuidelijke Song-dynastie kende grote economische welvaart en
zette evenals haar noordelijke voorganger haar rol als stimulator van kunst en
filosofie, voort. Een herhaling van deze geschiedenis deed zich bijna 100
jaar later voor, toen de Mongolen onder Djenghiz Khan (1167-1227) hun
veroveringstocht begonnen. In 1215 viel Peking en in 1227 werd het Xi Xia-rijk
van de aardbodem weggevaagd. Ook ditmaal verbond Song zich met een nieuwkomer,
ditmaal de Mongolen, om de bestaande vijand (de Jin) te bestrijden. Ook nu was
het resultaat catastrofaal.

Hierboven een rubbing van een fragment van een tekst
geschreven in het karakterschrift van de Xi Xia. De Chinees-Tibetaanse cultuur
van het Xi Xia-rijk is in 1227 zo grondig door de Mongolen verwoest, dat er
vrijwel niets van over is gebleven. Hoewel de karakters op het eerste gezicht
lijken op Chinese schrifttekens, zijn ze hiervan verschillend. Ondanks de
schaarste aan materiaal is het schrift van de Xi Xia bekend op grond van
overgebleven Chinees-Tangut woordenboeken. Ter nagedachtenis aan de
Tangut-taalonderzoekster Xenia Kepping is een
site met meer informatie over het Tanguts te vinden (merendeels Russisch,
deels Engels). De rubbing
is afkomstig van het provinciale museum van Ningxia.
Het einde van de
Song-dynastie Na de val van Jin in 1234, richtten de Mongolen
-die nu hun eigen Yuan-dynastie stichtten - de aanval op de Zuidelijke Song.
Jarenlang heeft de heroïsche strijd geduurd. Het was de tijd van de
legendarische onverzettelijke dichter en kanselier Wen Tianxiang (1236-1283),
die zich tot het laatst bleef verzetten tegen de Mongoolse overheersing en
uiteindelijk in Mongoolse gevangenschap omkwam. Het meest bekend is hij geworden
door zijn gedicht met de titel "Zhengqi", hetgeen vertaald kan worden als "Fiere
kracht". In 1276 viel Hangzhou en in 1279 verdronk de laatste keizer van de Song
nabij Guangzhou (Canton), waarmee een einde kwam aan de Song-dynastie.

Een rubbing met de spreuk "Zhengqi" (= "Fiere
kracht"), titel van het gelijknamige gedicht van Wen Tianxiang uit de nadagen
van de Song-dynastie, gewikkeld in een heroïsche strijd met de Mongolen. Het
linker karakter, Qi, is hetzelfde als gebruikt wordt in de neo-confucianistische metafysica. Het wordt
meestal doo 'energie' of 'materie' vertaald.
De problemen van het
bestuur tijdens de Song-dynastie Het centrale door
ambtenaren uitgevoerde gezag met aan de top de almachtige keizer, had in het
begin geen moeite effectief belasting te heffen. Vooral door de bloeiende handel
stroomden grote sommen geld in de keizerlijke staatskas. Vanaf de tweede helft
van de 11e eeuw deden zich echter door de snel stijgende overheidsuitgaven
steeds ernstiger wordende tekorten voor. Deze uitgaven waren noodzakelijk om de
kosten van het sterk gegroeide ambtenarenapparaat en de uitgaven voor defensie
te betalen. De groei van belastinginkomsten stagneerde omdat vele zelfstandige
boeren (een belangrijke inkomstenbron voor de staat) in de macht geraakten van
grootgrondbezitters en woekeraars. Om het tij te keren heeft Wang Anshi, die de
functie van eerste minister uitoefende van 1069 tot 1076, een aantal ingrijpende
hervormingen doorgevoerd. Deze maatregelen dienden onder andere ter bescherming
van de kleine boeren. Zij waren o.a. gericht op prijsstabiliteit, goedkope
leningen en afschaffing van corvees. Daarbij werden belastingen op het
grondbezit verzwaard. Om de defensie meer efficient te maken, verdeelde hij
paarden aan boerengemeenschappen, die daarvoor als tegenprestatie de cavalerie
moesten versterken in geval van oorlog. Ook hervormde hij het examenstelsel naar
meer op de bestuurspraktijk gerichte vraagstukken. De hervormingen van Wang
Anshi zijn fel van conservatieve kant bestreden, niet alleen in zijn eigen tijd
en gedurende de hele 12e eeuw, maar tot in de 20e eeuw aan toe bleef de
controverse om deze hervormingen voortwoeden. Uiteindelijk zijn de hervormingen
te radicaal gebleken en teruggedraaid.
Economie De economie van de
Song kenmerkt zich vooral door de handel, met name de overzee. De havenstad
Quanzhou ("Zaiton" in de verhalen van Marco Polo) in de provincie Fujian was de
grootste in omvang op de toenmalige planeet. Schepen met handelswaar voeren naar
alle windstreken. De complexe economische activiteiten maakten een stabiel en
efficient monetair stelsel nodig. De Song-dynastie kende een grote uniformiteit
in muntuitgaven. Befaamd
zijn de bronzen cash-munten, gestandaardiseerd in grootte en waarde, die in
massale aantallen met vele verschillende jaartitels, vaak in verscheidene
schriftsoorten uitgevoerd, geproduceerd zijn. Tijdens de Zuidelijke
Song-dynastie deed bovendien het papiergeld als betaalmiddel intrede.
Het neo-confucianisme tijdens de
Song-dynastie Van alles wat de Song-dynastie voortgebracht heeft, is
de bijdrage aan de confucianistische filosofie, in het westen neo-confucianisme genoemd,
wellicht het meest invloedrijk geweest voor de latere geschiedenis van China.
Onder invloed van het examenstelsel maakte het confucianisme tijdens de
Song-dynastie een nieuwe creatieve fase door, die deze filosofie een volledig
ander gezicht gaf. Zo werd er een meer filosofische uitleg aan de oude klassieke
(confucianistische) teksten gegeven en werden metafysische elementen, o.a.
geïnspireerd vanuit taoïsme en boeddhisme, ingevoerd. De Song-dynastie bracht
in een kort tijdsbestek een aantal van de meest eminente filosofen voort, die
het Chinese rijk ooit gekend heeft. De uitleg door deze stroming aan de
klassieke teksten gegeven, kreeg absolute autoriteit. Aangezien het
examenstelsel, dat diende ter recrutering van de belangrijke ambtenaren, geheel
was gebaseerd op de kennis en interpretatie van de klassieken, had het
neo-confucianisme hierdoor ook een dominerende invloed op het hele staatswezen,
niet alleen tijdens de Song maar ook op de navolgende dynastiën, tot het einde
van het keizerrijk.
Culturele verdiensten Op de
lijst met grote verdiensten van de Song-dynastie op cultureel gebied, prijken
schilderkunst, porseleinfabricage en kalligrafie als meest prominent.
Schilderingen van landschappen, waarvan de bloei al tijdens de Vijf Dynastieën was ingezet,
behoren tot de specialiteiten van de Song-dynastie. Volgens sommige
kunsthistorici, niet meer overtroffen in latere tijden. Hetzelfde kan gezegd
worden van de kalligrafie, waarin de Song eveneens een onevenredig hoog aantal
van de grootste meesters voortbracht. In dit verband moet ook weer keizer
Huizong (r. 1100 - 1126) genoemd worden, die zich op het gebied van
schilderkunst en kalligrafie kon meten met de niet geringe meesters van zijn
tijd. Ook bij de ontwikkeling van de techniek voor het produceren en
vormgeven van porselein werden tijdens deze dynastie unieke prestaties verricht.
Het kenmerkende porselein van de Song was dun, doorschijnend en monochroom. De
techniek van het glasuren bereikte een peil dat later niet meer werd
overtroffen. Ook de productie nam geweldig toe, omdat overal (vooral in de
zuid-westelijke kuststreken) nieuwe porseleinbakkerijen als paddestoelen uit de
grond oprezen. Er ontstonden verschillende, vaak streekgebonden, specialiteiten,
die overal grote aftrek vonden.

Kalligrafie (fragment) van de hand van keizer
Huizong
Laatst gewijzigd op:
7-3-2006
|