In 2004 beleefden we een kleine hausse in wervingsacties voor
beleggingsmogelijkheden in China. De groeicijfers in China zijn indrukwekkend,
maar is China voor beleggers werkelijk zo interessant? Erik
Bregman, directeur van beleggingsadviesbedrijf IMS (Institutional
Management Services) B.V., zet daar de nodige kanttekeningen bij. Staar u niet
blind op China, bespeel liever Azië als één geheel, zo betoogt hij op deze
gastschrijverspagina.
27 september 2004; door: Erik Bregman, directeur van IMS Institutional
Management Services B.V. (website:
IMS online.nl).
Wervingsacties Het moet een maand of twee, drie
geleden zijn geweest. In de stapel post die ik uit mijn brievenbus haalde, zaten
twee drukwerkjes van uitgevers van financiële bladen die mij kennelijk ooit tot
hun doelgroep hebben gebombardeerd. Een schijnbaar levenslang gratis
proefabonnement is dan je deel. Ik kon de verleiding niet weerstaan om te zien
of er voor mij interessante artikelen in stonden. Je blijft uiteindelijk
beleggingsadviseur en een gezonde dosis nieuwsgierigheid is een moeilijk te
onderdrukken karaktereigenschap. Mijn oog viel direct op een ingesloten
foldertje dat met wervende teksten een beleggingsproduct voor de Chinese markt
aanbood.
Natuurlijk las ik verder. Samen met enkele van mijn collega's ben ik met ons
bedrijf IMS sinds 1991 en ruim daarvóór al pleitbezorger voor belegging in de
Aziatische regio. Ik kan u vertellen dat de institutionele beleggers die we al
die jaren met ons verhaal benaderden niet altijd even enthousiast waren over
onze ideeën en voorstellen. Waren ze dan zo hemelbestormend? Ja, misschien wel,
zeker eind jaren tachtig van de vorige eeuw. Wij probeerden onze doelgroep,
pensioenfondsen, verzekeraars en banken, duidelijk te maken dat beleggen in Azië
meer was dan alléén beleggen in Japan. Dat Japan synoniem was voor Azië was de
grote misvatting. Voor ons was het zo klaar als een klontje dat de Aziatische
regio buiten Japan in de voor ons liggende decennia een economische, sociale en
politieke aardverschuiving teweeg zou brengen. Het was zaak om tijdig de bakens
te verzetten en als belegger te profiteren van de mogelijkheden die deze regio
te bieden heeft. 'Tijdig' is het kernwoord. Bij beleggen komt het immers vooral
neer op timing. Technische analyse is als ik het goed begrepen heb zelfs geheel
gebaseerd op dit fenomeen, maar dat terzijde. Op tijd enthousiast worden voor
iets en vooral niet met de massa meelopen, dat is het parool. Dus ook op tijd
verkopen.
In de periode dat ik nog voor een groot pensioenfonds werkte zei mijn
toenmalige directeur eens op een seminar: "Het gaat bij beleggen toch gewoon om
laag kopen en hoog verkopen….". Hij kreeg de lachers op zijn hand, maar zei iets
dat serieus bedoeld was. Helaas wordt deze simpel ogende strategie door
beleggers steeds minder toegepast.
Timing Even terug naar de aanbieding van het
Chinese beleggingsproduct. Het heeft alles met timing te maken. Op het moment
dat wij onze klanten adviseerden om hun Chinese belangen (inclusief Hong Kong)
af te bouwen en om de vrijgekomen middelen te herbeleggen in Japan - we spreken
over eind februari 2004 - werden particuliere beleggers, overigens echt niet
alleen via de folder die ik ontving, opgeroepen om de als zeer interessant
bestempelde Chinese markt te betreden. De aanbiedingen komen meestal van
partijen waarvan de expertise over de door hen aangeprezen markt op z'n minst
twijfelachtig is. Particuliere beleggers worden met een snelle marketing, mooie
woorden en dito rendementen verleid, terwijl de markt in kwestie al aan een
enorme correctie bezig is.
Chinese groeicijfers Goed, we moeten dus
voorzichtig zijn met China en de beurs heeft er een enorme klap gekregen. China
dus maar verder vergeten? Nee, juist niet, alleen moet de rol van China die
enorm belangrijk is en nog veel belangrijker zal worden, op een andere wijze
worden geïnterpreteerd. Begin dit jaar stond de belangstelling voor China in de
media op ongekende hoogte. Er was dan ook sprake van een fenomenaal groeitempo
in dat land. Een bbp-groei van gemiddeld 9,3% tussen 1978 en 2003, tegen 3,2% in
de VS zegt wel iets. De buitenlandse investeringen sloegen met USD 57 miljard in
2003 alle records. De Chinese export is de afgelopen 5 jaar in omvang
verdubbeld.
Anders dan velen denken, zijn import en export in China met elkaar in balans;
beide bedragen rond de USD 500 miljard per jaar. Overigens is voor iedere USD
100 aan Chinese export USD 50 afkomstig uit Azië. Dat verklaart direct het
Chinese handelstekort met haar Aziatische buurlanden. Nu na de toetreding tot de
Wereldhandelsorganisatie de grootste inhaalslag op het gebied van
kapitaalinvesteringen achter de rug is, zijn het de consumentenbestedingen die
de groeimotor aanwakkeren. De groei heeft in China een belangrijke motivatie;
het gaat om sociale stabiliteit, ofwel werkgelegenheid en voedsel.
Er is de afgelopen 25 jaar sprake van een tweede industriële revolutie,
waarbij 500 miljoen Chinezen zijn geïndustrialiseerd. Er is in de steden een
ware bouwexplosie gaande, nadat er in 50 jaar communistisch bewind nauwelijks
bouwactiviteiten zijn geweest. Om de noodzakelijke groei te kunnen bereiken, is
China van systeem veranderd. Het is in zeer korte tijd overgegaan van
staatsgeleide economie naar marktsocialisme. De enorme Chinese productiemachine
draait op volle toeren en groeit nog steeds, niet in de laatste plaats omdat er
nog altijd 150 miljoen werklozen zijn. Er is in China weliswaar duidelijk minder
absolute armoede dan toen de modernisering en de liberalisering begon, maar
daarvoor wordt een prijs betaald. De kloof tussen arm en rijk heeft zich in
korte tijd van nauwelijks aanwezig tot de grootste ter wereld ontwikkeld. Dit
brengt ontwrichtende elementen met zich mee, vandaar de haast om de welvaart zo
snel mogelijk over de bevolking te verdelen.
Overheidsingrijpen Door de inhaalslag in
kapitaalsinvesteringen na de toetreding tot de WTO is er een piek ontstaan in de
vraag en dus ook in de prijs van productiemiddelen, grondstoffen en
bouwmaterialen. Dit beperkt ook het winstpotentieel, want hogere prijzen kunnen
niet altijd op de afnemers worden afgewenteld. Om het groeitempo beheersbaar te
houden is de overheid met een rem op overinvestering in de 4 snelst groeiende
sectoren gekomen. Dit zijn staal, aluminium, cement en vastgoed. Het is niet
alsof de ruggengraat van de mondiale groei daarmee geknakt is, al reageerden
sommige beleggers wel zo.
China heeft de eisen m.b.t. bankreserves verhoogd en concentreert zich nu
vooral op bedrijven met hoge productiviteit. Dit zijn efficiënte en tijdige
maatregelen om de groei te verbreden en te verdiepen, ze hebben direct effect
gehad. De Wereldbank taxeert dat zelfs bij Chinese groeivertraging tot 7,7% Azië
als geheel in 2004 6,3% groei zal laten zien, het hoogste tempo in 4 jaar. Er is
geen sprake van een harde -,noch van een zachte landing van de Chinese economie;
de groei gaat met een hernieuwde focus gewoon door.
China is regionale groeimotor In vele opzichten
is China echter ook een regionale groeimotor. Juist daarom leggen wij het accent
liever op Azië als breder geheel. Een belangrijke constatering daarbij is dat de
regio er in z'n totaliteit economisch aanzienlijk beter voorstaat dan een paar
jaar geleden. De grootste verandering is gaande in Japan. Dit is relevant, omdat
de Japanse economie 4x zo groot is als de Chinese. De Japanse marktkapitalisatie
is bovendien 75% van het Aziatische totaal en de beurs laat al een jaar lang
stijgend vertrouwen zien als gevolg van goede winstcijfers en dito
sentimentindicatoren. Na 12 jaar van nauwelijks groei zijn er natuurlijk
twijfels of er daadwerkelijk veranderingen zijn, maar de recente stroom van
economische data is overtuigend. Het IMF had een pluim voor Japan en bestempelde
de groei als robuust en langdurig.
Niet blindstaren op China Mede als gevolg van
het hoge groeitempo in China zien we herstel in Japan en een gunstige
economische ontwikkeling in de rest van Azië. Ik adviseer beleggers zich vooral
nu niet blind te staren op China en aanbiedingen die specifiek gericht zijn op
deze markt zeer kritisch te bekijken. Onder aanvoering van de tweede economie
van de wereld, Japan, is Azië als groter geheel weer aan een opmars bezig. De
'Pacific Century' is begonnen. Ook hier, misschien moet ik zeggen: juist hier is
timing echter van het allergrootste belang en is het veiliger om in plaats van
één markt Azië als geheel te bespelen.
(Dit artikel verscheen eerder in het Tostrams Weekblad Technische Analyse)
Laatst gewijzigd op:
29-9-2005
|