|
Column Tessa van den Berg Het
Chinese 'gezicht' heeft meerdere kanten
(april 2005)
In
veel publicaties en voorlichtingsmateriaal over China wordt vermeld dat het zaak
is om behoedzaam om te springen met het Chinese 'gezicht'. Daarmee wordt
gewaarschuwd voor het feit dat het lijden van gezichtsverlies hier in China
uitermate onwenselijk is en aanzienlijk gevoeliger ligt dan in het Westen.
Concrete voorbeelden over dit voor veel mensen toch wat vage begrip 'gezicht'
ontbreken in de literatuur vaak. Daarom zal ik in dit artikel twee voorvallen
uit de praktijk beschrijven, waaruit blijkt dat mensen uit vrees voor
gezichtsverlies bepaalde informatie niet rapporteren aan hun managers. Dat kan
effectieve samenwerking aanzienlijk belemmeren. In dergelijke situaties is het
de vraag in hoeverre we dat 'gezicht' moeten respecteren, om ervoor te zorgen
dat het operationele werkzaamheden niet hindert.
Waar komt het begrip vandaan? Het begrip 'gezicht' is afkomstig
van een letterlijke vertaling van dit woord in het Chinees, 'mianzi'. In het
algemeen wordt daarmee uitdrukking gegeven aan de reputatie en/of status die
iemand heeft in een bepaalde sociale context. Dit heeft vervolgens weerslag op
de ontwikkeling van de identiteit van een individu binnen datzelfde sociale
verband en vormt een bron waaraan men gevoelens ontleent die we vanuit Westers
oogpunt waarschijnlijk het best als eigenwaarde en/of trots zouden kunnen
omschrijven.
Iemands gezicht wordt gevormd door zaken als inkomen (vermogen), de familie
waaruit men afkomstig is, de opleiding die men heeft genoten (hoe beter de
reputatie van het instituut, hoe meer status men eraan ontleent), de baan die
men heeft, de grootte van je familie (als je in China maar bereid bent om te
betalen, kun je - ondanks de één-kind-politiek - best meer dan één kind hebben),
en tegenwoordig uiteraard het bezit van een eigen huis, een auto en als het even
kan een eigen onderneming.
Deze voorbeelden en het begrip 'gezicht' op zichzelf, kunnen de indruk wekken
dat we van doen hebben met iets 'uiterlijks', maar de werkelijke betekenis die
het heeft gaat schuil in zeer diep gewortelde persoonlijke gevoelens, die in
hoge mate bepaald worden door de wijze waarop iemand door zijn omgeving wordt
gerespecteerd.
De intensiteit van deze gevoelens van eigenwaarde vormen een verklaring voor
de grote angst die Chinezen hebben om gezichtsverlies te leiden of om iemand
anders dat gevoel te bezorgen. Deze angst kan ertoe leiden dat men bepaalde
problemen voor anderen verhult of zelfs helemaal verzwijgt. Onderstaande
anecdote is daarvan een voorbeeld.
Oh ja, de belasting! Onlangs vertelde een Nederlandse expat in
Shanghai me hoe hij zijn assistente de opdracht had gegeven om ervoor te zorgen
dat de betaling van de belasting geregeld zou worden. Het kantoor verkeerde in
de opstartfase en tot op dat moment had de assistente allerlei zaken
buitengewoon goed geregeld. Vandaar dat de Nederlandse directeur ook deze taak
vol goed vertrouwen aan haar uitbesteedde. Toen hij echter drie maanden later
terloops nog eens informeerde naar de belasting, viel er een diepe stilte... Er
was nog niets geregeld. De assistente bleek niet te weten hoe ze die klus had
moeten aanpakken en omdat ze genoeg ander nuttig werk om handen had waar ze wel
verstand van had, waren de belastingpapieren blijven liggen.
Ook tijdens trainingen bemerk ik bij Chinezen soms grote aarzeling om aan te
geven dat men iets niet begrijpt, niet weet, of niet kan. Daarmee geef je je
gezicht prijs. Of je schaadt het gezicht van je trainer of baas. Als je hem of
haar meldt dat je iets niet begrijpt, kun je daarmee suggereren dat iets niet
goed is uitgelegd. Dat zou erg onbeleefd zijn, zo vindt men hier.
Het feit dat gezichtsverlies zo gevoelig ligt in Aziatische culturen, past in
een breder kader, waarin de voorkeur gegeven wordt aan indirecte vormen van
communicatie. Dat betekent dat men zaken veelal minder direct formuleert dan in
het westen het geval is. Ook worden emoties niet of maar in zeer geringe mate
geuit en gebruikt men zeer bescheiden lichaamstaal. Dit wordt ook wel aangeduid
met de term high context communication (Hall, 1990). De westerse,
directe manier van communiceren, to the point, met aanzienlijke expressievere
lichaamstaal en uiting van gevoelens, wordt omschreven als low context
communication. Deze tweedeling is erg generalistisch, maar geeft aan dat
men in Azië? meer betekenis uit de context zal moeten afleiden dan dat men aan
het gesproken en geschreven woord alleen zal kunnen ontlenen.
Veel Chinezen zijn nog niet erg vertrouwd met de westerse, over het algemeen
directere wijze van communiceren en zullen aarzelen om problemen aan de kaak te
stellen, laat staan om hun superieuren om hulp te vragen. Hun angst om hun
gezicht te verliezen ten aanzien van anderen is in sommige gevallen zo sterk,
dat men er de voorkeur aan geeft om er het zwijgen toe te doen of in sommige
gevallen alleen voor zichzelf probeert te redden wat er te redden valt, zonder
daarbij nog langer stil te staan bij de gevolgen voor de context waarin men
professioneel opereert. In dergelijke gevallen lijken de consequenties die dit
kan hebben voor de langere termijn tijdelijk uit het oog te worden verloren.
Beschadigd vertrouwen Niet lang geleden sprak ik tijdens een
training een jonge Chinese dame die bij een grote Duitse multinational in China
werkt. Ze leidde sinds twee maanden voor het eerst een project waarbij ze direct
rapporteerde aan een Duitse manager. Ze was een dag eerder flink uitgefoeterd
door deze man en was daarvan nog duidelijk erg in de war: "Ik had gisteren een
deadline, maar die heb ik niet gehaald. Nu zijn er drie Duitse engineers
overgekomen naar China die nog niet aan de slag kunnen omdat mijn team nog niet
klaar is." Bij navraag bleek dat ze echter al een week eerder wist dat haar team
de deadline niet zou halen. Tijdens de voortgangsrapportage aan het begin van de
week waren deze feiten voor de Duitse manager verzwegen.
Toen ik opmerkte dat haar baas het waarschijnlijk gewaardeerd zou hebben als
ze hem wat eerder over de situatie had geinformeerd omdat hij dan had kunnen
helpen, keek ze me lang aan, tot ze voorzichtig herhaalde: "Helpen? ... Daar
heeft hij me toch niet voor aangenomen? Als ik hem een week geleden had verteld
wat er mis was, had hij gedacht dat ik deze taak niet aan kon. Dan zijn mijn
kansen voor de toekomst verkeken."
Dit zijn erg lastige situaties. Het feit dat er hier een taal gesproken wordt
die de meeste expats niet of nauwelijks beheersen, maakt één en ander nog wat
complexer. Voor veel Chinezen is het lang niet altijd eenvoudig om issues in het
Engels goed uitgelegd te krijgen.
In de meeste gevallen leiden dergelijke gevallen ertoe dat het het vertrouwen
tussen de buitenlandse leidinggevenden en de Chinese uitvoerenden geschaad
wordt. Buitenlanders die dergelijke ervaringen in China opdoen voelen zich vaak
'bedonderd' en brengen dit punt regelmatig naar voren als iets wat de
samenwerking heel lastig kan maken. Wij zijn geneigd om te reageren vanuit de
gedachte 'eerlijkheid duurt het langst', maar het Chinese principe van 'gezicht'
lijkt zo diep te zitten, dat dergelijke botsingen veelvuldig blijven optreden in
de onderlinge samenwerking.
Het voor westerlingen toch soms wat vage begrip 'gezicht' draait dus niet
alleen om het idee van het respecteren van anderen, door hen bijvoorbeeld niet
in bijzijn van derden aan te spreken op bepaalde misstanden. Er gaat tevens een
sterk gevoel van eigenwaarde achter schuil. De angst om dit prijs te moeten
geven wanneer er problemen aangekaart moeten worden, is voor velen in China heel
erg groot. Uiteraard zien we dit verschijnsel in het westen ook, maar de drempel
lijkt hier wel degelijk een stuk hoger te liggen. Het is goed om ons daar als
buitenlanders in China van bewust te zijn, want de gevolgen kunnen aanzienlijk
zijn als de werkelijke stand van zaken voor u verborgen gehouden wordt, ook al
is dit maar van tijdelijke duur.
Bron: Hall, E.T. (1990) Dance of Life: The other
dimension of time. New York: Anchor Doubleday
Voor vragen of opmerkingen
kunt u Tessa bereiken via e-mail.
Laatst gewijzigd op:
29-10-2005
|