Japanse gevoeligheid rond werk Chinese
kunstenaar: Drieluik 'Nanjing Massacre' niet
tentoongesteld bij Sotheby's
Door: Marilou den Outer (Dit artikel is eerder
verschenen in het Eindhovens Dagblad, 13-1-2000) De foto's zijn afkomstig uit
de brochure, horende bij de rondreizende expositie.
Japan: om de hete brij
heendraaien
Het werk van Li Zijian
Links
Het drieluik 'Nanjing Massacre' ('de slachting in Nanjing') van de in de
Verenigde Staten wonende Chinese schilder Li Zijian dat tot 5 december te zien
was op een expositie in het Westfries Museum, zal niet worden opgenomen in de
tentoonstelling van deze schilder eind januari in Sotheby's in Amsterdam. In
februari/maart is het schilderij wel te zien in Slot Zeist.
Volgens de directeur van het Westfries Museum, Ruud Spruit, hebben
'hooggeplaatste Japanse bezoekers' aan de expositie er eind november in een
brief aan het museum op aangedrongen het schilderij te verwijderen. Spruit is
hier niet op ingegaan. 'Wij krijgen wel vaker boze brieven, bijvoorbeeld over
het standbeeld van de omstreden Jan Pieterszoon Coen dat bij ons voor de deur
staat', laat Spruit desgevraagd weten. 'Ons standaard antwoord is dat het onze
taak is de geschiedenis te tonen, en niet om de geschiedenis te veranderen. Dat
geldt ook voor het schilderij Nanjing Massacre'. Zie foto)

hete brij Het forse drieluik, dat
volgens Spruit is geschilderd in opdracht van de Chinese regering, toont een
stapel lijken. In december 1937 lanceerden de Japanners een groot offensief
tegen de Chinese stad Nanjing (Nanking). In een orgie van geweld en
verkrachtingen zouden naar schatting 300.000 burgers het leven hebben gelaten.
De gebeurtenissen in Nanjing zijn het symbool geworden voor de wreedheden van
Japan in Azie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De 'slachting van Nanjing' is al
jaren een gevoelig punt van debat tussen China en Japan. Conservatieve politici
in Japan stellen tot op de dag van vandaag dat de cijfers van gevallenen worden
overdreven en sommigen gaan zover de slachting te ontkennen.
Eind
januari 2000 ontstond opnieuw commotie toen een Japans gezelschap in Kyoto een
seminar hield waarin de gruweldaden werden ontkend. Het gezelschap noemt zich
Society to Correct the Biased Display of War-related Material. De bijeenkomst
leidde vooraf tot fel protest van Chinese zijde, maar de Japanse regering zag
geen reden de bijeenkomst te verbieden. De naoorlogse Japanse regeringen,
evenals de Japanse rechters, hebben altijd om de hete brij heengedraaid. Excuses
over het berokkende oorlogsleed hebben Aziaten (noch de Nederlanders zoals in
februari bleek tijdens het bezoek van premier Kok aan Japan) afdoende overtuigd.
Kern van het probleem is dat een aantal politici de opvatting van een
groep historici steunt dat 'wetenschappelijk vastgestelde feiten over de oorlog
niet meer aan Japanners moeten worden onderwezen'. De groep noemt zich de
Liberale Geschiedschrijvers, maar in feite zijn die eerder dictatoriaal dan
liberaal. Dit stelt de Japanse historicus Ienaga Saburo, die al meer dan dertig
jaar rechtszaken voert tegen het Japanse Ministerie van Onderwijs. Ienaga had in
geschiedenisboeken voor de middelbare school geschreven dat Japan in 1937 China
was binnengevallen. Het Ministerie greep in: Japan had 'een oprukkende beweging'
gemaakt. De bewering dat het leger 'honderdduizenden mensen in Nanjing had
afgeslacht', was ook taboe. De officiele versie luidde: 'vele mensen aan Japanse
en Chinese zijde verloren het leven'.
In 1997 volgde de laatste
uitspraak in de 'zaak Ienaga': de staat had hem niet mogen censureren op
bepaalde punten. De rechter stelde echter dat de staat wel het recht heeft om
boeken te censureren. En zo danst Japan verder rond de hete brij die
'oorlogsverleden' heet. NB Voor de kwestie Ienaga is gebruik gemaakt
van het interview dat het Historisch Nieuwsblad, dec. 1999, met deze
historicus hield. Wie meer wil weten over de Japanse en Duitse
oorlogsherinneringen leze het uitstekende boek van Ian Buruma: Wages of
Guilt, uitg. Meridian 1994. Of de Nederlandse vertaling ervan: Het Loon
van de Schuld,, uitg. Atlas, 1994. Hierin een hoofdstuk over het verzet
tegen de geschiedenisboeken en over Nanjing 1937.
 'Breeze'
Sotheby's Een woordvoerster van Sotheby's
in Amsterdam bevestigt desgevraagd dat een vertegenwoordiger van de Japanse
ambassade contact heeft opgenomen met Sotheby's: 'Men vroeg ons of het
betreffende schilderij zou worden geexposeerd. Er werd echter geen druk op ons
uitgeoefend om het niet tentoon te stellen. Als dat zou zijn gebeurd denk ik dat
we wel om de tafel zouden zijn gaan zitten, maar: zover is het nooit gekomen'.
De woordvoerster zegt dat Sotheby's al eerder had besloten om het schilderij
niet op te nemen en wel 'uit praktische overwegingen en niet om een politiek
standpunt in te nemen'. 'Voor deze expositie hebben we slechts een zaal tot onze
beschikking. Het is onmogelijk om alle werken van de schilder op te nemen. Het
drieluik waar het om gaat is nogal omvangrijk. Bovendien vonden wij het
schilderij niet passen in het overige werk van Li Zijiang. Overigens denk ik
niet dat we de schilder met het weglaten van het drieluik tekort doen'.
Desgevraagd deelt de woordvoerster mee dat er geen afspraken zijn gemaakt met de
kunstenaar over de selectie van het werk.
Tenacity
 foto : 'Tenacity', dat de VN als themaposter koos in het
Jaar van de Ouderen in 1999
Na Amsterdam zal de reizende expositie
te zien zijn in Slot Zeist. Daar laat tentoonstellings- coordinator Dick Bouma
het drieluik na rijp beraad wel zien, 'omdat het gewoon een stuk geschiedenis is
en wij ons niet met politiek bezighouden'. Bouma zegt nog niet te zijn benaderd
door vertegenwoordigers van de Japanse ambassade. Overigens bevat de expositie
nog zo'n honderd andere indrukwekkende, maar minder lugubere werken van de
technisch zeer begaafde schilder. 'Het zou jammer zijn wanneer dit aspect door
alle aandacht voor het drieluik wordt overschaduwd'.
Li Zijian Li Zijian werd
geboren in de provincie Hunan, in 1954. In 1982 studeerde hij af aan de
Kunstacademie in Guangzhou, met als specialisatie olieverf-schilderingen. Na een
stage in 1988 in de Verenigde Staten koos hij ervoor in dat land te blijven. In
1993 besloot hij met zijn werk op wereldtoernee te gaan. Hij bracht meer dan 100
verschillende werken onder in een expositie getiteld Humanity and Love.
De tentoonstelling is inmiddels in diverse landen te zien geweest. Na Amsterdam
en Zeist gaat de expositie naar Madrid en vervolgens ondermeer naar Washington,
Tokio en diverse steden in de Volkrepubliek China, en naar Taipei (Taiwan). In
2001 eindigt de toernee, die in 1993 begon. De werken van Li zijn onder te
brengen in het realisme. Soms zijn zijn schilderijen aan foto's gelijk, soms
zelfs hyper-realistisch. De mens staat in zijn werk centraal. De thema's
varieren van huiselijke scenes, levens van Tibetaanse schaapherders, westerse
outcasts tot een expliciet sociaal statement: het drieluik Nanjing Massacre,
waarmee hij wil herinneren aan 'barbaarse daden waartoe de mensheid in staat
is'.
Links:
Laatst gewijzigd op:
30-1-2006
|