adverteren     onze diensten     Twitter     contact     disclaimer     privacy     redactiestatuut     over Geledraak.nl     sitemap  
 
 
 
artikel doorsturen  

Deze week op televisie
China op TV en radio
Lees de tv tips voor de komende week op de
tv tips pagina.

bergen

De zijderoute

Ontdekking door de Chinezen
Uitwisseling van goederen en ideeën
Gered of geroofd?

Ontdekking door de Chinezen
In 138 v. Chr. vertrok een expeditie van ongeveer honderd man onder leiding van de jonge ondernemende ontdekkingsreiziger Zhang Qian naar het onbekende gebied ten westen van het Chinese keizerrijk. Hij ging in opdracht van keizer Wudi uit de Vroege (of Westelijke) Han-dynastie naar om het legendarische Yuezhi-volk te vinden en te winnen voor een bondgenootschap tegen de Xiongnu (Hunnen). Na een gevangenschap door de Xiongnu en een avontuurlijke tocht door het Tarim-bekken bereikte het uitgedunde gezelschap de Yuezhi in Noord-India. De Yuezhi bleken echter niet geïnteresseerd in de gezamelijke strijd tegen de Xiongnu en Zhang Qian moest onverrichterzake terugkeren naar China. Hij bereikte Chang'an, de hoofdstad van het Han-rijk, dertien jaar na zijn vertrek en berichtte de keizer en zijn entourage over de rijkdommen van de vele steden en landen, die hij bezocht had. Met name de verhalen over de grote en sterke paarden uit het gebied van Ferghana wekten grote interesse. Verschillende nieuwe expedities werden gestuurd om zulke paarden goedschiks of kwaadschiks te pakken te krijgen.
Uiteindelijk leidde deze eerste contacten tot de verovering in 73 v. Chr. door de Chinezen van het Tarim-bekken met de daaromheen liggende oasen, steden en wegen. Hiermee kregen zij een groot deel van deze inmiddels  belangrijk geworden handelsroute, gewoonlijk zijderoute of zijdeweg genoemd, in handen.

Kaartje van de zijderoute van de Middellandse zee tot Xi'an in China. De historische zijdeweg bestond uit een aantal routes, die China over land via de oasen van de westelijke Taklamakan woestijn met India, Centraal-Azië en het Middellandsezeegebied verbonden.

Uitwisseling van goederen en ideeën
Door de grote economische bloei en stabiliteit tijdens en na de Han-dynastie namen de handelsactiviteiten via de zijderoute een grote vlucht. De goederen bereikten onder andere het Romeinse Rijk. Behalve zijde werden via deze handelsweg een groot aantal andere kostbaarheden vervoerd. In de richting van China gingen kostbaarheden zoals goud, edelstenen, ivoor, kostbare textiel en amber. In westelijke richting gingen bronzen en ijzeren voorwerpen, bont, specerijen en lakwerk.
Via de zijderoute kwam ook het boeddhisme in de eerste eeuw na Chr. China binnen. De boeddhistische kunst van het Tarim-bekken had een eigen karakter. Het was beïnvloed door Indiase, Chinese en Hellenistische stromingen en was oorspronkelijk afkomstig van het boeddhistische Gandhara, een staat gelegen in de Peshawar vallei (het huidige N.W. Pakistan). Gandhara beleefde haar bloeitijd ronde de eerste eeuw na Chr.Boeddhistische voorstelling op Zijde (Dunhuang)
Het gebied werd na de val van de Han-dynastie een tijdlang niet meer direct beheerst door de Chinezen (zonder dat daardoor de handel veel schade leed). De Tang-dynastie (618 - 907) slaagde erin onder keizer Taizhong in 648 het hele gebied te heroveren.

Boeddhistische voorstelling op zijde afkomstig uit Dunhuang (Musee Guimet, Parijs).

De bloei van de zijdeweg hield gelijke tred met de opgang van deze - China's meest glorieuze - dynastie, die echter ongeveer na het jaar 750 over haar hoogtepunt heen was.
Rond 800 hadden de Tibetanen de door interne problemen verzwakte Tang-regering het gebied ten westen van Dunhuang afhandig gemaakt. Door deze omstandigheid ontsnapte het Tarim-bekken aan de vervolgingen waaraan het boeddhisme in het Chineses rijk ten prooi was gevallen. Nadat het Tibetaanse rijk op zijn beurt in de versukkeling was geraakt werd dit gedeelte van de zijderoute beheerst door verschillende Turkse rijken (hoofdzakelijk van de stam der Oeigoeren). Rond de elfde eeuw bekeerden de Turkse stammen zich tot de Islam en kwam er een einde aan de boeddhistische cultuur langs de zijderoute.
Ook hierna was de zijderoute nog eeuwenlang een economische levensader. De Venetiaan Marco Polo bereikte China via de zijderoute rond 1275. Het verval had zich echter onmiskenbaar ingezet. Oorzaken waren de verdroging van de oasen, politieke instabiliteit en de politiek van de late Ming-dynastie om China te isoleren van de buitenwereld. Nadat het vervoer van goederen over zee belangrijker geworden was, raakte de zijderoute definitief in onbruik. Huizen, tempels -vaak voorzien van kostbare kunstwerken-, zelfs gehele steden raakten langzamerhand bedolven onder het conserverende woestijnzand van de Taklamakan.

Het Tarimbekken. Een belangrijk gedeelte van de zijderoute in de tegenwoordige provincie Xinjiang (Chinees Oost-Turkestan). De route bestaat in feite uit een aantal wegen, die een aaneenschakeling vormen van een groot aantal oasen rondom de Taklamakan-woestijn met daarin het bekken van de Tarim rivier. Het gebied is aan drie kanten omsloten door de hoogste bergruggen van de wereld. Vanaf deze bergen voorzien een aantal riviertjes de oasen van kostbaar water. Een aantal oasen zijn in de loop van de geschiedenis verlaten en door het woestijnzand bedolven. Archeologen (en schatgravers) hebben er sinds het einde van de 19e eeuw belangrijke ontdekkingen gedaan en vele artistieke en literaire overblijfselen opgegraven uit de grote bloeitijd van de zijderoute, die duurde van ongeveer het begin van onze jaartelling tot ongeveer de negende eeuw. De aard van de vondsten is veelzijdig: beeldhouwwerk, fresco's, architectuur, manuscripten uit een groot aantal culturen en stijlen. Overheersend zijn vondsten met religieuze (boeddhistische en zelfs vroeg-Christelijke) betekenissen. De belangrijkste archeologische vindplaatsen zijn in het kaartje aangegeven en in de onderstaande tekst vermeld.

Gered of geroofd ?
Aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw onderzochten ontdekkingsreizigers uit het Westen en Japan de in onbruik geraakte zijderoute. Het waren met name de onder het woestijnzand geraakte oasen en steden met hun vaak perfect bewaarde overblijfselen van de oude boeddhistisce cultuur, die hen aantrokken. De activiteiten van deze onderzoekers zijn erg controversieel. Zij en andere (locale) schatgravers hebben veel onherstelbare schade veroorzaakt. De archeologie stond destijds nog in de kinderschoenen en was meer gericht op het vergaren van kunstwerken, dan op het ter plaatse bestuderen en conserveren van de overblijfselen van oude culturen. Hierbij kwamen nalatigheid van de autoriteiten om de monumenten te beschermen en intolerantie van de overheersende islamitische bevolking ten aanzien van de boeddhistische religieuze voorstellingen. Tenslotte gebruikten reizigers en locale bevolking vaak eeuwenoude balken als brandstof of het materiaal van fresco's als kunstmest.
Veel van de mooiste fresco's, tienduizende manuscripten en andere kunstvoorwerpen zijn naar musea buiten China verdwenen en met name in Europa en de Verenigde Staten terecht gekomen. Volgens sommigen zijn ze hierdoor gered van vandalisme, volgens anderen was het plundering.
De bekendsten onder de ontedekkingsreizigers waren de Zweed Sven Hedin, de Engelsman (Sir) Aurel Stein, Albert von Le Coq uit Duitsland en de Fransman Paul Pelliot. Er waren nog vele anderen, waaronder Russen, Amerikanen en Japanners, die aangelokt door het vooruitzicht op rijke buit langs de zijderoute opgravingen deden. Hieronder volgt een summiere opsomming van de bekendste expedities.

De expedities langs de zijdeweg (eind 19e en begin 20e eeuw).
Al vanaf ongeveer 1860 kregen de Engelse heersers van het Indiase subcontinent lucht van het bestaan in Chinees Oost-Turkestan van overblijfselen van oude culturen, die met het boeddhisme en de oude Indiase culturen samenhingen. De informatie was afkomstig van verkenners (beter gezegd spionnen), die ten behoeve van hun regeringen aan de weet wilden komen wat er zich afspeelde in dit uitgestrekte gebied aan de rand van het Chinese rijk. China maakte op dat moment, met name door de aggressieve politiek van de westerse grootmachten, een grote crisis door. Behalve rapporten over het doen en laten van de grootmachten, bereikten ook zeer oude interessante manuscripten (deels als fragmenten) de Britten in Calcutta en de Russen in St. Petersburg. De grote Engelse geleerde en philoloog, dr. Augustus Rudolf Hoernle was een van de geleerden die het belang van deze manuscripten inzag en hierover in wetenschappelijke kring melding maakte. Hij werd overigens al gauw het slachtoffer van vervalsingen, gemaakt door lokale handelaars in Oost-Turkestan. Zij hadden als eerste begrepen hoe voordeeel te verkrijgen van de westerse belangstelling voor de verloren geheimen van de zijdeweg.

De expedities van Sven Hedin
De eerste van de grote ontdekkingsreizigers, die de verdwenen zijdeweg op professionele wijze wilden verkennen, was de Zweed Sven Hedin (1865-1952). Zijn belangstelling gold zowel de geografie als de archeologie. Hij bezocht Kashgar voor het eerst in 1890. Zijn eerste echte expeditie vond plaats tussen februari en mei 1895.

Sven Hedin (1865-1952)

Behalve de vreselijke ontberingen in de Taklamakan-woestijn, waaraan hij en zijn expeditieleden blootstonden, leverde deze reis niet veel vermeldenswaardig op. Door dorst kwamen twee leden van het team om het leven en hijzelf werd slechts op het nippertje gered. In december 1895 ondernam hij een tweede poging en aangelokt door mondelinge informatie afkomstig door bewoners over verborgen schatten in de woestijn, ging hij op zoek naar de ondergestoven ruïnes. Zo ontdekte hij de ruïnes van Yotkan, Karadong en Dandan-Uilik, nabij Khotan. Hierbij kwam al spoedig het grote cultuurhistorische belang van de verborgen overblijfselen van de bloeiperiode van de zijdeweg aan het licht. Hij vond er met name antieke fresco's en boeddhistisch houtsnijwerk. In 1899 deed Sven Hedin zijn grootste ontdekking, toen hij de oude garnizoensstad Loulan bij Lop Nor in de Gobi-woestijn ontdekte. Luolan was een bloeiende stad tijdens de Han-dynastie, gelegen aan de rand van het toenmalige Chinese rijk. Loulan werd verlaten in de 4e eeuw, toen de Noordelijke Wei-dynastie blijkbaar niet meer in staat was deze voorpost te handhaven.
De meest interessante vondsten waren oud-Indische en Chinese inscripties op muren en op papier. Het papier was tijdens de Han-dynastie uitgevonden. De inhoud van de teksten betreft vooral het dagelijkse leven in de stad.

De expedities van Aurel Stein
Niet lang na de eerste reis van Sven Hedin verscheen Aurel Stein (1862-1943) op het toneel, een archeoloog van Hongaars-Joodse afkomst en deskundige op het gebied van Indiase literatuur, in dienst van het British Museum. In de sporen van Hedin bezocht Stein bij zijn eerste reis Dandan-Uilik. Aurel SteinBehalve fresco's vond hij er vele fragmenten van Indische (Sanskrit) en Chinese manuscripten.

Aurel Stein (1862-1943)

De inhoud was over het algemeen van boeddhistisch religieuze aard, daterend uit de 5e en 6e eeuw. De jongste Chinese documenten dateerden uit de 8e eeuw, toen Dandan-Uilik verlaten werd.
Op andere plaatsen (de oase van Keriya en ten noorden van de stad Niya) werden nog meer interessante inscripties gevonden, geschreven op houten plankjes in de vroeg-Indische taal Pakrit. Hierbij kwamen fresco's met Chinese en Griekse afbeeldingen en munten uit de Han-dynastie. De plaats was waarschijnlijk al sinds het einde van de 3e eeuw verlaten. Verder deed hij opgravingen bij Endere, Karadong en Rawak. In de laatstgenoemde plaats vond hij boeddhistische beelden, die te groot waren om mee te nemen. Een aantal jaren later bleken deze beelden in stukken geslagen te zijn door locale schatgravers op zoek naar verborgen kostbaarheden.
Tenslotte wist hij de vervalser te ontmaskeren, die de Britse geleerde Hoernle eerder manuscripten verkocht had, geschreven in een onbekend schrift. Het bleek dat deze vervalser in de woestijn een atelier had opgezet waar 'oude' manuscripten op zodanig professionele wijze werden vervaardigd, dat de gevestigde geleerden ermee gemakkelijk om de tuin waren geleid.
Stein's tweede reis (1902/3) deed veel stof opwaaien. Hij slaagde erin bij het tempelcomplex van Dunhuang vele kostbare manuscripten en schilderingen daterend uit de negende eeuw en eerder te los te krijgen (omkoping en volkomen illegaal, volgens het officiële Chinese standpunt). Voor meer details hierover, zie het artikel over Dunhuang.

Duitsers en Russen
Inmiddels waren ook Duitsers, Russen en Japanners op onderzoek uitgegaan. Zij waren vooral actief in de noordelijke contrijen van het Tarim-bekken. Vooral de oase van Turpan (Turfan), met zijn vele antieke overblijfselen had hun grote belangstelling. BartushDe Duitsers deden hun opgravingen tussen 1902 en het uitbreken van de eerste wereldoorlog in 1914.

Theodor Bartush

Bekende namen zijn Albert Grünewedel, Georg Huth en Theodor Bartush. Het meest succesvol echter, was Albert von Le Coq (1860-1930). Hij vond in de ruïnes van Karakhoja (Gaochang) fresco's, manuscripten, beschilderd textiel (zijde), papier, leer en perkament. Hieronder bevonden zich religieuze voorstellingen van Manicheërs, een Christelijke ketterse sekte, in de derde eeuw gesticht in Perzië door Manes. Ze dateerden uit de 8e eeuw. Ook stuitte hij er op de overblijfselen van een kerk van het Nestoriaanse Christendom (een sekte uit Syrië).Van LeCoq
Albert von Lecoq (1860-1930)

Het meest indrukwekkende resultaat van von Le Coq's opgravingen was in het boeddhistische tempelcomplex van Bezeklik. Vele grote unieke boeddhistische fresco's werden verwijderd en naar Berlijn verscheept. Nog steeds wekt dit de woede van de Chinezen, temeer daar deze kostbare kunsthistorische schatten tijdens de tweede wereldoorlog aan de geallieerde bombardementen ten offer gevallen en daarbij volledig vernield zijn. Behalve fresco's werden ook beelden, kunstvoorwerpen en (vroeg-Christelijke) manuscripten gevonden en meegenomen. Deze hebben de oorlog voor het grootste gedeelte wel overleefd. Naast Bezeklik zijn de Duitsers ook - evenals de Russen - actief geweest in het gebied bij Kyzil, waar eveneens historisch belangrijke fresco's zijn gevonden en verscheept.

Fransen, Jappaners en Amerikanen
Van minstens zoveel belang (of schade; alnaargelang welke positie men inneemt) was de ontdekkingstocht van de Franse geleerde Paul Pelliot (overleden in 1945). Hij arriveerde in het Tarim-bekken in 1906 en onderzocht als eerste de ruïnes van Tumchuq bij Kucha. Hij vond er o.a. Graeco-boeddhistische beeldhouwwerk en talloze oude documenten. In maart 1908 bezocht hij Dunhuang met medeneming van kisten vol met de meest kostbare manuscripten en schilderingen. (zie de passage hierover bij het artikel over Dunhuang.)Pelliot

Paul Pelliot (overleden 1945)

Ook de Japanners bezochten het gebied (sinds 1908) en pikten een graantje mee. Zij waren waarschijnlijk de laatsten die erin slaagden manuscripten uit Dunhuang te verwerven; Jaren nadat de regering in Peking officieel opdracht had gegeven de resterende manuscripten in veiligheid te brengen!
De laatste der ondekkingsreizigers / verzamelaars waren de leden van de Amerikaanse expeditie onder leiding van professor Langdon Warner, die in 1923 arriveerden.

Een einde aan de ongebreidelde plundering
Vanaf 1925 steeg de verontwaardiging in China over de roof en export van het culturele erfgoed overal zo hoog, dat geen westerling er meer in slaagde nog veel van historische waarde mee te nemen. Langdon Warner moest, nadat hij zijn slag geslagen had in Dunhuang, het gebied overhaast verlaten. Ook Aurel Stein, die het in 1930 nog een keertje probeerde, moest alles wat hij gevonden had en enigszins van waarde was, achterlaten.
Momenteel bevinden zich veel van de door westerlingen verkregen schatten van de zijderoute in musea buiten China. (oa. British Museum, Musée Guimet, Hermitage en Fogg Museum (Harvard University). Helaas liggen de stukken vaak in het depot onzichtbaar voor het publiek opgeslagen. Hoewel de Chinese regering teruggave eist, zijn de kansen dat dit gebeurt uiterst klein. Musea en regeringen stellen zich over het algemeen op het standpunt dat de goederen niet illegaal verkregen zijn. Ook een gebaar van goede wil is niet te verwachten, vanwege de precedentwerking, die hiervan zou kunnen uitgaan.



Laatst gewijzigd op: 29-10-2005
 
Gerelateerde pagina's  
tot 5 sept.'14: Expeditie Zijderoute, Hermitage Amsterdam
 
Reacties op deze pagina reageren op artikelreageren
 
hans 28-04-2011
wie is paul pelliot
Sarah 03-02-2008
woow bedankt voor deze informatie. heeft veel geholpen bij mijn PWS
A.J.Douwes 25-09-2006
Recentere informatie te vinden, o.a. over de beginperiode van de chinese kerk van het Oosten in de boeken van Tjalling Halbertsma en Van Martin Palmer. Zie hun websites.
Geledraak (reactie op Karel) 19-12-2005
Na 1925 werden deze culturele schatten gelukkig goed bewaard en bewaakt, zo lijkt het. Het verhaal over de opgravingen (en plunderingen) op en om de zijderoute is uitvoerig beschreven in: Peter Hopkirk, Foreign Devils on the Silk Road; The Search for the Lost Cities and Treasures of Chinese Central Asia, The University of Massachusetts Press, 1980.
Dit boek is ook in het Nederlands vertaald.

Karel 19-12-2005
Interessante tekst. Ook leerzaam hoe er vanuit Chinese optiek naar de gebeurtenissen in de geschiedenis van de zijderoute wordt gekeken.
Ik vroeg me af wat de Chinese autoriteiten na 1925 uiteindelijk zelf gedaan hebben aan het veiligstellen en verder ontdekken van de historische schatten rond de zijderoute?

Kijk ook eens op:
Bijzondere reizen 2014
China webshop Zaiton
Ikleerchinees.nl
Gastpagina's

VNC Asia Travel - al 35 jaar
Dé China specialist!
Geld wisselen
Jouw Chinareis
Stichting EuSino
DimSum reizen
China online reizen
China Minority Travel
WondersofYunnan
Chinese Kookworkshop
Massage in Eindhoven Nw!
Leer Chinees Online! Nw!
Chinees leren in Beijing



In de spotlights:


Hier kan uw Spotlight advertentie staan, vraag aub naar de voorwaarden: adverteren[AT]geledraak.nl

Uw bedrijf in de spotlights?
Handig voor korte acties zoals nieuw bedrijf of aanbiedingen. Max. 20 woorden. Lees hier meer..!

advertenties cultuur

 



Tip! Wilt u CHINEES LEREN? Ikleerchinees.nl / Geledraak.nl biedt doorlopend diverse cursussen aan, gegeven door professionele, ervaren docenten. Locatie: Haarlem-Zuid/Heemstede. Goed bereikbaar met trein.
Lees hier meer...

Het weer in Beijing