Bettine Vriesekoop: Bij de Chinees; Gewoonten en gebruiken in China. Uitgeverij Thomas Rap, 2006, 220 pag., paperback. ISBN 9060056256, 16,90 euro.
Bij de Chinees - Bettine Vriesekoop
Correspondenten van een krant sluiten hun periode vaak af met een terugblikkend boek. Maar het kan ook andersom: Bettine Vriesekoop start haar correspondentschap van NRC Handelsblad in Beijing met een publicatie: 'Bij de Chinees; gewoonten en gebruiken in China'.
Gepland was dit overigens niet. Zij was al bezig met dit boek, toen de kans zich voordeed te solliciteren op de post van China correspondent. Zowel boek als correspondentschap was voor Vriesekoop een logische stap;: 'China is een constante factor in mijn leven', schrijft ze.
In 1981 al zette ze, als achttienjarig tafeltennis talent, voor het eerst voet op Chinese bodem. Drie maanden lang verbleef zij op voor een trainingsstage op een sportcampus, ver buiten Beijing. Het was een kennismaking met het harde, rauwe bestaan van Chinezen, en topsporters in het bijzonder. 'Zelden heb ik mij zo alleen gevoeld'. De taal, maar meer nog de volkomen andere cultuur waren er de oorzaak van.
Later wordt haar uitgelegd dat het klassieke werk 'De kunst van het oorlogvoeren', van Sunzi de leidraad is voor vele Chinezen. De grootste bedrieger trekt aan het langste eind, zo leest een westerling dit boek. De meest gewiekste persoon trekt aan het langste eind, zo leest een Chinees dezelfde tekst. Om die verschillen in interpretatie van Chinees denken en handelen uit te leggen schreef Vriesekoop 'Bij de Chinees'. Haar aanpak is zeker origineel te noemen. Vriesekoop pakt acht (bekend geluksgetal in China) Chinese begrippen en werkt die elk in een hoofstuk verder uit: tao (de weg), zhong (loyaliteit, centrum), mianzi (gezicht), guanxi (sociaal netwerk), he (harmonie), fengshui (lett. wind en water), lijie (beleefdheid), en li (rituelen). Ze beschrijft de begrippen op een luchtige manier, door ze achtereenvolgens te behandelen in de context van de topsport en vervolgens in de context van het zaken doen. Voor dat laatste voerde ze diverse gesprekken met Nederlandse ondernemers.
Het leest zeker gemakkelijk weg in deze opzet en de boodschap is duidelijk: zakendoen in China is in feite topsport bedrijven. Het boek geeft ook aardige inkijk in het China van de jaren tachtig. Het stipt tal van onderwerpen aan zoals privacy, timemanagement, beleefdheidsvormen, geven van cadeaus, festivals, lijstjes met tips - kortom een aardig overzicht van de do's en don't in China.
Maar inhoudelijk gaat het niet erg diep - het is geen Essentie van China - en het boek bevat nogal wat slordigheidjes. Zo wordt ten onrechte gesuggereerd het na de studentenopstand van 1989 tot 1998 duurde voordat Nederland de diplomatieke contacten "enigszins had hersteld". Wogun en shogun worden als qigong-termen genoemd, maar zijn in feite geen Chinese woorden, en het partikel le is niet perse nodig om in het Chinees een verleden tijd aan te geven.
Maar de persoonlijke noot en toon van het boek maakt het wel tot aantrekkelijk leesvoer. Openhartig is het ook zeker. Dat Vriesekoop beschrijft dat ze nog anno 2006 in een Chinese valkuil liep (tegen de makelaar vertellen dat ze de volgende dag naar Holland ging vertrekken zodat die nog eens een flinke schep op de afgesproken huurprijs deed - jawel, Sunzi!), kan rekenen op sympathie van de lezer, en laat ook nog eens des te meer zien dat zakendoen in China topsport blijft: concentratie en alertheid tot op de vliegtuigtrap is geboden.
Laatst gewijzigd op:
26-6-2009
|