adverteren     onze diensten     Twitter     contact     disclaimer     privacy     redactiestatuut     over Geledraak.nl     sitemap  
 
 
Cultuur & geschiedenis > Geschiedenis 
artikel doorsturen  

Deze week op televisie
China op TV en radio
Lees de tv tips voor de komende week op de
tv tips pagina.

De Volksrepubliek
(1949-heden)

Vlag Volksrepubliek

Van de oprichting tot en met de "Grote Sprong" (1949-1960)
Culturele Revolutie (1965-1969)
De 'bende van vier', overwinning van Deng

Toenadering tot het westen
Tiananmen en de nasleep tot heden

Na het uitroepen van de Volksrepubliek op 1 oktober 1949 door Mao Zedong (Mao Tse-tung) volgde een snelle consolidatie van de macht van de Chinese Communistische Partij (CCP) over alle staatsorganen en over het gehele Chinese grondgebied. In 1950 moesten de laatste resten van het nationalistische leger het vasteland ontruimen. De Nationalisten, onder leiding van Chiang Kai-shek (pinyin: Jiang Jieshi; 1887-1975), konden zich ternauwernood handhaven op een aantal eilanden voor de kust, met Taiwan als bestuurlijk centrum. (zie de geschiedenis van Taiwan).
Meer dan een halve eeuw van stormachtige ontwikkelingen en dramatische gebeurtenissen kenmerken de geschiedenis van de Volksrepubliek met als voorlopig en opmerkelijk resultaat een staat die gedeeltelijk sterk gemoderniseerd is en economisch en politiek weer een factor van belang in de wereld is, na afwezigheid van bijna tweehonderd jaar. 

Van de oprichting van de Volksrepubliek tot en met "de Grote Sprong Voorwaarts" (1949-1960)
De nieuwe communistische regering voerde in de eerste jaren van haar bewind drastische monetaire, economische en sociale hervormingen door om de inflatie te beteugelen, die tijdens de republiek onder het nationalistische bewind gierend uit de hand was gelopen. Tevens moest de agrarische en industriële productie weer op gang worden gebracht. De landbouwgrond werd herverdeeld onder de landloze boeren (tot 1952), gevolgd door een gedwongen collectivisatie (afgerond in 1957). Ten behoeve van de industriële groei werd het eerste vijfjarenplan opgesteld, dat tot 1957 duurde en met redelijk succes werd afgesloten. Het tweede vijfjarenplan (1958-1963), dat gedeeltelijk samenviel met de campagne "de Grote Sprong Voorwaarts" liep uit op een rampzalige mislukking. De verwachtingen waren veel te hoog gespannen. De groeicijfers werden gemanipuleerd en de kwaliteit van de geproduceerde goederen liet zeer te wensen over. Het prestige van Mao bereikte een dieptepunt. Om onrust en kritiek een uitlaatklep te geven werd de campagne "Laat honderd bloemen bloeien; laat honderd ideologieën wedijveren" gelanceerd, waarbij de communistische leiding schijnbaar toestond kritiek op de gang van zaken uit te oefenen. Toen ook dit echter uit de hand liep, werd de campagne weer snel afgeblazen en werden de voornaamste 'rechtse' critici gearresteerd.

Om zoveel mogelijk mensen te mobiliseren - nodig om de ambitieuze productiedoelstellingen te bereiken en als belangrijke stap in de socialisering van de Chinese maatschappij - werden op grote schaal volkscommunes opgericht. Beeld van  Mao Zedong, die de weg wijstAlle privébezit binnen een commune werd afgeschaft. Het gezinsverband bleef hierbij echter onaangetast. De volkscommune nam alle functies van het dorps- of stadsbestuur over en verzorgde haar leden met alle basisbehoeften. In 1958 werd het hoogtepunt bereikt. De communes en het min of meer verplichte lidmaatschap van één van de vele massabewegingen brachten een vergaande indoctrinatie door de partij teweeg en veroorzaakte een sterke beperking van de persoonlijke vrijheid voor de gemiddelde Chinees. Wie er blijk van gaf het niet eens te zijn met deze nieuwe aanpak, liep kans om onder barre omstandigheden in een 'heropvoedingskamp' op andere gedachten  te worden gebracht.

Gedurende deze periode kwamen de eerste scheuren aan het licht tussen de twee communistische grootmachten, de Sovjet-Unie en China. Tegenstellingen tussen de beide socialistisch geregeerde naties bestonden al lang en waren zowel van ideologische als territoriale aard. Stalin nam aanvankelijk Mao's communistische revolutie door boerenmassa's (in tegenstelling tot arbeiders) niet serieus en gaf de voorkeur aan meer Moskou-gezinde groepen binnen de CCP. Naar later bleek had Stalin op het verkeerde paard gewed. Deze oude, persoonlijke en ideologische tegenstellingen werden verergerd, toen Mao het Chinese model claimde voor de komende communistische revoluties in geheel Oost-Azië.

Daarbij waren de Chinezen niet vergeten dat tijdens het terugtrekken van de Sovjet-troepen uit Mantsjoerije na de Japanse capitulatie, fabrieken soms in hun geheel ontmanteld en naar Russisch grondgebied werden meegenomen. Een andere oude irritatie betrof de Chinese westgrens: Nadat de Sovjet-Unie al in het verleden een beslissende bijdrage had geleverd aan de onafhankelijkheid van (buiten-)Mongolië in 1921, ondersteunde zij in 1949 eveneens het streven naar onafhankelijkheid van de westelijke provincie Xinjiang, ook wel Oost- of Chinees-Turkestan genoemd. Deze verdere afbrokkeling van het Chinese territorium kon nog maar net worden voorkomen. Bovendien hielden de Sovjets speciale territoriale aanspraken in stand in Mantsjoerije en Xinjiang (tot 1953).
Als gevolg van al deze spanningen verliep de economische en technische samenwerking tussen beide landen steeds stroever. Dit mondde in 1960 uit in een totale terugtrekking van de Russische technische specialisten uit het Chinese nucleaire onderzoeksprogramma. Ten slotte ontstond in het begin van de jaren zestig openlijk hooglopende onenigheid over het precieze verloop van de Sino-Sovjet grens in het uiterste noordoosten langs de Oessoeri-rivier (in het Chinees Wusuli Jiang genoemd). Deze ruzie zou in 1969 zelfs escaleren tot gewapende schermutselingen en beide socialistische broedervolken in het begin van de jaren zeventig aan de rand van een oorlog brengen. Een ander grensconflict ontstond in 1962 met India. Het ging hier om het bezit van een pas (Nathu La, 4000m) in het Himalaya-gebergte op de grens tussen China en de Indiase deelstaat Sikkim. De strijd eindigde in een wapenstilstand en afsluiting van de grens tussen de twee staten ter plaatse. (Pas in 2003 erkende China de Indiase aanspraken en sinds 2006 is de pas weer voor het normale verkeer opengesteld.)

Na het mislukken van "de Grote Sprong Voorwaarts" was Mao's ster flink gedaald en was hij gedwongen in 1958 een aantal van zijn vele functies op te geven ten gunste van anderen in de partij, zoals Deng Xiaoping (Teng Hsiao-p'ing) en Liu Shaoqi (Liu Shao-ch'i). Tijdens de zogenaamde Lushan conferentie van het Centrale Comite van de CCP in 1959 moest Mao weliswaar toegeven dat hij (en volgens hem de gehele partijtop) fouten had gemaakt, maar wist hij zijn verlies te beperken. Hij kreeg het voor elkaar één van zijn meest uitgesproken tegenstanders, de minister van Defensie Peng Dehuai (P'eng Te-huai), te laten vervangen zijn eigen trouwe aanhanger, maarschalk Lin Biao (Lin Piao). Mao zelf trok zich vooralsnog terug. Met een vernieuwd leiderschap werd in het begin van de jaren zestig een begin gemaakt de verregaande socialisering van de "Grote Sprong" stapje voor stapje terug te brengen en plaats te laten maken voor een meer pragmatisch beleid. Dit echter niet met instemming van de linkervleugel van de partij, waaronder Mao, die een kans om terug te komen afwachtte.

De Culturele Revolutie (1965-1969)
Ongerust, dat de pragmatische weg ingeslagen door Liu en Deng het ideologische gehalte van de Chinese communistische samenleving zou uithollen, legde Mao zich niet neer bij zijn positie op het tweede plan. In 1965 zag hij kans vanuit Shanghai, met behulp van politieke vrienden uit die stad, onder wie zijn vrouw Jiang Qing (Chiang Ch'ing) en Lin Biao, een succesvolle tegenactie te beginnen tegen 'contra-revolutionaire' tendensen en het 'revisionisme' binnen de regering in Beijing. De machtsstrijd speelde zich in het begin voornamelijk af in de kolommen van leger- en partijkranten. In maart 1966 schaarde het leger, dat onder directe invloed stond van de minister van defensie en Mao-aanhanger, Lin Biao, zich achter Mao's actie, inmiddels 'Grote Proletarische Culturele Revolutie' genoemd. Hierna wisten sympathisanten van Mao het stadsbestuur van Beijing - tot dusver één van de belangrijkste concentraties van Mao-critici - over te nemen. Mao kreeg niet alleen het leger achter zich. Ook massa's scholieren en studenten wist hij te enthousiasmeren en te mobiliseren. Deze 'Rode Gardisten' dienden als revolutionaire voorhoede voor zijn Culturele Revolutie. De beweging van de Rode Gardisten stond buiten de partij en was trouw aan Mao alleen. Bekend zijn de beelden uit die tijd van massa's jongeren die enthousiast zwaaien met de 'rode boekjes', waarin het gedachtegoed van Mao was gebundeld.

Mao

Rechts: Mao's beroemde Rode Boekje. Dit boekje met de bekende rode plastic kaft werd massaal onder de aanhangers van Mao en de jonge Rode Gardisten verspreid en diende als symbool van de culturele Revolutie en de trouw aan Mao. De inhoud bestaat uit meer dan 400 citaten van Mao uit allerlei geschriften, vooral gekozen uit publicaties tussen 1924 en 1949. De citaten zijn thematisch bijeengebracht en beslaan ongeveer alle denkbare maarschappelijke en politieke onderwerpen, waarover Mao een mening had en zijn adviezen hoe zich te gedragen. Een kleine greep uit de titels van hoofdstukken: "De Communistische Partij", "De correcte behandeling van tegenstellingen binnen het volk", "Het imperialisme en alle reactionairen zijn papieren tijgers", "Dien het Volk", "De jeugd", enz. . (Ontleend aan de Nederlandse vertaling van het Rode Boekje door C. Schepel, A.W. Bruna & Zoon, 1967).


In juli 1966 vertoonde Mao zich op zeer opvallende wijze in het openbaar. De zwempartij in de Yangzi-rivier was een demonstratie van Mao's vitaliteit en vastbeslotenheid. Het 'denken van de Grote Roerganger' (Mao) werd de norm. De Rode Gardisten slaagden er niet alleen in de bestaande partijstructuren te vernielen, maar richtten eveneens grote schade aan, aan de economie, het onderwijs, de levens en persoonlijke bezittingen van de 'bourgeois klasse'. Ook aan het Chinese culture erfgoed werd onherstelbare schade toegebracht. Vele eeuwenoude tempels en kloosters moesten het ontgelden. Premier Zhou Enlai (Chou En-lai), één van de meest gerespecteerde Chinese leiders uit zijn tijd, oefende voor zover mogelijk een matigende invloed uit op de chaos verbreidende Rode Gardisten. Alleen met behulp van het leger (het 'Volkslegers', 'People's Liberation Army', PLA) kon de orde echter ten slotte weer enigszins worden hersteld en verloor de Culturele Revolutie allengs haar verwoestende werking. Door dit optreden bereikte het leger voor het eerst sinds de afloop van de burgeroorlog met de Nationalisten weer het toppunt van de politieke macht in China. Dit gold evenzeer voor de hoogste baas van het leger, Lin Biao.
De consolidatie van de nieuwe Maoïstische macht tijdens het 9e Partijcongres in april 1969 wordt als feitelijk einde van de Culturele Revolutie beschouwd.Mao en Lin Biao


Mao en Lin Biao.

Eveneens tijdens het 9e Partijcongres werd Lin Biao officieel als opvolger van Mao aangewezen. Hierdoor ging Lin zich ook meer en meer als aankomende leider gedragen. Dit 'kroonprinsengedrag' wekte achterdocht en weerstand, zelfs bij Mao Zedong en de meer gematigde leiders zoals Zhou Enlai. Mao en Zhou waren vooral slecht te spreken over de, in hun ogen, door Lin Biao's aanhangers te ver doorgevoerde zuiveringen in de partij. Dit leidde uiteindelijk tot een openlijk conflict. Mao en diens getrouwen slaagden er begin 1971 in een aantal belangrijke medestanders van Lin Biao in leger en partij buiten spel te zetten. De in het nauw gedreven Lin zag als enige uitweg het plegen van een staatsgreep. Toen hij dit plan in september 1971 ten uitvoer wilde brengen, was zijn steun echter al zodanig afgebrokkeld, dat zijn poging mislukte. Hij probeerde per vliegtuig naar Mongolië te vluchten, maar kwam - tezamen met zijn vrouw, zijn zoon en aantal samenzweerders - om bij een crash-landing van zijn toestel, mogelijk door gebrek aan brandstof of mogelijk door opzet.
In juli 2007 besloot het Militair Museum in Beijing voor het eerst een portret van Lin Biao in de expositie op te nemen, 'om geschiedenis te laten zien zoals het was'.   

De bende van Vier en de overwinning van Deng Xiaoping
Na de dood van Lin Biao streden verschillende groepen om de aanstaande opvolging van de lichamelijk en geestelijk steeds zwakker wordende Mao: De in eerste instantie meest succesvolle groep bestond uit een aantal radicale veteranen van Culturele Revolutie, aangevoerd door Mao's vrouw Jiang Qing (1914-1991).
De vier meest prominente leden, waaronder Jiang Qing, de vroegere voorzitter van het revolutionaire comité van Shanghai, Zhang Chunqiao (1917-2005), Wang Hongwen (overleden in 1992) en Yao Wenyuan (1931-2005) zouden later bekend staan als 'de bende van vier'. Zij stonden een voortzetting van de Culturele Revolutie voor, die zij destijds vanuit Shanghai hadden opgezet. Hun tegenstanders waren de meer pragmatische leiders onder aanvoering van Zhou Enlai en de (door Zhou's toedoen) gerehabiliteerde Deng Xiaoping.

1976 was een dramatisch jaar voor China; Het land werd getroffen door vele natuurrampen, waaronder een catastrofale aardbeving in de buurt van Tianjin, die ongeveer 240.000 doden kostte. Zhou EnlaiOok overleden in 1976 zowel Zhou Enlai (8 januari) als Mao Zedong (9 september) en ontbrandde de strijd om de macht opnieuw.

Zhou Enlai (1898-1976)

Nog tijdens Mao's laatste maanden betwistten verschillende personen en groepen de opvolging van de ernstig zieke leider. Deng Xiaoping, gerehabiliteerd en naar voren geschoven door Zhou Enlai, hield na Zhou's overlijden de belangrijkste machtsposities in handen. Hij moest echter reeds in februari (tijdelijk, zoals later zou blijken) het veld ruimen door de machinaties van de groep veteranen uit de Culturele Revolutie, onder leiding van de bende van vier. Mao was niet van plan geweest zijn vrouw en haar aanhang alle macht te geven en besloot een compromis-figuur te belasten met het premierschap en toekomstige voorzitterschap van de CCP: Hua Guofeng (overleden 2008). Op 5 april 1976 vond een incident plaats op het Tiananmen-plein (plein van de Hemelse Vrede) in Beijing, waarbij een grote menigte van ongeveer honderdduizend personen demonstreerde ter nagedachtenis van Zhou Enlai en ter ondersteuning van Deng's politiek. Hiermee werd impliciet Mao's politiek bekritiseerd. Jiang Qing en haar volgelingen veroordeelden de demonstratie en wezen Deng als aanstichter aan. Hij werd van al zijn functies vervallen verklaard.

De demonstratie werd drie dagen later beantwoord door een even grote manifestatie, ditmaal ter ondersteuning van de nieuwe leider, Hua. Na Mao's dood op 9 september 1976, verloren Jiang Qing en consorten hun belangrijkste steunpilaar. Om hun afbrokkelende macht te herstellen besloot de Bende van Vier een staatsgreep te plegen. Hua Guofeng wist dit samen met een aantal metgezellen te verijdelen door de Bende snel en onverwachts te arresteren (7 oktober). Om voldoende steun te verkrijgen van zijn politieke medestanders besloot Hua om Deng Xiaoping nogmaals te rehabiliteren en hem zijn oude invloedrijke functies in de regering en partij terug te geven.

Deng Xiaoping

Deng Xiaoping (1904-1997)

Na zijn terugkeer in het centrum van de macht werd Deng de motor achter een plan om de economie te moderniseren en te liberaliseren (de zgn. "Vier Moderniseringen", oorspronkelijk geïnitieerd door Zhou Enlai). In dit proces versterkte hij zijn positie steeds verder ten opzichte van Hua. Hua Guofeng gaf zijn premierschap op in 1979. Voordat hij definitief van het politieke toneel verdween, behield hij tot 1981 nog een aantal belangrijke functies in de partij, waaronder die van voorzitter van het Centrale Comité van de CCP. In deze functie werd hij in dat jaar opgevolgd door Hu Yaobang (1915-1989). Een driemanschap bestaande uit Hu, Deng en premier Zhao Ziyang (1919-2005) nam de touwtjes in handen. Hu YaobangDe jaren hierna werden gekenmerkt door een sterke groei van de economie en een zekere toename van de persoonlijke vrijheid voor de bevolking, die zich met name uitte in de populariteit van allerlei westerse modeverschijnselen.

Hu Yaobang (1915-1989)

Zhao Ziyang

Zhao Ziyang (1919-2005)

 

Het denken van Mao was op zijn retour en de 'bende' werd berecht (januari 1981). Jiang Qing en Zhang Chunqiao werden ter dood veroordeeld. Deze straf werd echter nooit voltrokken. In 1991 pleegde Jiang Qing zelfmoord.

Jiang Qing

Links: Mao's weduwe Jiang Qing (1914-1991) tijdens haar proces.

Zhang Chunqiao

Rechts: Prominent lid van de bende van vier Zhang Chunqiao (1917-2005)

 

 

 

Toenadering tot het westen
De Culturele Revolutie had China praktisch van de internationale gemeenschap geïsoleerd. Sinds het begin van de jaren zeventig was er sprake van een voorzichtige ontspanning in de relatie tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Nadat de Culturele Revolutie na 1969 haar meest radicale fase achter zich gelaten had, begon bij de Amerikaanse regering een hernieuwde belangstelling te ontstaan voor China. Ook voor de Chinese regering in Beijing begon het besef door te dringen dat een pragmatische houding jegens de Verenigde Staten een belangrijke strategische zet konden betekenen in het steeds gevaarlijker wordende conflict met de Sovjet-Unie aan haar noord-oostelijke grens. Tijdens het presidentschap van Richard Nixon, met Henry Kissinger als bezielende minister van buitenlandse zaken, begon de Amerikaanse houding ten opzichte van China in versneld tempo te veranderen: diplomatieke kwinkslagen van Amerikaanse kant, zoals het gebruik van de benaming 'Volksrepubliek China' in plaats van het tot dan toe gebruikelijke 'Rood China', werden door China positief beantwoord. De ontvangst door Zhou Enlai van een Amerikaanse tafeltennisteam in 1971 was een niet mis te verstaan bewijs van de toenadering, sindsdien 'ping-pong politiek' genoemd. In hetzelfde jaar werd, ten koste van de nationalisten in Taiwan, de Volksrepubliek toegelaten tot de Verenigde Naties (met een permanente zetel in de Veiligheidsraad).

Deze toenadering mondde uit in het roemruchte bezoek aan China van president Nixon (21 t/m 28 februari 1972). Het bezoek had een grote symbolische betekenis: het bracht China weer terug op het toneel van de wereldpolitiek. Dit werd onder woorden gebracht in het communiqué van Shanghai (28 februari 1972). Hierin werd de vernieuwde relatie tussen de twee grootmachten neergelegd. De Verenigde Staten verklaarden dat Taiwan deel uit maakt van één China en bevestigden het voornemen van de Amerikaanse regering haar troepen uiteindelijk uit Taiwan en de Straat van Taiwan terug te willen trekken nadat een vreedzame regeling tussen Beijing en Taipei tot stand zou zijn gebracht. Ook bevatte het communiqué impliciete passages gericht tegen de Sovjetmacht in Azië, een welkome steun voor Beijing in hun conflict met de Russen. Tenslotte werd overeengekomen liaison-bureaux op te richten in elkaars hoofdsteden met de uiteindelijke bedoeling de diplomatieke betrekkingen te normaliseren. Zhou Enlai in gesprek met Nixon 1972

Nixon in gesprek met Zhou Enlai (1972)


De algemene conclusie van het bezoek van Nixon is, dat het vooral China groot voordeel gebracht heeft. De meeste schade leed de Guomindang-regering in Taipei. Deze schade werd nog vergroot door de toenadering van Japan tot Beijing, die bijna onmiddellijk volgde op de Chinees-Amerikaanse ontspanning. Premier Tanaka van Japan bracht nog gedurende hetzelfde jaar eveneens een succesvol bezoek aan China (van 25 tot 30 september). Als direct uitvloeisel besloot de Japanse regering om het bewind in Beijing als enige wettige regering van (heel) China te erkennen. Deze stap werd door de nationalistische regering in Taipei prompt beantwoord met de verbreking van de diplomatieke betrekkingen met Japan.
Tot formele aanknoping van diplomatieke betrekkingen tussen de Volksrepubliek en de Verenigde Staten kwam het pas op 1 januari 1979, nadat overeengekomen was dat Washington zijn economische, culturele en militaire banden (met name wapenleveringen) met Taiwan in stand zouden mogen houden. Bovendien stipuleerden de Amerikanen dat de regeringen van beide China's hun problemen op vreedzame wijze zouden oplossen. Wel zou de Amerikaanse regering de diplomatieke betrekkingen met Taiwan en het defensieverdrag van 1954 opzeggen.
Op 28 januari 1979 arriveerde Deng Xiaoping in de Verenigde Staten voor een 10-daags tegenbezoek. Tijdens dit bezoek bevestigde Deng het bestaan van een ander politiek systeem op Taiwan en en het streven van de Chinese regering naar vreedzame hereniging (in plaats van 'bevrijding'). Dit model van "één China, twee systemen" zou een formule zijn waarop Beijing de komende jaren haar politieke beleid ten opzichte van Taiwan zouden concentreren.

Kort na het bezoek van Deng aan de VS vond er op 17 februari 1979 een invasie plaats van Chinese troepen in Vietnam. Dit was bedoeld als straf voor de vermeende Vietnamese arrogantie en Vietnam's verdrijving van het Cambodjaanse Rode Khmer regime, dat altijd een bondgenoot van Beijing was geweest. Hoewel de Chinezen (met veel moeite) een groot deel van Noord-Vietnam veroverden, sloten zij reeds op 5 maart vrede en trokken zich geheel terug uit deze veroverde gebieden. China had duidelijk gemaakt dat zij niet met zich liet sollen. De moeizaamheid waarmee het Chinese leger de operaties uitvoerde bracht de gebreken van het Chinese leger echter evenzeer aan de het licht.

Dankzij Deng's pragmatische economisch beleid van 'hervorming en openstelling' boekte China in de jaren tachtig grote vooruitgang op weg naar een moderne samenleving. Economische vrijheid en een toestroom van toeristen creëerde een sfeer van vooruitgang en optimisme. Als belangrijk bijverschijnsel stak al gauw de wens naar meer democratie en vrijheid van meningsuiting de kop op. Onder andere door middel van het aanbrengen van plakaten tegen de 'Muur van de democratie' in Beijing werd aan deze wensen uiting gegeven. In november 1979 riep arbeider Wei Jingshen bij deze muur Deng Xiaoping op om niet alleen de economie, maar ook de politiek te moderniseren (invoering democratie). Hiervoor was de tijd echter nog niet rijp: Zijn daad kwam hem uiteindelijk op 15 jaar gevangenisstraf te staan.

Tianmen en de nasleep (1987-heden)
Bij een aantal gelegenheden liepen politieke demonstraties uit de hand. Hierbij bleek hoe zeer regering en partij intern verdeeld waren over de aanpak van wat gezien werd als aantasting van de suprematie van de communistische partij. Zo werd in 1987 Hu Yaobang van zijn functie als secretaris-generaal van de CCP ontheven vanwege een 'te slap optreden' tegen voorvechters van meer democratie in China. De herdenkingsbijeenkomst na zijn dood in april 1989 liep uit op een demonstratie op het Tiananmen plein (plein van Hemelse Vrede) in het centrum van Beijing, die zich gedurende de hele maand mei voortzette en geheel uit de hand liep.
Wat begon als een aanhankelijksbetuiging aan de overleden hervormingsgezinde Hu, groeide uit tot een pro-democratische demonstratie zonder weerga. De demonstratie, die werd geleid door studenten van wie een aantal in hongerstaking ging, kreeg grote aandacht in de wereldpers. Binnen de regering kon men het niet eens worden over de aanpak van deze openlijk tegen de regering en partij gerichte provocatie.

Toen de demonstrerende studenten het bezoek van de Sovjet president Gorbachov aan Beijing in het honderd deden lopen, leed de regering voor de ogen van de gehele wereld een groot en voor henzelf niet te accepteren gezichtsverlies. De voorzitter van het Centrale Comité van de CCP (Secretaris-Generaal) Zhao Ziyang, voorstander van een gematigde aanpak, werd na mislukte onderhandelingen met de demonstranten aan de kant geschoven en onder huisarrest gezet (tot zijn overlijden in een Beijings ziekenhuis in januari 2005).

De harde lijn, aangevoerd door Deng en premier Li Peng, won de overhand en het plein en omgeving werden op 4 juni 1989 op bloedige wijze schoongeveegd. Hoeveel doden hierbij gevallen zijn, is niet met zekerheid vast te stellen. De schattingen lopen uiteen van enkele honderden tot duizenden. De ontnuchtering en verbijstering na het Tiananmen bloedbad was groot. Het tijdperk van Deng, zo hoopvol begonnen, beleefde een somber gestemd einde. Li Peng

Li Peng (1928)

In 1990 legde Deng Xiaoping zijn laatste officiële functie neer maar bleef achter de schermen tot zijn dood in 1997 grote invloed uitoefenen op de gang van zaken. Na het neerslaan van de studentenopstand in 1989 werd Jiang Zemin (1926), één van de voorstanders van de harde lijn, gekozen als Secretaris-Generaal van het Centrale Comité en staatshoofd van de Volksrepubliek. Jiang ZeminAls zodanig werd hij de feitelijke opvolger van Deng en de machtigste man in China. Li Peng werd als premier opgevolgd door Zhu Rongji (1928). Li zelf werd voorzitter van het Nationale Volkscongres.

Jiang Zemin (1926)

In 2002/3 vond een belangrijke machtswisseling plaats: De toen 60-jarige Hu Jintao werd benoemd als opvolger van Jiang Zemin als secretaris-generaal van de CCP en door het Volkscongres als president van China verkozen. Zhu Rongji werd opgevolgd door de eveneens 60-jarige Wen Jiabao. Li Peng trad af als voorzitter ten gunste van de toen 62-jarige Wu Bangguo. Jiang Zemin werd herkozen als voorzitter van het Centrale Militaire Comité en bleef daarmee een belangrijke machtspositie bezetten. Een protégé van Jiang, Zeng Qinghong werd gekozen als vice-premier. In september 2004 droeg Jiang Zemin zijn voorzitterschap van het Centrale Militaire Comité over aan Hu Jintao. Hiermee werd de positie van Hu als machtigste man in China voorlopig gevestigd.

Hu Jintao

Hu Jintao (1942)

In 1997 keerden Hong Kong, Kowloon en de New Territories terug onder de soevereiniteit van China, gevolgd in december 1999 door Macao. Hiermee werden de laatste fysieke overblijfselen van het voor China zo vernederende koloniale tijdperk voorgoed opgeruimd. (Zie de geschiedenis van de Qing-dynastie)

De jaren negentig stonden ook in het teken van oplopende spanningen met Taiwan. De regering in Beijing beschuldigde sinds het aantreden van president Lee Teng-hui de politieke leiders op het eiland ervan aan te sturen op onafhankelijkheid. De Straat van Taiwan was enkele malen getuige van hernieuwd wapengekletter in de vorm van grootscheepse oefeningen van de marine van de Volksrepubliek.

Een andere telkens weer oplaaiende confrontatie met in dit geval Vietnam en de Filippijnen, betreft de strijd over de soevereiniteit over respectievelijk de Paracellen en Spratley eilanden in de Zuid-Chinese zee. Deze eilanden liggen erg strategisch verspreid over dit zeegebied. Bovendien bestaat er de kans dat er eens rijke bodemschatten gevonden zullen worden in het zeegebied rond de eilanden. Na verschillende incidenten in de jaren tachtig en negentig, lijkt het erop dat China deze eilanden en de wateren erom heen nu militair beheerst.

Midden 2001 werd China het eens met de westerse landen over de voorwaarden van toetreding tot de WTO (World Trade Organisation) in 2002.
Op 13 juli 2001 werd Beijing door het IOC aangewezen als de plaats die in 2008 de Olympische spelen mag organiseren. Wat de invloed van de Spelen zullen zijn op de economie, de buitenlandse politiek en de situatie van de mensenrechten, zal zich de komende jaren onder grote belangstelling van de wereldpers openbaren.



Laatst gewijzigd op: 25-5-2010
 
Gerelateerde pagina's  
Boek: Mevrouw Mao, Anchee Min
portretten: Volksrepubliek
 
Reacties op deze pagina reageren op artikelreageren
 
Jens 20-02-2009
Ik doe mijn profielwerkstuk ook over China,maar het lukt niet!!!Heeft iemand nog goeie bronnen voor me ik zit in de shit!mijn deel vragen zijn:Wanneer is deze ontwikkeling begonnen?
a.Waardoor ontstond deze gigantische groei in de economie van China?
Heeft er zich een versnelling
plaatsgevonden?
Is er een industriële revolutie geweest?
Wat waren de gevolgen hiervan?
a.voor de bevolking van china?
b.op economisch gebied?
Zal China uitgroeien tot een wereldmacht?

als je iets hebt(bijvoorbeeld een ander (profiel)werkstuk over china dan weet ik hoe ik moet beginnen en wat ik moet vertellen, stuur me alsjeblieft een mailtje: jensras95@msn.com
Marieke 01-01-2009
Hoi Lynn, bekijk eens de volgende sites: www.en.epochtimes.com en www.faluninfo.net.

Dit zijn 2 informatiebronnen die onafhankelijk zijn van de Chinese regering, daar vind je meer ongecensureerde informatie over de Spelen. Zo ook over economische, politieke en sociale analyses.

succes met je werkstuk!

groet,
Marieke
Lynn 22-12-2008
Ja, alleen jammer dat de invloed van de Olympische Spelen op de economie, politiek en sociale leven van de Chinese burgers nog niet bekend is... Daarover gaat mij ProfielWerkStuk namelijk..! Nu moet ik alle informatie bij stukjes en beetjes oprapen, en dat kost veel tijd... Maar het interessant!!:D
Greetszz
claartje 14-05-2008
ik ben het geheel met yke eens!
yke koopmans 24-04-2008
Ik ben zo blij met dit artikel, met het hele blok over de geschiedenis van China. Ik heb op basis van deze informatie mijn werkstuk voor geschiedenis gemaakt, deze informatie is zoveel beter dan dat wat in mijn boeken staat!
Bedankt!

Gastpagina's

VNC Asia Travel - al 35 jaar
Dé China specialist!
Jouw Chinareis
Stichting EuSino
DimSum reizen
China online reizen
China Minority Travel
WondersofYunnan
Chinese Kookworkshop
Massage in Eindhoven
Chinees leren in Beijing



In de spotlights:


Op zoek naar een passend relatiegeschenk voor uw zakenreis naar China of Taiwan? Fotoboek Holland of Amsterdam in het Chinees. Fraai uitgegeven en makkelijk mee te nemen, zie webshop Zaiton.nl

Uw bedrijf in de spotlights?
Handig voor korte acties zoals nieuw bedrijf of aanbiedingen. Max. 20 woorden. Lees hier meer..!

advertenties cultuur


Veel boeken uit eigen import





Het weer in Beijing