|
De Yuan-dynastie (1279-1368)
De Yuan-dynastie (1279-1368) heeft geen goede naam bij Chinese
geschiedschrijvers. Het was een dynastie van barbaarse - Mongoolse -
overheersers, die hun autoriteit door middel van gewelddadige onderdrukking
handhaafden. Toch was er over het algemeen, en met name op gebieden
van cultuur en bestuur, sprake van continuïteit en zelfs vooruitgang. Bovendien
stond China tijdens de Yuan wijd open voor invloeden van buiten. De
Yuan-dynastie maakte deel uit van het Mongoolse rijk, maar werd vanaf de tijd
dat Kubilai Khan de dynastie formeel proclameerde (1279) zelfstandig bestuurd
vanuit Dadu, het huidige Beijing.

Kaartje van het rijk der Mongolen ten tijde van de
grootste expansie, rond 1290. In die tijd was het rijk feitelijk al
uiteengevallen in een aantal deelrijken, waar de nazaten van Djenghiz Khan de
macht uitoefenden. Het rijk van Kubilai - het territorium van de Yuan-dynastie -
is in fel geel weergegeven. Bron: "An historical atlas of China", A.
Herrmann, New edition 1966.
Verovering van China door Yuan De grondlegger
van het Mongoolse rijk was Temüjin (1167-1227), die in 1206 door de Mongoolse
stamhoofden de titel Djenghiz Khan (='universeel stamhoofd') verkreeg. Onder
deze naam staat deze medogenloze veroveraar over het algemeen bekend. Na zijn
benoeming wist hij in korte tijd een groot rijk te veroveren, dat zich ten tijde
van zijn dood uitstrekte van het huidige Mongolië, Noord-China, Centraal Azië,
Zuid-Rusland tot aan de grenzen van het islamitische Abassieden rijk. Onder zijn
opvolgers groeide het rijk verder uit tot in het Midden-Oosten en Oost-Europa
aan toe. Ook werd geheel China veroverd (afgerond in 1279). Pogingen om Japan te
veroveren (in 1275 en 1292) mislukten echter. Al met al is het Mongoolse
rijk voor wat betreft uitgestrektheid ongeëvenaard in de
wereldgeschiedenis.

Rechts: Portret dat Djenghiz Khan
voorstelt.
Djenghiz Khan wist in campagnes van 1204 tot 1209 het Tibetaanse
Tangoetenrijk Xi Xia in het westen van China te veroveren. De Xi Xia kwamen in
1227 nog eenmaal in opstand. Bij de onderdrukking hiervan werden de
overblijfselen van dit rijk volkomen vernietigd en de bewoners op grote schaal
uitgemoord. Dit gebeurde zo grondig dat er nauwelijks nog een spoor te vinden is
van dit eens zo bloeiende rijk aan de rand van het gebied van de
Song-dynastie.
De Jin-dynastie in het noorden van China werd in een
oorlog van 1211 tot 1215 onderworpen. De machthebbers van de Zuidelijke Song-dynastie waren zo
onverstandig de Mongolen hierbij een handje te helpen. Ze realiseerden zich niet
dat zij weldra zelf aan de beurt waren. Toch heeft de strijd om het gebied van
Zuidelijke Song nog jaren geduurd en is door de Chinezen op heldhaftige wijze
gevoerd.
In 1271 stichtte een van de meest competente van de kleinzonen
van Djenghiz Khan, Kubilai (1215-1294), de Yuan-dynastie. ("Yuan" betekent
"Begin".). Hij had reeds in 1264 de hoofdstad van het Mongolenrijk verplaatst
van Karakorum in Mongolië naar Dadu (Beijing, door Marco Polo, Khanbalik="stad
van de Khan" genoemd).

Links: Gestileerd portret van Kubilai
Pas in 1276 werd de zuidelijke hoofdstad Hangzhou veroverd en in 1279 kwam de
laatste keizer van de Zuidelijke Song-dynastie nabij Guangzhou (Kanton) in de
strijd door verdrinking om het leven. Hiermee was de Song-dynastie definitief
aan haar einde gekomen.
Culturele bloei tijdens de Yuan-dynastie De
Yuan-dynastie beleefde een continuering van de bloei van de schilderkunst, die
reeds tijdens de vorige dynastieën (Vijf Dynastieën en Song-dynastie) ingezet was. Hetzelfde kan
gezegd worden over de techniek van de vormgeving en productie van monochroom
geglazuurd keramiek (porselein), die tijdens de Yuan, evenals de tijdens
voorafgaande periode, een artistiek en technisch hoogtepunt beleefde. Ook op
literair gebied heeft de Yuan voor opmerkelijke prestaties gezorgd: Toneel in de
volkstaal kwam op en ontwikkelde zich sterk (en bereikte grote hoogte tijdens de
op de Yuan-dynastie volgende Ming-dynastie). Op filosofisch en religieus
terrein begunstigde het Yuan-hof het Tibetaanse boeddhisme. Vanwege de uitgestrektheid van
het rijk en betrekkelijk open grenzen en verbindingen werden internationale
contacten bevorderd en bloeide de handel. Zeehavens, zoals Quanzhou in Fujian,
waren centra van intensieve uitwisseling van goederen uit alle uithoeken van de
bekende bewoonde wereld. Handelaren uit alle windstreken hadden er zich min of
meer permanent gevestigd. De Yuan-heersers maakten vaak gebruik van deze
vreemdelingen als adviseurs en agenten. De buitenlandse gemeenschappen (Joden,
Arabieren, Oeigoeren en Europeanen) werden actief betrokken bij het bestuur en
de economie van het rijk. In deze tijd (1274-1281) maakte Marco Polo zijn
beroemde reis. Het kosmopolitische karakter van de Yuan-dynastie is
vergelijkbaar met de openheid tijdens de Tang-dynastie en verschilt met de naar binnen
gekeerdheid van de opvolgende Ming- en Qing-dynastieën.
Verval en einde van de Yuan-dynastie Tijdens de
eerste twee keizers van de de Yuan, Kubilai en zijn kleinzoon Temür, was het
bestuur krachtig. Hierna,
vanaf ongeveer 1328, werd het hof steeds meer geplaagd door machtstrijd en
intriges. Zoals vaak in de Chinese geschiedenis vonden er tegelijkertijd ook
grote natuurrampen plaats met catastrofale gevolgen, waartegen het hof onmachtig
was iets uit te richten. Uit wanhoop braken er een aantal hardnekkige en
grootschalige opstanden uit, die tenslotte zodanig uit de hand liepen, dat de
dynastie in een niet meer te stoppen verval raakte.
Rechts:Portret van Temür (keizer Chengzong,
1295-1307).
De meest succesvolle opstandeling was Zhu Yuanzhang, een man van gewone
afkomst, die vanuit Nanjing zijn machtsbasis ten koste van andere rebellen en de
Yuan-machthebbers, steeds verder wist uit te breiden, totdat hij in 1368 met de
verovering van Peking de laatste resten van de Yuan-dynastie uit China verdreef.
Hij beklom de troon als eerste keizer van de Ming-dynastie, Ming Taizu, beter bekend - onder
de naam van zijn regeringstitel - als de Hongwu-keizer.
Laatst gewijzigd op:
19-9-2006
|