adverteren     onze diensten     Twitter     contact     disclaimer     privacy     redactiestatuut     over Geledraak.nl     sitemap  
 
 
Cultuur & geschiedenis > Geschiedenis 
artikel doorsturen  

Deze week op televisie
China op TV en radio
Lees de tv tips voor de komende week op de
tv tips pagina.

Tibet

Geschiedenis van Tibet (Tufan) in vogelvlucht

Het eerste Tibetaanse koninkrijk
Bloeitijd van het Tibetaanse boeddhisme
Tibet onder de Yuan- en Ming-dynastieën    
Tibet onder de Qing-dynastie
Engelse invloed; onafhankelijkheidsstreven
Autonoom gebied binnen de Volksrepubliek
Literatuurlinks

De opkomst en ondergang van het eerste Tibetaanse koninkrijk
(7e - 9e eeuw)

De Tibetaanse hoogvlakte is een zeer uitgestrekt dunbevolkt gebied, dat wordt omzoomd door 's werelds hoogste bergketens: in het zuiden de Himalaya's, in het noorden het Kun-Lun gebergte. Tibetanen zijn etnisch en taalkundig verwant aan Chinezen, maar reeds in een ver verleden zijn deze bevolkingsgroepen elk hun eigen weg gegaan: Tibetanen leefden in hoofdzaak een nomadisch bestaan, de Chinezen daarentegen waren vanouds landbouwers. Zoals vele andere nomadische groepen, die zich rondom het Chinese kernland ophielden, waren de Tibetanen sterk beïnvloed door de Chinese cultuur en leefgewoonten. Ook vanuit India werd Tibet (Chinees/Pinyin: Tufan) beïnvloed, met name op religieus en filosofisch gebied. Het Tibetaanse boeddhisme -binnengekomen zowel uit China als uit India- is doorspekt met elementen uit eigen oude inheemse natuurgodsdiensten en vormt daarmee het fundament van een unieke Tibetaanse geschiedenis en cultuur.
Tot de 7e eeuw van onze jaartelling zijn geen schriftelijke bronnen over de geschiedenis van het zeer dunbevolkte Tibet overgeleverd. In vroegere tijden leefden de Tibetanen waarschijnlijk in afzonderlijke groepen, bijeengehouden door familie- en clan-banden. De oorspronkelijke religie bestond uit een samenspel van natuurgodsdienstige praktijken (animisme, sjamanisme), later Bön-religie genoemd.

Kaartje van Azië met daarin aangegeven het Tibetaanse koninkrijk, dat gedurende de tweede helft van de 8e eeuw een ongeëvenaarde expansie doormaakte en behalve de Tibetaanse hoogvlakte ook een belangrijk gedeelte van de zijderoute (paarse lijn) wist te beheersen. De Chinese Tang-dynastie moest in die tijd een groot deel van haar machtsgebied prijsgeven.


In de voorafgaande eeuwen was in het gebied rond het huidige Lhasa een machtig koninkrijk ontstaan, dat zich steeds verder uitbreidde. De eerste historisch bekende koning (de 32e) was Namri Songtsen, die regeerde van ongeveer 570 tot 619. Zijn zoon Songtsen Gampo (r. circa 620-640; Chinees: Tubo Tsampo) breidde het rijk uit tot buiten de grenzen van het huidige Tibet. Deze expansie viel samen met het hoogtepunt van de Tang-dynastie (618-907) in het buurland China, waaraan de Tibetanen later lange tijd tribuutplichtig werden. Aan het einde van de 8e eeuw strekte het koninkrijk zich uit over een gebied, dat ongeveer het huidige autonome gebied Tibet omvat. Bovendien oefende het (tijdelijk) de macht uit in het huidige Nepal en Kashmir. Tijdens de regering van koning Trison Detseng (r. 755-797) beheersten de Tibetanen ook het hele gebied dat we nu Chinees Turkestan noemen en o.a de zijderoute omvat. Kenmerkend voor de expansiedrift van de Tibetanen was de plundering in 763 van Chiang An (het huidige Xi'an), de hoofdstad van de toen door de An Lushan-opstand geteisterde Tang-dynastie.
Koning Songtsen Gampo werd boeddhist en bevorderde deze religie waar hij kon. Hij kreeg, ter versterking van de onderlinge banden, van de regerende Tang-keizer, Taizong, een Chinese boeddhistische prinses ten huwelijk, genaamd Wen Cheng. Dit feit wordt overigens door de huidige regering in Beijing in de discussie over de status van Tibet aangevoerd als 'bewijs van de eeuwenoude verbondenheid tussen Tibet en China'. Hierbij moet worden aangetekend dat Wen Cheng niet de enige vrouw van Songtsen Gampo was.
Ondanks de steun, die het boeddhisme ondervond van het koninklijke hof heeft de oude sjamanistische Bön-religie lang stand kunnen houden onder brede lagen van de bevolking. Pas tegen het einde van de 8e eeuw ontstonden de eerste boeddhistische kloosters in Tibet. Van koning Trison Detsen wordt gezegd dat hij het klooster van Samye stichtte. In dit klooster werden voor het eerst op grote schaal boeddhistische geschriften in het Tibetaans vertaald. 
Gedurende de 9e eeuw ontspon zich een strijd tussen de lokale adel, steunend op de Bön-religie, en de koning, gesteund door de boeddhistische priesters. De koning delfde het onderspit, maar desondanks wisten de boeddhistische religieuze organisaties (kloosterorden) hun macht sterk uit te breiden. Het boeddhisme begon een langdurige bloeiperiode. Politiek viel Tibet vanaf de 10e eeuw echter uiteen in een groot aantal feodale staatjes.

De bloeitijd van het Tibetaanse boeddhisme (10e - 13e eeuw)
De Tibetaanse monarchie en het boeddhisme hadden elkaar gedurende lange tijd gesteund en opgestuwd. In eerste instantie leek het er daarom op dat het boeddhisme in de val van de monarchie zou worden meegesleurd. In de tweede helft van de 9e en gedurende de 10e werd het boeddhisme in het gebied rondom Lhasa inderdaad gruwelijk vervolgd en werden tempels verwoest. De oude Bön-religie (inmiddels met boeddhistische elementen verrijkt) herkreeg haar overheersende rol. Vanuit een aantal buitengebieden (Oost-Tibet en Ladakh in het westen, onder invloed van de Chinese en Indiase religieuze centra) begon het boeddhisme echter gedurende de 11e eeuw aan een wedergeboorte en vernieuwing, die een bijzonder rijke literatuur zou opleveren en zou uitmonden in een volledige overwinning op de inheemse Bön-religie. Deze nieuwe opkomst van het boeddhisme in Tibet wordt wel 'Tweede Verspreiding' genoemd. Vooral het tantrische boeddhisme uit het Indiase cultuurgebied (in het bijzonder vanuit Kashmir) leverde een bijdrage aan een verdieping van het religieuze denken. Er verschenen talloze, nog steeds bestaande en vereerde vertalingen van oude boeddhistische geschriften. Hiervoor werd een speciaal voor dit doel ontworpen Tibetaans schrift gebruikt. De grootste van de boeddhistische geleerden was Rintschen Sangpo (958-1055). Hij creëerde een brug tussen het Indiase en Tibetaanse boeddhisme in die tijd. Een van de andere grote vroege leermeesters van het Tibetaanse boeddhisme was Milarepa (1040-1123). Hij was de stichter van de belangrijke Kagyu of Kagyupa kloosterorde, ook wel de orde van de Zwarte Hoeden genoemd. Na het overlijden van Milarepa kwam de geestelijke leiding onder het gezag van de leider van een onder-orde van de Kagyu, de Kagyu Karmapa. Deze leiders werden sindsdien Karmapa Lama genoemd. De eerste Karmapa Lama was Dusum Khyenpa (1110-1193). De gelovige Tibetanen nemen aan dat deze eerste Karmapa Lama na zijn overlijden is wedergeboren. Deze wedergeboren persoon is bekend als de tweede Karamapa Lama. Na diens overlijden volgde een volgende reïncarnatie, enz. De cyclus heeft zich tot op de huidige dag herhaald. 

Gedurende de 12e en 13e eeuw werd de boeddhistische literatuur verder verrijkt en geconsolideerd in het canon van het Tibetaanse boeddhisme, de Kanjur en Tenjur.

Potala paleis to Lhasa

 

Tibet tijdens de Yuan- en de Ming-dynastieën: opkomst van de kloosterorden
Na de val van het Tibetaanse koninkrijk in de 10e eeuw vormde een Tibetaanse stam (de Tangoeten) in het noorden een nieuwe grote staat. Deze staat, de Xi Xia (="westelijke Xia") dynastie, was naar Chinees model gevormd. De economie was zowel gebaseerd op het traditionele Tibetaanse nomadendom als op landbouw. Belangrijk voor de Xi Xia was de beheersing van het oostelijke deel van de zijderoute, vanaf de bocht in de Gele rivier tot de Taklamakan-woestijn. Gedurende de militair weinig aggressieve Song-dynastie (960-1279) kon de Xi Xia zich gemakkelijk handhaven. Helaas kwamen de Mongolen onder Djenghiz Khan de rust verstoren met dramatische gevolgen: De Xi Xia werden in de periode 1205-1209 door hen onder de voet gelopen. In 1227 kwamen ze in opstand tegen hun nieuwe overheersers, wat hen op een strafexpeditie en volledige vernietiging kwam te staan. De verwoesting was zo groot, dat er nauwelijks nog een spoor van dit rijk is overgebleven.
De overige delen van Tibet werden tijdens de Mongoolse Yuan-dynastie (1279-1368) relatief met rust gelaten. In Zuid-Tibet stonden de abten van het klooster van Sakya op goede voet met de Mongoolse heersers. Een beroemde abt van dit klooster, Sakya Pandita (1182-1251) was niet alleen wereldlijk heerser van het gebied rondom zijn klooster, maar mocht zich van de Mongolen onderkoning van heel Tibet noemen. Zijn opvolgers werden de officiële zetbazen van de Yuan in Tibet. De Sakyapa-kloosterorde is één van de zogenaamde 'Roodkap-orden', genoemd naar de rode mutsen, die de monniken bij officiële gelegenheden dragen. Een andere sekte van Roodkappen is de zgn. Kagyupa-orde, gesticht rond 1100. Deze orde schonk veel aandacht aan het onderwijzen van jonge monniken. De leermeesters werden (en worden) lama's genoemd.
Na de val van de Yuan-dynastie leefde het Tibetaanse koningschap tijdens de Ming-dynastie (1368-1644) weer op. Tibet was in die tijd een zelfstandig bestuurde staat geworden, die echter tribuut betaalde aan de Ming-keizers.

Rond het begin van de 15e eeuw werd door de grote hervormer Tsongkhapa de sekte der "Geelmutsen" (de Gelugpa; 'Gelug'=deugdelijken) gesticht. Eén van de grote geestelijke leiders uit die tijd, Gendün Drubpa (1391-1475), stichtte o. a. het klooster Tashilhunpo bij Shigatse (Xigaze). Hij had een groot prestige en werd de eerste geestelijke leider, die (postuum) de titel Dalai Lama toebedeeld kreeg. De derde Dalai Lama, Sonam Gyatso (1543-1588), kreeg deze titel als eerste bij levende lijve toegekend door de Mongoolse heerser Altan Khan, bij gelegenheid van diens bekering tot het boeddhisme.
Het verschijnsel dat belangrijke Lama's na hun dood terugkeren in een nieuwe incarnatie is een typisch Tibetaans traditie, die waarschijnlijk al vroeg begonnen is, maar een belangrijke lading kreeg met de wedergeboorten van de bovengenoemde Karmapa Lama's. De in het Westen meest bekende lijn van reïncarnaties is echter die van de Dalai Lama, waarvan bovendien aangenomen wordt, dat hij uiteindelijk de incarnatie van de bodhisattva Guanyin is. Andere bekende reïncarnaties zijn de Panchen Lama's (wedergeboorten van Boeddha Amitabha).

Het Tibetaanse boeddhisme en de sekte der Geelmutsen in het bijzonder, vestigde zich stevig in Mongolië. De incarnatie van de derde Dalai Lama (Sonam Gyatso) als vierde Dalai Lama, was een achterkleinkind van de bovengenoemde Altan Khan. Met Mongoolse militaire hulp wist de Gelugpa sekte en daarmee zijn leider, de Dalai Lama, de overhand in Tibet te krijgen. Vooral de vijfde Dalai Lama, Ngawang Lobzang Gyatso (1617-1682, ook de 'Grote Vijfde' genoemd), gelukte het behalve het geestelijke ook het wereldlijk leiderschap in Tibet te vestigen ten koste van de overige sekten.

De koningskroon was inmiddels in handen gekomen van een Mongoolse dynastie (tot 1720). Op de plaats van het oude paleis van Songtsen Gampo verrees nu in Lhasa het Potala-paleis. Het was Ngawang Lobzang Gyatso zelf, die uit respect zijn leermeester en abt van het klooster van Tashilhunpho als incarnatie van de Boeddha Amitabha erkende, met de titel Panchen Lama (Pinyin: Bainqen Lama).
Gedurende de geschiedenis van Tibet waren de hoogste Lama's vaak rivalen om de hoogste geestelijke en wereldlijke macht. 
In 1652 sloot Ngawang Lobzang Gyatso een verdrag met de nieuwe (Mantsjoe) Qing-dynastie (1644-1911). In die tijd was deze dynastie nog niet geheel meester van de macht in China en bovendien in hevige strijd gewikkeld met de Mongoolse stam der Oiraten. Na de dood van de vijfde Dalai Lama werd Tibet eveneens deel van het strijdtoneel tussen beide machten. De strijd eindigde in een overwinning van de Qing. Een van de gevolgen hiervan was de bezetting van Lhasa door de troepen van de Chinese Kangxi keizer in 1720 en afzetting van de (Mongoolse) koning van Tibet.

Protectoraat onder de Qing-dynastie
De oorlogen van de Qing-keizers tegen de Mongoolse Oiraten resulteerden gedurende de 18e eeuw in de bezetting door Chinese legers van het Tarimbekken en omliggende gebieden (inclusief Mongolië). De legers werden spoedig gevolgd door kolonisten. In Lhasa werd een klein Chinees garnizoen gestationeerd en werden twee zogenaamde Ambanen aangesteld, die de belangen van de Chinese keizer in Tibet behartigden. De Ambanen kregen in de loop van 18e eeuw steeds meer bevoegdheden: van defensie en buitenlandse politiek tot en met de zeggenschap over de benoeming van hoge geestelijke gezagsdragers. Vooral dit laatste ondersteunt de huidige claim van Beijing op medezeggenschap in de aanwijzing van onder andere de Dalai Lama en Panchen Lama, in het geval dat zij komen te overlijden.
Tijdens de 19e eeuw, waarin de keizerlijke Mantsjoe macht sterk afbrokkelde, waren de Dalai Lama's veelal kinderen die de volwassen leeftijd vaak niet bereikten. De macht werd uitgeoefend door regenten. Dikwijls werd dit gezag betwist door de Panchen Lama, die het gebied rond Shigatse beheerste.

Tibetaanse wandschildering Potala paleis


Detail van een muurschildering uit het Potala-paleis

Onder Engelse invloed en onafhankelijkheidstreven (1904-1959)
Reeds tijdens het laatste kwart van de 18e en de eerste helft van de 19e eeuw zond de Engelse Oostindische Compagnie gezantschappen en expedities vanuit Brits-Indië naar Tibet.

Aan het einde van de 19e eeuw kwam het tot schermutselingen tussen de Tibetanen en de Engelsen. Dit leidde in 1904 tot de zogenaamde "Younghusband-expeditie". Een kleine Britse legermacht onder leiding van Sir Francis Younghusband bezette Lhasa na een gewelddadige actie, waarbij vele nauwelijks bewapende Tibetanen werden afgeslacht. In september 1904 werd een verdrag getekend met de Mantsjoe Amban en de regent voor de dertiende Dalai Lama, die zelf naar Mongolië gevlucht was. Dit verdrag stipuleerde een opening van de Tibetaanse markt voor de Engelsen alsmede een groot bedrag als schadevergoeding aan de Engelse indringers.

De Engelsen zagen af van de mogelijkheid van een permanente aanwezigheid na een overeenkomst met Rusland. Daarin erkenden beide mogendheden het Chinese keizerrijk als heersend over Tibet (suzerein). Na het vertrek van de Engelsen keerde de Dalai Lama aanvankelijk terug naar Lhasa. Een Chinees leger bezette echter na een veldtocht, die duurde van 1908 tot 1910, geheel Tibet. Toen Lhasa in 1910 werd veroverd, vluchtte de Dalai Lama naar India.
Reeds in 1911, toen de revolutie een einde maakte aan het Chinese keizerrijk, kwam er een einde aan deze bezetting. Van 1912 tot de inval van het Chinese leger in 1950 was Tibet de facto een zelfstandige staat onder de teruggekeerde dertiende Dalai Lama, Ngawang Losang Thubten Gyamtso (1875-1933). Deze Dalai Lama had een sterke persoonlijkheid en heeft geprobeerd met hulp van de Engelsen van Tibet ook in volkenrechtelijke zin een zelfstandige staat te maken.(Conferentie van Simla, 1913). De Chinese republikeinse regering heeft hier echter nooit mee in willen stemmen. Erkenning als zelfstandige staat door enige mogendheid heeft dan ook nooit plaatsgevonden.

Een smet op het blazoen van de dertiende Dalai Lama was zijn slechte verhouding met de Panchen Lama, die zich gedwongen zag Tibet te ontvluchten. Hij werd in 1938 opgevolgd door de huidige veertiende Dalai Lama, Tenzin Gyatso. De zesde Panchen Lama overleed in 1938 en werd in 1944 opgevolgd door de zevende in dit ambt. Na de overwinning van de communisten op de nationalistische regering van Chiang Kai-shek werd Tibet in 1950 militair bezet. Tibet protesteerde bij de Verenigde Naties, maar zonder succes. Tussen vertegenwoordigers van de Dalai Lama en de Chinese regering werd in 1951, de zogenaamde 17-punten overeenkomst gesloten. De rechtsgeldigheid hiervan wordt betwist. In feite is deze overeenkomst een dode letter gebleven.

Na 1950 volgde een periode van gewapend verzet. Tibetaanse vrijheidsstrijders wisten grote delen van het gebied in handen te krijgen. De nog jonge veertiende Dalai Lama probeerde tevergeefs met de regering in Peking tot een vergelijk te komen (1954). In 1958 en 1959 wisten de Chinese troepen door middel van een waar schrikbewind de controle over Tibet weer geheel in handen te krijgen en te behouden.
De Dalai Lama vluchtte naar India en deed wederom een vergeefs beroep op de VN. Volgens de officiele lezing van de regering van de Volksrepubliek was er in 1959 sprake van 'de bevrijding' door het Volksleger van de onderdrukking van het Tibetaanse volk door feodale heersers. Elk verzet werd door harde maatregelen, zoals gevangenneming, deportaties en executies, onderdrukt. Vooral het kloosterleven en de kloosters zelf moesten het hierbij ontgelden en werden in de periode tussen 1959 en het einde van Culturele Revolutie op grote schaal verwoest.

Kaartje van het westelijke deel van de Chinese Volksrepubliek met het huidige autonome gebied Tibet geel ingekleurd. Het historische Tibet bestond behalve uit het huidige autonome gebied Tibet, uit de Chinese provincie Qinghai en grote delen van Sichuan en Yunnan.

Autonoom gebied binnen de Volksrepubliek (1955-heden)
In 1955 werden grote delen van het historische Tibet bij de Volksrepubliek ingelijfd. Deze gebieden waren de provincies Amdo, nu de Chinese provincie Qinghai, en de voormalige oostelijke provincie Kham, dat nu een deel van Sichuan is. In 1965 kreeg het kerngebied van Tibet de officiele status van autonoom gebied (Xizang Zizhiqu). De Dalai Lama vestigde na zijn vlucht in 1959 een regering in ballingschap in Noord-India te Dharamsala.
Ook nadat de opstand in 1959 door het Rode Leger was neergeslagen, laaide het verzet in de vorm van protestdemonstraties en gewapende acties van kleine verzetsgroepen nog vaak op. In het begin van de jaren 80, leek de regering in Beijing een welwillendere houding aan te gaan nemen. De onrust en de repressie namen echter weer toe in 1987 en 1988. In maart 2008 - in de aanloop naar de Olympische Spelen in Beijing- ontlaadde de latente spanningen zich in felle protesten door Tibetanen in Lhasa en in door Tibetanen bewoonde gebieden als Sichuan en Gansu. De onlusten ontaarden in etnisch geweld en brandstichting. Het Chinese leger wist de situatie snel onder controle te krijgen en verbande bij die gelegenheid alle vreemdelingen uit het gebied.

Tot dusver wijgert de Chinese regering een onafhankelijk onderzoek toe te laten naar de onrust en gewelddadigheiden van het voorjaar van 2008. Het anti-Chinese geweld was met grote waarschijnlijkheid onder andere het gevolg van de politiek van de Chinese regering om massale migratie van Han-Chinezen naar Tibetaanse gebieden te stimuleren. Deze immigratie heeft weliswaar een grote economische groei tot gevolg gehad in heel Tibet, maar de voordelen hiervan schijnen vooral de Han-Chinezen ten goede te komen. Betrouwbare gegevens ontbreken.

Een ander middel dat de regering in Beijing aanwendt om Tibet onder controle te houden, is door invloed te verkrijgen op de aanwijzing van de belangrijkste Tibetaanse Lama's. Beijing voert hierbij historische precedenten aan (ten tijde van de Qing-dynastie; zie hierboven), waarbij de centrale regering betrokken was bij het aanwijzen van de belangrijkste Lama's, zoals een nieuwe Dalai Lama. Deze claim wordt bestreden door de aanhangers van de Dalai Lama, met behulp van tegenvoorbeelden.
In 1989 overleed in Xigaze op 51 jarige leeftijd de tiende Panchen Lama. Over zijn opvolging heerst onenigheid en verwarring. In 1995 werden twee jongens elk als elfde Panchen Lama aangewezen. Eén van hen, Gyachain (of Gyaltsen) Norbu, werd naar voren geschoven onder invloed van de regering in Peking, de ander (een in 1995 6 jaar oud Tibetaans jongetje met de naam Gedhun Choekyi Nyima) wordt gesteund door de Dalai Lama. In februari 2005 werd Norbu officieel ontvangen door de president van de Volksrepubliek Hu Jintao in de Grote Hal van het Volk (te Peking).
De rivaliserende elfde Panchen Lama is nog nooit in het openbaar verschenen. Waarschijnlijk staat hij onder huisarrest. Aangezien de Panchen Lama een belangrijke rol speelt in de Tibetaanse hierarchie en onder andere traditioneel een belangrijke stem heeft bij de aanwijzing van een nieuwe Dalai Lama, is de persoon van de Panchen Lama van groot politiek belang.

De derde Lama in de Tibetaanse hiërarchie is de eerder genoemde Karmapa Lama, geestelijk leider van Kagyu-orde. Ook zijn aanwijzing is omstreden. Sinds 1994 zijn er twee jonge Karmapa Lama's die elk deze titel voeren en die zich beiden in ballingschap in India bevinden.

In 1989 ontving de Dalai Lama de Nobelprijs voor de Vrede. Officieel heeft de Dalai Lama het streven naar onafhankelijkheid voor Tibet opgegeven. Hij streeft de 'middenweg' na, die voorziet in binnenlandse autonomie. De Chinese regering vertrouwt zijn streven echter niet. Bovendien zijn vele - vooral jongere -  aanhangers van de Dalai Lama van mening dat de toekomst voor Tibet in werkelijke onafhankelijkheid gezocht moet worden. Een waar schrikbeeld voor de meeste Chinezen. Na jaren van verwijdering is er sinds september 2002 weer voor het eerst voorzichtig contact geweest tussen aanhangers van de Dalai Lama en functionarissen uit Beijing. Dit heeft in mei 2003 geleid tot een bezoek aan de Volksrepubliek van een aantal Tibetaanse bannelingen, afgevaardigd door de Dalai Lama. Het contact beperkte zich tot het uitwisselen van beleefdheden en pogingen tot onderhandeling, maar voor alsnog zonder resultaat. Voor zover er over de inhoud van deze besprekingen betrouwbare gegevens beschikbaar zijn, lijkt de mislukking vooral te wijten aan de harde houding van de Chinese regering. De onlusten in 2008 illustreren de uitzichtloosheid van de situatie voor de Tibetanen.

De internationele gemeenschap heeft de onafhankelijkheid van Tibet nooit erkend. Wel dringen met name de westerse landen er regelmatig bij de Chinese regering op aan de mensenrechten en de Tibetaanse cultuur te eerbiedigen.
De Chinese regering beschouwt dergelijke kritiek, geuit door andere regeringen en internationale instellingen, als inmenging in haar binnenlandse aangelegenheden. Zij laat geen gelegenheid onbenut om te wijzen op haar soevereiniteit over het gebied en de economische vooruitgang, die sinds 1959 geboekt is. De Chinese regering wantrouwt elk streven naar vormen van autonomie, die een verzwakking van de huidige directe invloed vanuit Peking zou kunnen betekenen. Zij beschuldigt de regering in ballingschap van Tibet ervan uit te zijn op separatisme. Elk bezoek van de Dalai Lama aan buitenlandse regeringsvertegenwordigers loopt steevast uit op felle waarschuwingen aan de ontvangende regeringen, zoals in Frankrijk in december 2008 en mei 2009, en Nederland in mei/juni 2009, dat er daarom voor koos om de geestelijk leider niet door de premier te laten ontvangen, maar 'slechts 'door de minister van Buitenlandse Zaken.
Westerse analysten verklaren Beijings starre houding als een uiting van angst voor een mogelijk uiteenvallen van de Chinese veelvolkerenstaat op de manier waarop dit in het recente verleden met de Sovjet-Unie is gebeurd.

De westerse landen hebben de kwestie Tibet nooit belangrijk genoeg (of te delicaat) geacht om op de politieke agenda te plaatsen. Mede daarom en door de toenemende migratie van Han-Chinezen is te voorzien dat het streven van de Dalai Lama naar grotere autonomie weinig vooruitgang zal boeken en dat de Tibetanen in de toekomst een steeds kleiner wordende minderheid gaan vormen in hun eigen culturele thuisland. Momenteel leven er ongeveer 6 miljoen etnische Tibetanen in Tibet.



Laatst gewijzigd op: 13-2-2012
 
Gerelateerde pagina's  
'Geen opstanden in Tibetaans gebied'
28 maart nieuwe Tibetaanse feestdag
Amnesty vraagt opheldering over Tibetaanse arrestanten
Beijing wacht overlijden Dalai Lama af. Door: door Willem Offenberg
Bezoek BBC aan Lhasa
Boycot Tibetaans nieuwjaar
Brief Chinese ambassade aan Tweede Kamer: ontvang Dalai Lama niet
Briefwisseling met gevangen Tibetaanse
China boos op Litouwen wegens Tibetplein
China klaar voor actie tegen Tibetaanse 'separatisten'
China publiceert Tibet witboek
China Tibet overleg in impasse
Chinese media: alles onder controle in Tibet
CN Drie reisboek recensies
Dalai Lama 'gedraagt zich als kind'
Dalai Lama ereburger van Parijs
Dalai Lama geeft lezing in Nederland op 4 'Tiananmen' juni 2009
Dalai Lama mogelijk ereburger van Parijs
Dalai Lama op bezoek in rampgebied Taiwan
Dalai Lama oververmoeid
reageren op artikelreageren
Gastpagina's

VNC Asia Travel - al 35 jaar
Dé China specialist!
Jouw Chinareis
Stichting EuSino
DimSum reizen
China online reizen
China Minority Travel
WondersofYunnan
Chinese Kookworkshop
Massage in Eindhoven
Chinees leren in Beijing



In de spotlights:


Op zoek naar een passend relatiegeschenk voor uw zakenreis naar China of Taiwan? Fotoboek Holland of Amsterdam in het Chinees. Fraai uitgegeven en makkelijk mee te nemen, zie webshop Zaiton.nl

Uw bedrijf in de spotlights?
Handig voor korte acties zoals nieuw bedrijf of aanbiedingen. Max. 20 woorden. Lees hier meer..!

advertenties cultuur

 



Tip! Wilt u CHINEES LEREN? Ikleerchinees.nl / Geledraak.nl biedt doorlopend diverse cursussen aan, gegeven door professionele, ervaren docenten. Locatie: Haarlem-Zuid/Heemstede. Goed bereikbaar met trein.
Lees hier meer...

Het weer in Beijing